Een heilige plek tussen de heidenen

Aan het berkeboompje naast de deur van de kerk zitten, ternauwernood zichtbaar, de eerste groene scheuten. Binnen is het benauwd. Wierook, natte jassen, warme mensen. Vanachter het koorhek klinkt een ingewikkeld maar krachtig gezang in een toonsoort die voor kenners op zichzelf al een wereld van theologische geheimen vertegenwoordigt. Achter in de kleine ruimte kun je ronde broodjes kopen met een papiertje waarop 'levenden' of 'doden' staat gedrukt. Daaronder wordt de naam ingevuld van geliefden uit beide categorieën, zodat ook zij tijdens de eredienst aanwezig zijn, samen met de biddende parochianen, en natuurlijk de engelen, want die zijn overal. In het kleine kerkje is het werkelijk barstensvol.

Het gezang golft naar buiten, de straat in waar ik woon. Urenlang, op zaterdagavond en zondagmorgen. In de loop der jaren is het almaar luider geworden. Soms stonden de gelovigen tot voor de deur te zingen, zo druk was het de laatste tijd. Afgelopen zondag ben ik er voor het eerst naar binnen gegaan, gewapend met het rapport Secularisatie in Nederland en enige onjuiste veronderstellingen. Zo dacht ik dat de groei van deze Russisch-Orthodoxe parochie wel aan het grote aantal immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie zou zijn te danken. Ik hoorde immers 's zondags steeds vaker Russische kinderstemmen in de straat.

Die gedachte blijkt onjuist. De meeste parochianen zijn bekeerde Nederlanders, die er iets zoeken wat in hun eigen kerken niet - of niet meer - bestaat. Ongeveer eenderde van de gelovigen bestaat uit Russen en de enkele zwarte aanwezigen zijn koptische christenen uit Ethiopië - geen trouwe kerkgangers over het algemeen, maar vader Alexis heeft de afgelopen jaren tientallen van hun kinderen mogen dopen. De ene week zijn de diensten in het Russisch, de andere in de Nederlandse taal. Het gevolg hiervan is, dat steeds een deel van de gelovigen de mis niet volledig kan volgen. Maar dat wordt niet als een groot bezwaar ervaren. “De taal gaat zwaarder wegen”, zegt vader Alexis, “naarmate het geloof zwakker is”.

Wij vieren vandaag de Zondag van de Verloren Zoon en we gedenken de Heilige Kyrill, leermeester der Slaven. Er is bovendien een bijzondere gast: de uit Roemenië afkomstige vader Konstantin, die twee maanden in Amsterdam heeft mogen studeren en zich iedere dag van dit verblijf heeft verbaasd over de manier waarop in Nederland met vrijheid en godsdienst wordt omgegaan. Aan de vooravond van zijn vertrek houdt hij een korte toespraak waarin hij vaststelt dat er in Nederland “een diepe behoefte aan God” bestaat en dat de orthodoxie daarin zou kunnen voorzien.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau denkt daar heel anders over. Volgens het twee weken geleden verschenen rapport over secularisatie gelooft nog maar de helft van Nederland in God en is meer dan de helft buitenkerkelijk. Als dat zo doorgaat is over vijfentwintig jaar driekwart van de bevolking van God los. De afname van het kerkbezoek is volgens het rapport niet te stuiten. De planners adviseren de kerken dan ook om, als ze geen invloed willen verliezen, zich flink bezig te blijven houden met “algemeen maatschappelijke vraagstukken, zoals het vredesvraagstuk dat in de jaren tachtig door het interkerkelijk vredesberaad aan de orde werd gesteld”.

Vader Alexis moet hier om lachen. Hij weet zeker dat de aantrekkingskracht van zijn kerk niets te maken heeft met wat er buiten de eredienst gebeurt. Natuurlijk drinken zijn parochianen ook wel koffie samen en hebben ze belangstelling voor de wereld. Ook zijn er weleens lezingen en bestudeert men de schoonheid der iconen. Maar een kerk die op gezelligheid is gebouwd in plaats van op geloof - daar loopt het vroeg of laat spaak, daar krijgen mensen de overhand, en menselijke conflicten. Het geheim van de orthodoxe kerk is dat ze nooit met haar tijd is meegegaan. De riten zijn sinds de veertiende eeuw niet meer veranderd.

Onbedoeld raakt de voorganger daarmee aan een zwak punt van het planbureau-rapport. Het lijkt iets over godsdienst te zeggen, maar het gaat vooral over de manier waarop mensen hun vrije tijd besteden. Daar kunnen de onderzoekers niet veel aan doen, want dat andere valt per definitie niet te meten. Maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat Nederlanders in de jaren dat onze kerksheid nog bovengemiddeld was meer religieuze gevoelens koesterden en zich daarom spontaan in kerkgenootschappen aaneensmeedden. Het lidmaatschap van een kerk lijkt me eerder de kroon op een maatschappij die uit zichzelf, en om allerlei andere redenen, al hecht en statisch was. Er was op zondag toch geen bal te doen.

Vader Alexis is zelf onkerkelijk opgegroeid. Toen hij nog Alewijn Voogd heette, heeft hij een tijd lang zoekend door de wereld gezworven. Hij werkte als houthakker in het noorden van Zweden toen hij voor het eerst die vreemde muziek uit de Russische kerk op zijn radio hoorde. Zijn fascinatie leidde tot een studie in de Russische taal en -letterkunde, het huwelijk met een Russin en regelmatig bezoek aan de orthodoxe gemeente in Den Haag, die in de vorige eeuw door Anna Paulowna was gesticht. In 1967 werd hij christen, in 1978 priester, in 1973 was de Nicolaaskerk in Amsterdam opgericht. Hij is nu 66, zijn schoonzoon is ook gewijd tot priester en hij zoekt naar een nieuw gebouw, omdat de parochie nog steeds groeit.

Wat vinden mensen in die kerk van hem? Dat wat hij er ook zelf heeft gevonden. Aandacht voor het mysterie. Veel gelovigen hebben meer behoefte aan het beleven van dan aan het praten over God. Ze denken dat je daarvoor in India of bij New Age moet zijn, maar die traditie is ook in de christelijke kerk aanwezig. De orthodoxe theologie probeert het Opperwezen niet in begrippen te vangen. Hij is voor het verstand immers niet kenbaar, alleen maar te omschrijven. Daarom duren de diensten ook zo lang. In de sfeer van de mis is al een beetje voelbaar hoe het straks in de hemel zal zijn. Men is er niet bang dat schoonheid de waarheid verduistert, zoals in de protestantse kerken die alleen maar met woorden verwijzen naar een uitgesteld paradijs. De westerse kerk heeft zijn ritueel gestroomlijnd tot er niet meer dan een kale oefening overgebleven is.

Marketing-technisch blijkt dat nu een fatale beslissing. Maar in die termen denkt vader Alexis niet. Hij zal niet met pamfletten langs de deur gaan, zijn kerk houdt niet van evangeliseren. Als ergens een heilige plek is, komen de mensen van zelf. De kerken lopen leeg, het Planbureau wikt. Alles beweegt, maar één ding is zeker: Hij staat daar ver boven.

    • H.M. van den Brink