De politiek in Amsterdam

“Tegen een paaltje geklapt in het donker”, wijst ROEL VAN DUIJN (De Groenen) op zijn kin. Met de fiets. Zijn kind lag ook op straat, “maar die zingt alweer”. Zelf voelt hij zich nog niet fit. Hij heeft de hele dag niets anders gedaan dan “gestemd en geslapen”. “Ik ben oververmoeid. Daarom ben ik ook tegen dat paaltje gereden.” De laatste tijd heeft hij zich “erg ingespannen” voor de campagne. “Sinds vorige zomer heb ik iedere dag gewerkt.” Toch is hij niet teleurgesteld dat zijn partij een zetel verloor. “Ik denk dat ik maar eens vakantie ga nemen.”

“Het ergste wat me kon gebeuren, is dat ik erin kwam.” F. NAUTA (27) stond zestiende op de PvdA-lijst en zijn vrees werd net niet bewaarheid. “Nu kan ik mijn studie politicologie afmaken.” Dat zijn partij, tegen de verwachting in, twee zetels won “daarvan ga ik gewoon uit mijn dak”. Als hij wel in de raad was gekomen, dan had hij zich ingezet voor opheffing van de sluitingstijd voor cafés. “Na tweeën mogen ze niet meer open zijn. Dat is toch belachelijk als je pretendeert een wereldstad te zijn. Of een werelddorp, voor mijn part.”

'Oude rotten in het vak” noemen F. KOHLER en A. ONSTENK (GroenLinks) zichzelf. “Zij is strijdbaar, veranderingsgezind en eerder volhardend dan modieus”, vindt hij. Zij: “Hij is betrouwbaar, zo van: de aanhouder wint, en een goede leider.” Hij: “We zeggen vanavond alleen maar positieve dingen over elkaar.” Wat ze het leukste vonden van de verkiezingsdag? Hij: “Het stemmen zelf. Dan neem ik mijn kinderen mee, van zes en tien.” Buiten het raadswerk om zien ze elkaar niet. “Als ik vrij ben, wil ik thuis zijn”, zegt hij. Zij vult aan: “Je zit als het ware in elkaars broekzak.”

Haar man dacht dat ze, uit vrees niet in de raad te komen, niet naar het stadhuis durfde te gaan vanavond. “Niets is minder waar.” M. WITTE (73) is lijsttrekker van ECO 2000, een afsplitsting van De Groenen. Ze heeft te weinig stemmen voor een raadszetel, maar dat vindt ze niet erg. “Een politieke carrière zit er voor mij toch niet meer in.” Wel had ze graag willen bewijzen dat je als 70-plusser nog “prestaties kunt leveren”. En voor haar achterban had ze het ook leuk gevonden. “Allemaal vrijwilligers.” Dozen vol taarten heeft ze voor hen meegenomen. “Het wordt hoe dan ook feest.”

“Veertien!” riep ze telkens als er iemand in haar partij ging somberen. Om de moraal hoog te houden. In haar hart geloofde A. GREWEL (PvdA) dat haar partij slechts één zetel extra zou krijgen, maar haar optimisme werd bewaarheid. “Lief en leuk”, vindt ze het dat Ed van Thijn een voorkeurstem op haar uitbracht, zoals hij verklapte voor AT5. Of zij hem zou willen opvolgen als burgemeester? “Ja, natuurlijk.” Ze blijft nog even op het stadhuis, dan gaat ze naar huis de hond uitlaten.

Gisteren was hij even “primair VVD-lijsttrekker”, vandaag is hij locoburgemeester van Amsterdam, en straks hoopt F. DE GRAVE weer “met groot plezier en overgave” wethouder te zijn. Hij zal blij zijn als er een opvolger is voor Ed Van Thijn, want zeker in verkiezingstijd is de combinatie lijsttrekker-locoburgemeester “wel een beetje druk”. Trots is hij op zijn stad omdat er “zoveel Amsterdammers zijn opgekomen”. En dat die verkiezingen zijn partij ook nog winst opleveren, doet hem zichtbaar plezier.

“Gewoon doorgaan. En met de fractie analyseren in hoeverre we ons beleid moeten aanpassen.” R. TEN HAVE (D66) verbloemt zijn teleurstelling over het verlies van zijn partij niet. Maar direct nuanceert hij: “Het roer hoeft niet 180 graden om. Het is een marginale verandering.” Een wethouderspost zit er voor hem niet meer in, deze raadsperiode. “Ergens maak ik een promotie. Het college moet immers doen wat de raad wil.” Ondanks de uitslag gaat hij toch feesten met zijn partij. “Gedeelde smart is halve smart.”

“Onze fractie gaat zo leuk met elkaar om”, giechelt D. PETERS (VVD) terwijl ze zich om de nek van partijgenoot E. BOUMA gooit. “Echt een goede sfeer. Onlangs hadden we een fractieweekend in Boekelo. Hartstikke leuk.” Zij komt voor het eerst in de raad. “Best eng.” Hij heeft “zin om er weer vier jaar tegen aan te gaan”. Een van de belangrijkste problemen voor de komende raadsperiode is de graffiti. “Dat moet uit het straatbeeld verdwijnen.” Zij: “Het is ook belangrijk dat we alles in het werk stellen om een enorme slagvaardigheid te bereiken.”

“Teleurgesteld, ja.” F. NIAMUT, vierde op de CDA-lijst, haalde het nèt niet. “Ik had mezelf in de raad gedacht. In plaats daarvan zijn er racisten in gekomen. Heel triest.” Triest voor zichzelf, want hij moet zijn “politieke perspectief op een lager pitje” zetten. Maar vooral triest voor Amsterdam. Het schoolhoofd, van origine Surinamer, was graag in de raad gekomen om een “identificatiefunctie” te vervullen voor de allochtone jeugd. “Dat ze denken, dàt kunnen we ook bereiken.”

    • Birgit Donker