Woorden die niet gesproken worden

Voorstelling: Een vrouw van niets (A woman of no importance) van Alan Bennett. Spel: Jasperina de Jong. Vertaling: Coot van Doesburgh. Decor: Erik van der Palen. Regie: Lodewijk de Boer. Gezien: 1/3 in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag.

Ze zingt niet en ze danst niet. Jasperina de Jong speelt dit seizoen solotoneel: twee monologen uit de BBC-serie Talking heads van enkele jaren geleden, waarin Alan Bennett diverse actrices een vrouw op het lijf schreef. Het zijn de woorden - en de lading die in die woorden wordt gelegd - waar het om gaat; van handeling is vrijwel geen sprake. Maar meer nog dan dat zijn het de woorden die niet gesproken worden, omdat zo'n vrouw die, naar Engels gebruik, niet over de lippen zou kunnen krijgen.

De eerste, oorspronkelijk als A woman of no importance gespeeld door Patricia Routledge, gaat over een vrouw die met de moed der wanhoop uit elk signaal van haar omgeving afleidt hoe belangrijk en onmisbaar ze is - ook, en vooral, uit de signalen die helemaal niet zo bedoeld zijn. Ze staat op een kantoor aan het hoofd van het kopieerapparaat en weet alles van ieders huiselijke omstandigheden, gezondheid en gewoonten. Honderduit praat ze, meestal over volstrekte trivialiteiten. En als ze in het ziekenhuis belandt, gedraagt ze zich nog net zo. “Ik heb de meeste kaarten gekregen van mijn kant van de zaal,” zegt ze. Tot het niet meer gaat.

In de voorbeeldige vertaling van Coot van Doesburgh heet ze juffrouw Schothorst, want zo heten zulke juffrouwen. Ook verder is haar betoogtrant, zoals die door Alan Bennett met duizend typerende details werd opschreven, geheel intact gebleven. En ze wordt door Jasperina de Jong met alle vereiste precisie tot leven gewekt, onnadrukkelijk, bijna vlak en tenslotte met een stem die uit een andere wereld lijkt te komen. In de uiterst genuanceerde regie van Lodewijk de Boer wordt hier met alle égards een vrouw geportretteerd die haar treurige bestaan blijft ontkennen tot de dood erop volgt.

Na de pauze is de toon iets lichter, maar de zorgvuldigheid van regie en spel niet minder. De tweede hoofdpersoon is de vrouw van een dorre dominee, die zich weliswaar enig sarcasme over haar echtgenoot permitteert en een stout avontuur met de meneer van de nachtwinkel beleeft, maar tenslotte toch weer in het gareel belandt. Maggie Smith speelde die vrouw destijds met ingehouden melancholie. Jasperina de Jong maakt haar iets meisjesachtiger in haar ondeugende streken en daardoor ook iets minder tragisch. Maar wat blijft, is het wonder dat Bennett erin slaagt zonder één onvertogen woord die dominee op vernietigende wijze te ontmaskeren, alleen maar door zijn vrouw bijna achteloos over hem te laten vertellen. En in de vertaling heet de organist in de kerk meneer Minnebroer! Altijd zal ik kerkorganisten zo blijven noemen.