Heldere, keiharde dreun voor gevestigde partijen

Rond tien uur werd het aan de Coolsingel duidelijk dat er maar één winnaar was. En die was onvindbaar. Terwijl de gevestigde partijen in het Rotterdamse stadhuis hun wonden likten, vierden de Centrumdemocraten op ingetogen wijze hun zege in café Centraal in het Oude Noorden. Bijna elf procent voor de Centrumdemocraten, 3,5 procent voor CP'86: in 1994 is Rotterdam de hoofdstad van extreem-rechts in Nederland geworden.

Omdat een zaal in het Hilton Hotel op het laatste moment werd afgeblazen, verzamelde het Rotterdamse CD-kader zich gisteravond tussen fruitkast en tapkast in café Centraal. “We hebben gewonnen omdat we in Rotterdam zo matig zijn”, stelde nummer drie van de Centrumdemocraten in de Maasstad, J. de Keijne, zittend op het biljart. “Gematigd, bedoel je, John”, corrigeerde een stamgast. Lijsttrekker Van Ginneken was al naar huis, maar andere nieuwbakken raadsleden wilden graag commentaar geven op hun overwinning.

“Ik kneep hem een beetje na al die publiciteit rond Janmaat, maar aan de andere kant voelde je gewoon dat we gingen winnen als je naar de mensen luisterde”, zei De Keijne. Nummer vijf, F. Castermans, verwacht vier mooie jaren aan de Coolsingel. “Met vijf man zijn we sterk, steunen we elkaar. Ze kunnen ons door de nieuwe Gemeentewet niet uit de raadscommissies houden. We gaan ons actief opstellen, veel moties indienen. Ik denk dat onze stem zo nu en dan de doorslag zal geven.”

Met meer dan tien procent van de stemmen, of vijf zetels, zijn de Centrumdemocraten de winnaar van de Rotterdamse raadsverkiezingen. Ook CP'86, in Rotterdam geleid door de neo-nazi M. Freling, haalde met ruim 3,5 procent een zetel. De afkeer van de gevestigde orde in Rotterdam uitte zich verder in zetels voor linkse protestpartijen als de Socialistische Partij en Solidair '93 van J. van der Scheur en in twee zetels voor de Stadspartij van de criminoloog en dichter M. Kneepkens. Rotterdam krijgt een versnipperde gemeenteraad.

Voor de gevestigde partijen was de oogst teleurstellend. D66 moest het doen met een zetel winst - van zes naar zeven - de VVD bleef op zes zetels steken, het CDA moest drie zetels inleveren (van negen naar zes), GroenLinks ging van twee naar drie zetels. En bij de PvdA brachten de 'Twee Hansen', Simons en Kombrink, niet de redding die van hen gehoopt werd: de partij zakte van achttien naar twaalf zetels. Daarmee is de PvdA ten opzichte van 1986 gehalveerd.

“Er broeit wat, er broeit wat”, mompelde burgemeester Peper gisteravond. “We hebben tijdens de campagne gemerkt hoe diep de woede zit”, zei H. Kombrink (PvdA) berustend. “Het is een veenbrand waarvan je de omvang niet alleen mag afmeten aan de CD en CP'86. De ideeën leven ook bij onze kiezers.” Ook VVD-fractieleidster E. ter Kuile had tijdens het 'folderen' gemerkt “dat mensen überhaupt niet eens meer met ons willen praten”. Burgemeester Peper: “Rotterdammers zijn ontstellend helder. Als ze een dreun geven, is dat gelijk een hele harde dreun.”

Veiligheid en criminaliteit waren de grote thema's bij de Rotterdamse verkiezingen, maar daarover was iedereen het eigenlijk eens. Nooit eerder fleurden zoveel blauwe uniformen de verkiezingsbijeenkomsten op. De luchthaven Zestienhoven was opvallend genoeg nauwelijks een discussiepunt, terwijl de Stadspartij stemmen won met het verzet tegen de opdeling van Rotterdam in twaalf gemeenten, die in 1997 moet zijn afgerond in het kader van de vorming van de stadsprovincie Rotterdam/ Rijnmond.

Duidelijk is dat de 'Twee Hansen' er niet in zijn geslaagd het PvdA-electoraat terug te winnen. Dit ondanks de onvermoeibare bezoeken aan Rotterdamse markten, verzorgingshuizen, cafés en jeugdsozen, waar het duo in gesprek probeerde te komen met de verloren achterban. 'Luisteren en gedeeltelijk toegeven' was daarbij het motto. Kombrink ging daarbij zo ver de 'positieve discriminatie' die allochtonen zouden genieten, aan de kaak te stellen.

Het mocht allemaal niet baten. “We hebben ons best gedaan en hoopten dat we daarmee in Rotterdam boven de landelijke trend konden uitstijgen. Dat is onvoldoende gelukt, dat lijkt me een eenvoudige constatering”, treurde Kombrink. Burgemeester Peper meende dat Rotterdam “verlaat de knock-out heeft gekregen, die de Amsterdamse PvdA al in 1990 kreeg”. “Daar hebben ze toen al de bodem bereikt, wij krijgen de dreun in twee etappes.”

De technocratische, wat saaie bestuurscultuur waar Rotterdam zich zo graag op laat voorstaan, kan door de winst van de protestpartijen de komende vier jaar onder druk komen te staan. In de raad en de commissies lijken slepende confrontaties met extreem-rechts overmijdelijk, terwijl ook van Solidair '93, de SP en de Stadspartij enig verbaal vuurwerk te verwachten is.

Bij de collegevorming ligt een brede coalitie van PvdA, CDA, VVD en D66 het meest voor de hand. Alle partijen, op de PvdA na, hebben zich al voor deze variant uitgesproken. De enorme bestuurlijke operatie die Rotterdam/Rijnmond moet omvormen tot een stadsprovicie, noopt ook tot een brede samenwerking. CDA-lijsttrekker en havenwethouder R. Smit: “We moeten nu nog harder samenwerken voor werkgelegenheid, veiligheid en integratie.” E. ter Kuile (VVD): “De vorige keer liet de PvdA D66 buiten de boot vallen. Dat was in vijf minuten gepiept. D66 eiste twee wethouders in plaats van één? Nou, dan maar zonder D66. In die positie verkeert de PvdA nu niet. Wij willen ze er in elk geval bijhebben.”

De opkomst van de protestpartijen heeft voor de PvdA een klein voordeel: met twaalf zetels torent ze nog altijd boven haar mogelijke coalitiepartners uit. Twee wethoudersposten zijn niet uitgesloten. De Hansen zijn in elk geval onderdak.

    • Coen van Zwol