Abstracte werken imponeren met aanstekelijke vitaliteit; Andy Warhols brutale grandeur

Tentoonstelling: Andy Warhol. De abstracte werken. T/m 1/5 Kunsthal Rotterdam, Westzeedijk 341. Di-za 10-17u, zo 11-17u. Engelstalige catalogus ƒ 49,50. T/m zo 6/3 dagelijks 14.30u Warhol films. Zo 6/3 13.30u: lezing Anna Abrahams over de films.

De naam Andy Warhol is synoniem met pop art. Begin jaren zestig maakte hij furore met gezeefdrukte schilderijen van dollarbiljetten, Campbell's Soup blikjes, elektrische stoelen, Elvissen en Marilyns. Dankzij de monotone herhaling van deze overbekende beelden die hij onveranderd overnam uit de massamedia, is het werk nog steeds controversieel. Is het een radicale kritiek op de leegte van de Amerikaanse consumptiemaatschappij of juist een verheerlijking? Warhol was een meester in het geven van ontwijkende antwoorden. “Als je alles over Andy Warhol wilt weten,” zo zei hij eens in een interview, “kijk dan naar het oppervlak van mijn schilderijen en films en mijzelf, dat ben ik. Er zit niets achter.”

Maar wat blijft er van Warhol over zonder de oppervlakkige pop-ikonen waaraan hij zijn roem te danken heeft? Verrassend veel, zo blijkt uit de tentoonstelling van zijn abstracte werken in de Rotterdamse Kunsthal. Ik werd overrompeld door het formaat en de brutale grandeur van deze schilderijen die Warhol de laatste tien jaar van zijn leven, tussen 1977 en 1987, maakte. Sommige zijn meer dan vier meter hoog, de grootste is zelfs tien meter breed. In de enorme ruimte van de Kunsthal krijgt deze monumentaliteit een extra accent.

Net als in de jaren zestig produceerde Warhol, als hij zelf of dankzij iemand anders een geschikt motief had gevonden, de abstracte schilderijen in series. In de Kunsthal zijn zes series te zien. Ze worden kortweg aangeduid als de Camouflage, Rorschach, Garen, Eieren, Schaduw en Oxidatie schilderijen. De laatste benaming, 'Oxidation', is een eufemisme voor Piss Paintings. In 1977 vroeg Warhol assistenten en bezoekers van zijn Newyorkse Factory om een plas te doen op schilderijen die bedekt waren met koperverf. Het resultaat, fraaie groen uitgeslagen vlekken en 'drippings' op een koperkleurige ondergrond, is een satire op 'Jack-the-Dripper' Pollock die verf op grote doeken liet druipen die hij op de grond had gelegd. Warhol moest niets hebben van de ruige macho-cultuur van Amerikaanse abstract expressionisten als Pollock, die in de jaren vijftig de kunstwereld beheersten. In zijn boek POPism. The Warhol '60s beschrijft hij hun quasi-diepzinnige discussies die gepaard gingen met overvloedig drankgebruik en vechtpartijen als een soort horror-stories die hem toch fascineerden. Ook in de serie Yarn (Garen), die in opdracht van een Italiaanse textielfabrikant werd vervaardigd, levert Warhol met kleurige gezeefdrukte kluwens garen commentaar op Pollocks bewogen heroïek.

Ondanks Warhols advies om er vooral niets achter te zoeken, voel je je door zijn werk voortdurend uitgedaagd om dat juist wel te doen. Zeker de Camouflage en Rorschach series lijken voor dit doel gemaakt. Militaire camouflagepatronen moeten de vijand misleiden, terwijl de grillig gevormde, maar symmetrische vlekken van de Zwitserse psychiater Rorschach als test dienen om de diepste zieleroerselen van een patiënt te onthullen. Warhol, wiens bijnaam Drella was (een samenvoeging van Dracula en Cinderella), heeft er een satanisch plezier in om met betekenissen te spelen. Schrille, afstotende kleurcombinaties (de Camouflage serie) en zeer decoratieve (de zwarte en goudkleurige vlinderachtige vormen van de Rorschach serie) wisselen elkaar af en geven aan het geheel een aanstekelijke vitaliteit.

Is dit nog kunst of is het een disco-decor, zoals Warhol zelf de Schaduw schilderijen afdeed? Voor sommigen is Warhols werk een van de hoogtepunten van de moderne kunst, voor anderen is hiermee het punt bereikt waarop de kunst werd overgenomen door handige reclame-jongens (Warhol was in de jaren vijftig een succesvolle illustrator). Voor mij blijft het toch kunst, al gaat het beslist te ver om, zoals de catalogus doet, de gestileerde plantvormen en het 'all-over' effect van de Camouflage Paintings zonder ironie te vergelijken met de verfijnde waterlelies van Monet.

Het is een goed idee om deze betrekkelijk onbekende abstracte schilderijen in een tentoonstelling bijeen te brengen. Ze maken duidelijk dat Warhol ook zonder plaatjes hetzelfde effect weet te bereiken: verwarring.