Breed verzet in Frankrijk tegen minimumjeugdloon; Balladur voor zware krachtproef

PARIJS, 3 MAART. Vandaag had de dag van de harmonie moeten worden. Frankrijks minister-president Balladur hoopte met werkgevers en werknemers een gezamenlijke aanpak van de werkloosheid te kunnen vaststellen. Maar de kranten en de straten staan vol met bezwaren en bezwaarden. De onverwacht brede verzetsgolf betekent een nieuwe krachtproef die Balladur dit keer niet uit de weg gaat.

Het voorstel dat de gemoederen verhit is de invoering van een plan dat jonge werklozen (ten minste zes maanden) aan een baan helpt voor tachtig procent van het minimumloon. In ruil voor die korting van twintig procent voorziet het bij decreet afgekondigde plan in een vorm van begeleiding die de inpassing in de werkomgeving moet vergemakkelijken.

Alle vakbonden en politieke partijen van links lopen te hoop tegen de aantasting van het minimumloon, maar ook in de centrum-rechtse coalitie klinken allerlei bezwaren. Een vanmorgen gepubliceerde enqûete geeft aan dat 55 procent van de Fransen tegen is, en 36 procent voor. Leerlingen in het hoger beroepsonderwijs zijn furieus: hen is altijd voorgehouden dat zij een opleiding moeten volgen om verder te komen dan leeftijdgenoten zonder aanvullend diploma.

Gedupeerde diploma-bezitters en vakcentrales vrezen dat de regering de werkloosheidscijfers wel gaat drukken, maar ten koste van de gekwalificeerde werknemers. Het wordt voor bedrijven aantrekkelijk goed opgeleide werklozen tegen gunstige voorwaarden in dienst te nemen zolang het plan toestaat, om hen vervolgens te vervangen door een nieuwe instroom van soortgenoten.

Premier Balladur lijkt vastbesloten niet te zwichten voor het verzet. Hij heeft het afgelopen half jaar iets te vaak bakzeil gehaald: de grote Air France-staking in oktober betekende zijn eerste terugtocht, later moest hij de volgestroomde boulevards van Parijs beloven het privé-onderwijs niet te zullen bevoordelen - ook zo'n totempaal in Frankrijk -, de boeren en de vissers werden voorlopig afgekocht en nu staat hij tegenover een breed front dat de sociale verworvenheid van het minimumloon te vuur en te zwaard verdedigt.

Balladur weet dat opnieuw door de knieën gaan een einde kan maken aan zijn imago van onaantastbare bestuurder, de rechtvaardige verzoener van sociale tegenstellingen, de logische opvolger van president Mitterrand. Na de protesten eerder al 'hypocriet' te hebben genoemd, greep de minister-president vandaag naar de pen. Op de voorpagina van Le Monde schrijft hij een opinie-stuk onder de titel 'De moed en de waarheid'.

De kopstukken van werkgevers en werknemers, die vanochtend om tien uur op zijn ambtspaleisje bijeen kwamen voor een in dit land uitzonderlijke uiting van overlegeconomie hadden bij het ontbijt dus nog even de opvatting van hun gastheer kunnen lezen. Wie het gewraakte plan een simpel minimumjeugdloon noemt, is te kwader trouw, aldus Balladur.

Waarna een schets volgt van de jeugdwerkloosheid in Frankrijk: vier keer zo hoog als in Duitsland, twee keer zo hoog als in Groot-Brittannië. Een gevaarlijke ontwikkeling, in tien jaar gegroeid, naar het huidige kwart van de jeugd dat niet werkt. De regering neemt nu concrete stappen om die mensen aan ervaring en zelfverdiend inkomen te helpen, en wat doet de oppositie: die komt met 'steriele debatten' en 'valse beloftes'.

Het ziet er niet naar uit dat de grote bonden, die net als de socialisten en de communisten in het parlement een bescheiden rol spelen in de meeste nationale debatten van dit moment, de kans niet laten lopen hun potentiële achterban op te warmen. Juist tegen een achtergrond van grote algemene werkloosheid (meer dan drie miljoen), zit de angst er goed in. Degenen die wel kunnen werken, willen des te liever vasthouden aan verworven inkomensniveaus, ook boven het minimumloon.

Daarbij komt dat Balladur een heilig punt raakt. Schafte hij tijdens de eerste links-rechtse samenwerking als minister van financiën de vermogensbelasting af, nu komt hij aan de onaantastbaarheid van het minimumloon. Uit de enquête van vanmorgen blijkt het minimumloon ook een grote symbolische betekenis te hebben voor velen die aanzienlijk meer verdienen. Grappig genoeg zijn de jongeren om wie het gaat minder tegen het voorstel dan de Fransen als geheel.

Balladur heeft er meer dan eens op gezinspeeld dat hij graag zou afrekenen met de rigiditeiten in het Franse sociale systeem. Maar voorzichtig, en liefst in overleg. Met zijn voorkeur voor het harmonie-model is hij een vreemde eend in de bijt in een land met een zekere hang naar leiderschap van bovenaf. Soms zou de vergelijking met Nederland, met zijn getrapt minimumjeugdloon en zijn SER-cultuur, de discussie hier kunnen verlevendigen. Minder werklozen heeft Nederland overigens niet.

    • Marc Chavannes