Directiekantoor voor Cartier; Jean Nouvels architectuur van het bijna-niets

Gebouw Raspail, 261 Boulevard Raspail, Paris Montparnasse, XIVe arr., métro Raspail. Architect: Jean Nouvel. Opdrachtgever: Verzekeringsmaatschappij GAN. Huurder: Cartier. Bouwtijd: een jaar en vijf maanden. Effectieve oppervlakte: 4000 m2 kantoren en 1600 m2 expositieruimte. Volautomatische parkeergarage voor 123 auto's. Kosten: 100 miljoen franc (33 miljoen gulden); 13.000 franc per m2, afgezien van de parkeergarage.

Op de zevende verdieping is niemand. Kantoorvertrekken in grijs, aluminium en glas. Ik verlies het vaste gevoel onder de voeten. Dit gebouw heeft geen muren. De bureaus staan tussen de boomtoppen. Dichterbij de ramen dreigt de vrije val. Het kantoor begint en eindigt nergens. Er is geen trappenhuis. Hoe kom je hier naar beneden? Wie op de glazen lift wacht, staat voor twee glazen schuifdeuren, waarachter de buitenlucht, de diepte gaapt.

Jean Nouvel, de architect van deze martelkamer, het dinsdag geopende Gebouw Raspail, is zich bewust van de kans dat kantoormedewerkers met hoogtevrees in zijn jongste creatie met een draaiende maag of geblinddoekt hun werk zullen moeten doen. “De Opera in Lyon (in 1993 voltooid, red.) heeft het zelfde effect op sommige mensen. Al mijn gebouwen hebben dat duizelingwekkende. Die ijle ruimte geeft inspiratie, werkt energie los.”

Voor de directie van het juweliersbedrijf Cartier en de stichting voor hedendaagse kunst van de zelfde naam was Nouvel de enige architect die hun nieuwe gebouw kon bouwen. De Fondation Cartier, vanaf de oprichting in 1984 gevestigd op een landgoed in Jouy-en-Josas (Yvelines), even buiten Parijs, kreeg behoefte aan een meer zichtbare aanwezigheid in de hoofdstad. Cartier Frankrijk, de andere bewoner van het gebouw, wilde ook een gebaar maken. Een contrapunt tegenover het wereldwijd bekende imago van rijke deftigheid.

Nouvel ontwierp in Zwitserland al een fabriek en een distributiegebouw voor Cartier en elders hotels, bedrijfsgebouwen, een congrescentrum in Tours en volkswoningbouw in Nmes. Zijn bekendste werkstuk is het Institut du Monde Arabe (1987), het high-tech gebouw aan de Seine dat een in het oog springend monument is voor de band tussen Parijs en de wereld van de islam. In studie is een gebouw voor de Europese Commissie in Brussel, en volgend jaar moeten Nouvel-projecten in Berlijn (voor de Galeries Lafayette) en in Lille (Euralille) worden opgeleverd.

De Cartier Stichting, vertelt directrice Marie-Claude Béau, viert de opening van het Gebouw Raspail met opzet zonder tentoonstelling. Het opvallende architecturale visitekaartje op de Boulevard Raspail volstaat op dit moment. Op 11 mei volgt de eerste tentoonstelling - een ouderwets woord voor een stichting met een jaarbudget van 16,6 miljoen gulden, die steeds minder in affe kunst gelooft: tijdens de vijftig jaar D-Day-herdenkingen in juni hoopt men een Chinese kunstenaar in staat te stellen met vuurwerk in twintig seconden het Kanaal over te steken.

Het Gebouw Raspail is een fenomeen. Sommigen zullen de doos van 5000 vierkante meter glas een ver doorgevoerde persiflage vinden. Voor liefhebbers van Nouvels bouw-kunst van het bijna-niets zal het een bedevaartsoord worden. De meester zelf zegt: “Het is een gebouw zonder details, zonder design. Er is niets. Het is ook geen high-tech. Dit is het gebouw van de openheid, van de mogelijkheden. Dit ontwerp is geen eind maar het begin van een tijdperk. Het is leven zoals het wordt. Le travail sur le presque-rien.”

De basis-plattegrond is uiterst simpel. Van boven gezien: een rechthoek met een oppervlak van 744 m2, waarvan de langste zijden een eindje uitsteken voorbij de hoeken. In de door die flappen enigszins beschutte buitenruimten lopen de enige twee trappenhuizen, in de buitenlucht dus. Weer of geen weer. Nouvel: “Er zijn drie liften.”

