Forse winst voor lokale partijen, CD en SP

DEN HAAG, 3 MAART. Lokale partijen zijn de grote winnaars geworden bij de gemeenteraadsverkiezingen van gisteren. Met 65,1 procent was de opkomst iets hoger dan vier jaar geleden en duidelijk hoger dan voorspeld.

CDA en PvdA waren de grootste verliezers bij deze verkiezingen; D66, VVD, GroenLinks, de Centrumdemocraten (CD) en de Socialistische Partij (SP) boekten soms aanzienlijke zetelwinst, evenals de RPF, het GPV en de SGP. Het verlies van de PvdA was kleiner dan op grond van de meeste prognoses werd verwacht en de winst van D66 minder groot.

In totaal behaalden de plaatselijke partijen 2.442 zetels, bijna net zoveel als het CDA (2.702, een verlies van 721 raadszetels) en aanzienlijk meer dan de andere landelijke partijen. De Centrumdemocraten gaan van 11 raadszetels naar 77 en de eveneens extreem-rechtse CP'86 van 4 naar 9 zetels. In Rotterdam vormen deze twee partijen samen nu de tweede politieke stroming.

Per gemeente waren er soms grote afwijkingen van het landelijke beeld. Zo won de PvdA in Amsterdam twee zetels en verloor zij er in Rotterdam zes. In de hoofdstad leverde D66 een zetel in; de PvdA bleef er met afstand de grootste. In Utrecht stootte GroenLinks door naar de positie van grootste partij. Dat werd in Den Haag de VVD.

Hoewel in Rotterdam de Stadspartij twee zetels haalde, was er anders dan in de rest van het land in de vier grote steden geen doorbraak van lokale partijen. Grote winnaars waren daar de Centrumdemocraten. In Amsterdam verdubbelden ze hun zeteltal naar vier, waartegenover staat dat CP'86 uit de raad verdwijnt. In Amsterdam zijn de Centrumdemocraten nu groter dan het CDA.

In Rotterdam ging de CD van één naar vijf en handhaafde CP'86 zijn ene zetel. Dat deed ze ook in Den Haag, waar de CD van twee naar vier ging. In Utrecht steeg de CD van één naar drie zetels en haalde ook het Nederlands Blok van ex-CD'er Vreeswijk een zetel. Ook in de deelgemeenteraden van Amsterdam en Rotterdam versterkten de extreem-rechtse partijen hun positie. In diverse andere gemeenten maken ze hun intrede of versterkten ze hun positie. De allochtonen stemden in de grote steden, zo bleek uit schaduwverkiezingen, vooral op GroenLinks en de PvdA.

Behalve in Den Haag slaagde de VVD er ook in Leiden in de grootste partij te worden en verder in opvallend veel groeigemeenten (Almere, Nieuwegein, Capelle aan den IJssel, Alphen aan den Rijn, Huizen, Den Helder, Haarlemmermeer, Zoetermeer). D66 lukte dat in Amersfoort en Lelystad.

De lokale partijen behaalden in totaal 661 zetels meer dan vier jaar geleden. De helft van hun totaal kwam terecht in gemeenten in Noord-Brabant en Limburg. In uiteenlopende gemeenten als bijvoorbeeld Hilversum, Oegstgeest, en Langedijk werden plaatselijke groeperingen die eerder niet aan de verkiezingen meededen in één klap de grootste partij; in veel plaatsen elders versterkten ze hun positie, in het bijzonder in gemeenten als Heiloo, Castricum, Oldenzaal, Rijswijk en Etten-Leur.

Ook de Socialistische Partij boekte opvallende resultaten. Zij werd de grootste partij in Schijndel, Boxtel en Vlaardingen en in Zoetermeer de tweede.

De PvdA verloor in de gemeenten in totaal 470 zetels en houdt er 1.822 over. De VVD won er 248 en komt op 1.722. D66 is straks in de gemeenten door 981 raadsleden vertegenwoordigd, tegen 665 na de vorige raadsverkiezingen. GroenLinks boekte een winst van 83 zetels en kwam uit op 383. De gezamenlijke winst van SGP, GPV en RPF was in zeteltal nog groter: 103 zetels, met nu een totaal van 614. De Socialistische Partij steeg met 58 naar 113 raadszetels.