De kleine raampjes van architect Dudok

Juf Karin Reef gaat voorop, een moeder loopt aan de staart van de kleurrijke stoet. Daartussenin 27 kinderen uit groep zeven van de Lorentzbasisschool. Na een half uur stevig doorstappen arriveren ze bij het Goois Museum aan de Hilversumse Kerkbrink. Borris en Ruben spurten meteen door naar het zaaltje waar hun Dudok-tekeningen hangen. 'Kijk'', glimt Ruben, 'die is van mij''. Van Borris hangen er zelfs twee kunstwerken. Op een rustige, docerende toon legt hij uit wat zijn ontwerp voor zwembad 'De Vlinderslag' nu zo typisch Dudokiaans maakt. Hij vestigt de aandacht op de horizontale rij kleine raampjes, op de toren en op de pilaren bij de ingang: 'Toen het ontwerp af was, had ik zin om er er nog een maken''. Hij wijst naar de al even prachtige tekening ernaast. Over de vraag wat hij later wil worden hoeft Borris niet lang na te denken. Inderdaad: architect.

Het is natuurlijk een hele eer om als tienjarige kunstenaar met je tekening te hangen op een expositie over Willem Dudok, de beroemde Hilversumse gemeentearchitect die vanaf 1918 tot in de late jaren zestig zo bepalend is geweest voor het aanzicht van deze Gooise gemeente. Voor de kinderen van de Lorentzschool is Dudok een vertrouwde naam. Evenals de leerlingen van negen andere Hilversumse basisscholen zitten ook zij in een gebouw dat is ontworpen door de grote bouwmeester. Het Goois Museum heeft naar aanleiding van de tentoonstelling 'Het palet van Dudok' een studieprogramma ontwikkeld voor leerlingen van basis- voortgezet en hoger beroepsonderwijs. Ze werden uitgenodigd om zelf iets te maken dat geïnspireerd is op het gedachtengoed van Dudok. Zevende- en achtstegroepers van een zestal basisscholen werd gevraagd een voorgevel van een zwembad te ontwerpen waar duidelijke Dudok-elementen in verwerkt waren. De hoogsteklassers van drie middelbare scholen konden aan de prijsvraag meedoen met een fotocollage of een 'Dudokiaans object'. Studenten op de afdeling binnenhuisarchitectuur van de Amsterdamse Rietveldacademie tenslotte mochten hun gedachten de vrije loop laten over het bekende raadhuis van Dudok. Door op deze manier samen te werken met het onderwijs hoopt het Goois Museum het cultureel erfgoed onder de aandacht van de jongeren te brengen en ze te attenderen op het bijzondere van veel gebouwen die ze dagelijks zien.

Als alle 27 kinderen op de stoelen zijn neergestreken vraagt museummedewerkster Alice Geysel aan Mandy of ze iets over haar tekening wil vertellen. 'Nou, ik ben eerst om onze school heen gelopen en heb alles goed bekeken'', zegt ze. 'Wat me opviel waren de lange lijnen in de muren.'' Ze wijst op de horizontale strepen op de voorgevel van het door haar ontworpen zwembad. Ook de toren is typisch iets voor Dudok weet Mandy, net zo goed als de rijen met kleine raampjes. 'Een statig ontwerp'', zo vat Alice Geysel het oordeel van de jury samen. 'Maar hoe vond Dudok eigenlijk dat een school eruit moest zien?'', vraagt ze aan de kinderen, 'moest die ook statig zijn?'' De vingers gaan de lucht in. 'Nee, juist gezellig'', denkt de een. 'Je moet het er leuk vinden'', zegt een ander. Alice Geysel vertelt dat Dudok zoveel mogelijk 'op kindhoogte' wilde bouwen: 'Voor de kleuters moeten de ramen dus laag zitten, voor de grotere kinderen hoger.'' Als aan het eind van het gesprek nog even alle Dudok-kenmerken op een rijtje worden gezet, steekt een meisje haar vinger op: 'Ik heb vlak bij het afkickcentrum een gebouw gezien van okergele steen, maar dat stond niet in het Dudokboek.'' Een mooi moment voor museummedewerkster Geysel om uit te leggen dat sommige latere architecten 'wel eens van Dudok hebben afgekeken'.

Als de ene helft van de groep zich een beetje verveeld ophoudt bij een te hooggegrepen videofilm over de Hilversumse bouwmeester ('Kan-ie niet op RTL4? Da's veel spannender.'') gaan de andere kinderen naar de zolder waar ze met pen en papier langs de tentoonstelling 'Het palet van Dudok' worden geleid. Ze maken kennis met de door Dudok speciaal vervaardigde, langgerekte baksteen ('Hilversums formaat') en moeten het verschil tussen Dudoks huis en dat van Frank Lloyd Wright beschrijven. Dat lukt allemaal nog wel, maar 'wat is in hemelsnaam sociale woningbouw'', zo vragen de tienjarigen zich wanhopig af.

Terug op school praat directeur John Heuvelman met liefde en trots over zijn 'aanstormend monument'. 'Of je verbouwt het goed of je breekt de boel af'', luidde het motto van het schoolhoofd ten tijde van de renovatie. En hij dook vervolgens in de archieven. De school is grotendeels weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht, waar aanpassingen aan de moderne tijd nodig waren werd gezocht naar de meest acceptabele oplossing. Zoals de deuren van de klaslokalen, die voorzien waren van een hoog rechthoekig raam waar de bovenmeester als een cipier een blik doorheen kon werpen. Nu zijn in de deuren drie ramen onder elkaar aangebracht; een voor de kleuters, een voor de grotere kinderen en een op ooghoogte van de meesters en juffen. 'Een heel Dudokiaanse oplossing'', stelt John Heuvelman tevreden vast, 'daar hebben we ook met de leerlingen over gepraat. We willen ze oog geven voor de waarde van dit gebouw. Kinderen hebben een goed gevoel voor details.''

Dat kan niet altijd gezegd worden van de gemeente is de ervaring van Heuvelman. 'Men ziet weliswaar het belang in van Dudoks architectuur, maar om financiële redenen is men nogal snel geneigd om met zijn erfenis te marchanderen. Als wij er niet zo hardnekkig bovenop hadden gezeten was er van dit gebouw veel verloren gegaan'', zegt het schoolhoofd.

In de gang boven hangen de tekeningen die niet geselecteerd zijn door de jury van het Goois Museum. Subtropische zwemparadijsen met weelderige waterglijbanen, daar had de Hilversumse bouwmeester zelfs in zijn stoutste dromen niet aan durven denken. 'Dudokkio', noemt Mike zijn ontwerp, maar Joost dacht meer aan 'Aquadudok'.

    • Michaja Langelaan