Van Thijn laakt overheidsbeleid met allochtonen

DEN HAAG, 2 MAART. Minister E. van Thijn (binnenlandse zaken) is ontevreden over het minderhedenbeleid van het kabinet.

Hij vindt dat premier Lubbers en vice-premier Kok suggereren dat er iets mis is met minderheden. “Als men er over praat, praat men over plichten. Met een dikke streep onder plichten.”

Van Thijn zegt dat in een interview met het weekblad De Groene Amsterdammer van deze week. “Ook politici generaliseren een eind weg: migranten, asielzoekers, illegalen, criminelen. Er is ook niemand die het minderhedenbeleid echt verdedigt. Ja, Jan Pronk en Hedy d'Ancona, maar niemand van de politieke kopstukken”, aldus Van Thijn.

De minister vindt dat de overheid rond het vraagstuk van asielzoekers “op tilt is geraakt, in paniek is en van het ene incident in het andere rolt”. Volgens Van Thijn zet niemand het vraagstuk neer vanuit de grondgedachte solidariteit.

“Je kunt, als je op bezoek gaat in de oude wijken, drie dingen doen. Mensen naar de mond praten met huilerige verhalen dat het afgelopen moet zijn met de positieve discriminatie. Je kunt ook naar de mensen toegaan met allerlei technocratische verhalen over restrictief beleid en twee promille aan nodige woningen. Maar je kunt ook een beroep doen op de solidariteit en zeggen: 'Ja mensen, het is lullig, maar je kunt vluchtelingen niet in de kou laten staan”, aldus de bewindsman. Op de vraag of hij meent dat Hans Kombrink met zijn uitspraken dat buitenlanders worden voorgetrokken, het standpunt van de PvdA verwoordde, wees Van Thijn op “partijgenoten die anders gebekt zijn”, zoals Karin Adelmund. De bewindsman ontkent dat er in Nederland positieve discriminatie bestaat.

Van Thijn meent ook dat er “zonder interactie, zonder visie en mompelend” wordt bestuurd. “Het kabinet neemt een besluit. Lubbers rent even naar perscentrum Nieuwspoort en licht een tip van de sluier op, waar vaak niemand een touw aan kan vastknopen, en dan gaat ieder zijns weegs. Zo gaat het op gemeentelijk niveau ook.”