Aan de straatkant is het gebouw tegelijk terughoudend en uitnodigend mysterieus. Twee 8 meter hoge glazen schermen, die met stangen aan het gebouw verankerd zijn, trekken de gevellijn van de buurhuizen door. De rooilijn is gerespecteerd, maar het gebouw staat een meter of tien naar achteren. Geheel van glas, gepolijst aluminium en licht staal. Tussen gebouw en straatscherm staat een oude ceder, die volgens de overlevering nog door Châteaubriand is geplant.

Het volume van het gebouw is verraderlijk. Niet alleen geeft de totale transparantie weinig houvast. Het is ook een soort ijsberg in die zin dat acht verdiepingen boven de grond liggen en acht er onder. Het gebouw staat betrekkelijk luchtig in het niet overdreven ruime stadsparkje van 4000 vierkante meter er omheen. De buurt mag na jaren van protest een beetje mee-ademen.

De expositieruimtes zijn op de begane grond (acht meter hoog) en in de eerste kelderverdieping, die gedeeltelijk daglicht vangt door glazen vloersegmenten op de begane grond. Ook daar dus schaatsen voor wie niet gedachteloos over grote doorzichtige plavuizen loopt. De dieptes van Nouvel zijn veelsoortig. Zelfs de traptreden hebben gaten.

Verder onder de grond is de kunstverzameling van de Cartier Stichting veilig opgeborgen. Daar zijn ook de parkeerlagen en de technische ruimtes waar functies worden gecoördineerd die elders in het gebouw niet zichtbaar zijn. Nergens lijken pijpen en leidingen te lopen. Dat vergoot de impressie van een zorgeloos gebouw.

Het Centre Pompidou, met al zijn fabrieksachtige buizen aan de buitenkant, leek een soort einde van de bouwkunst. Gaat dit doorzichtige gebouw volstrekt voorbij aan die functionele eerlijkheid?

Nouvel: “Dit is het tegendeel van het Centre Pompidou. Dat drukte iets uit van de mens in het machinetijdperk. Hier zie je niets, alles is weggewerkt. Wat je overhoudt zijn bewust gekozen elementen, bewust gekozen symbolen.”

Ron Arad, de Israelisch-Britse architect en ontwerper is als eerste uitgenodigd in mei de benedenruimtes te vullen met zijn constructies. Hij is niet zo blij met die beladen leegte. Hij was vol ideeën naar Parijs gekomen. Nu hij het gebouw heeft gezien, kan hij al zijn ideeën weggooien. Hij houdt Nouvel voor dat de blank gesauste werkplaatshallen, waar de Londense Saatchi Collectie in is ondergebracht, hem meer steun geven. “Ik voel me hier helemaal alleen.”

Nouvel, tussen lichte irritatie en leedvermaak: “Je hebt hier honderd procent licht en honderd procent ruimte. Het is aan de kunstenaar daar inhoud aan te geven. Als je alleen wilt zijn, kun je in dit gebouw alleen zijn. Iedere kunstenaar is toch alleen?”

Voor de architect is het Raspail Gebouw zijn tweede bouwwerk in Parijs. “Ik heb me er op geconcentreerd als een karate-beoefenaar: het moest in één klap raak zijn. De opdrachtgever was veeleisend maar het budget bleek ten slotte toch vrij comfortabel. Ik ben vooral blij om dat ik hier trouw aan mijn theorieën heb kunnen zijn.”

Alsof hij op dat moment de kritiek weer hoort van de buurtbewoners, die zich jaren hebben verzet tegen de sloop van het voormalige American Center, dat sinds 1934 op de plek stond, en later tegen geplande volumineuze woningbouw, zegt Nouvel fel: “Het is niet zo dat ik de omgeving negeer. Dit gebouw is geen bot gebaar ten koste van de stad, het wil de stad verrijken, het maakt de geschiedenis van morgen.”

's Morgens heeft Nouvel te horen heeft gekregen dat één van zijn spannendste projecten voorlopig niet door gaat: een 425 meter hoge toren bij La Défense, het modernistische stadsproject in het verlengde van de as Louvre-Champs Elysée-Arc de Triomphe. Zijn 'Toren zonder Eind' zou 105 meter hoger zijn dan de Eiffel-toren en 215 meter hoger dan de kantoortoren van Montparnasse.

“Die toren borduurt in zekere zin voort op dit gebouw. Maar in het klein is deze architectuur moeilijker dan in het groot: bij zo'n toren suggereer je een heleboel dat in feite buiten zicht is. Het Raspail Gebouw is de kunst van het schijnbare, terwijl iedereen ieder detail kan zien. Ik hou er van dat je niet kunt zien hoe het gedaan is.”