Stern krijgt straks uitzicht op Arafats residentie

Het ontwapenen en ontruimen van nederzettingen in de bezette gebieden - dat stellen de Palestijnen als voorwaarde voor de voortzetting van de onderhandelingen. Ze voelen zich bedreigd na de moordpartij door een zwaarbewapende kolonist vorige week vrijdag in Hebron. Van de 12.000 kolonisten uit Israel is er maar een kleine minderheid die het heilig vestigingsrecht met de wapens in de hand verdedigt.

JERICHO, 2 MAART. “Hier beneden moeten straks een half miljoen Palestijnen komen wonen, op een steenworp afstand.” Terwijl hij naar beneden staart, moet Yosef Stern er zelf even om glimlachen. Vanaf het plein voor de school van de Israelische nederzetting Mitzpe Jericho reikt het hallucinerend panorama tientallen kilometers in het rond. Aan de overkant ligt het Jordaanse bergmassief als een decor tegen de horizon geplakt, in de diepte strekt zich de bezette Jordaanoever uit, rechts de Dode Zee, links Jericho. Het is het gebied van de Westelijke Jordaanoever dat in de onderhandelingen voor het grootste deel in Palestijnse handen moet komen. Als de plannen doorgaan heeft Stern straks uitzicht op het dak van de nieuwe residentie van Yasser Arafat in Jericho.

Zestien jaar geleden werden de eerste huisjes in Mitzpe neergezet, niet meer dan barakken eigenlijk, maar inmiddels bestaat het dorp uit eenvoudige, stenen villa's en eensgezinswoningen. De inwoners zijn overwegend modern-orthodoxe joden: gelovig, maar niet direct aan een partij gebonden en zeker geen aanhangers van extremistische bewegingen. “Ik veroordeel zonder enig voorbehoud een bloedbad zoals in Hebron is aangericht”, zegt Stern, “Net zoals ik de bloedbaden veroordeel die tegen de joden zijn aangericht.”

Net als bij de meeste Israeliërs bestaat er onder de kolonisten afschuw over de aanslag, maar ook ergernis over de reacties. In alle vertoon van verontwaardiging zijn de Palestijnen wel erg vergevingsgezind tegenover de wandaden in hun eigen kring, zo luidt de kritiek. “De eerste keer dat Palestijnse leiders en de bevolking publiekelijk een aanslag op joden veroordelen moeten we nog meemaken”, zegt Stern. “Integendeel, als dat gebeurt gaan de mensen hier zingend en dansend de straat op.”

De kolonisten hebben na de aanslag van afgelopen vrijdag extra reden om op hun hoede te zijn. De kwestie van de nederzettingen is weer boven op de Palestijnse agenda komen te staan. De afgelopen dagen was het dan ook zeer onrustig in de Jordaanvallei, zegt Stern, een 34-jarige kolonist die nu zes jaar met zijn vrouw en kinderen in Mitzpe woont. Zelfs in Jericho, waar de Palestijnse bevolking nu niet direct bekendstaat als de meest rebelse, braken gevechten uit tussen demonstranten en het leger.

De nederzettingen in bezet gebied, ooit speerpunt in Israels veiligheidspolitiek, voelen zich bedreigd. Bedreigd door de onberekenbaarheid van de hen omringende Palestijnen, wier gedrag van de ene op de andere dag kan omslaan. Bedreigd ook door de onberekenbaarheid van de eigen Israelische regering, die al eerder blijk gaf een deel van de nederzettingen te willen opofferen aan het vredesakkoord. De vrees bestaat dat onder druk van de omstandigheden verdere concessies aan de Palestijnen zullen worden gedaan.

Mitzpe, waar 130 families wonen, heeft vooralsnog geluk gehad, zegt Stern. In de nieuwe kaarten die nu worden getekend blijft het omringende gebied in Israelische handen. “We zitten hier nog een eind weg van de eerste Palestijnen en ik zie ze hier niet zo snel naar boven klimmen”, grapt Stern, terwijl in de gapende diepte onder ons een patrouillerende helikopter in de lucht hangt.

Voor de nederzetting Na Amea - beneden in het dal, even voorbij Jericho - liggen de zaken heel wat minder gunstig. Na Amea zal in de toekomst volledig omsloten raken door Palestijns gebied. Alleen de autoweg via Jericho naar Jeruzalem blijft onder bewaking van het Israelische leger. In Na Amea bestaat de vrees voor een totale chaos na de ervaring van de afgelopen dagen. “Het is ongelofelijk als je ziet wat hier in de omgeving is gebeurd. En dan is het gebied nog niet eens in Palestijnse handen”, zegt Sarit Parks (34) in haar nieuwbouwwoning aan de rand van de nederzetting. Vanuit haar woonkamer kon ze de afgelopen dagen het geknal van de geweren in Jericho horen en de rook van de brandjes boven de stad zien hangen. Zelf bleef ze in de nederzetting, haar man Marcus heeft haar werk in de nabijgelegen broeikassen overgenomen.

Een dertigtal jonge families woont in Na Amea, vrijwel iedereen werkt in de landbouw. Aan religie wordt niet of nauwelijks iets gedaan: de meeste kolonisten kwamen om in het gunstige klimaat een bestaan als boer en tuinder op te bouwen. Tomaten, paprika's en aubergines worden op de omliggende akkers verbouwd. Sarit Parks kweekt rozen, waarvan het grootste deel wordt geëxporteerd naar Aalsmeer. Zeker een miljoen dollar heeft ze de laatste twee jaar geïnvesteerd om kassen te bouwen, de Israelische regering sprong bij met investeringspremies. “Eerst werden we aangemoedigd om hier te komen werken”, zegt Sarit, “En nu worden we met dezelfde vaart weer afgedankt.”

Marcus Parks, een blonde Brit uit de buurt van Manchester, komt in zijn verschoten spijkerbroek terug van de kassen. De situatie is moeilijk, verklaart hij, er is een enorme achterstand. De Palestijnse werkers die ze in dienst hebben, hielden het vrijdag halverwege de dag voor gezien. Sindsdien worden geen rozen meer gesneden en verpakt. Vandaag heeft hij het risico van de stenenregen getrotseerd en de werkers persoonlijk met een busje uit het dorp gehaald en langs de militaire afzettingen geloodst.

Een enorme dreun galmt door het dal en doet het huis op zijn grondvesten schudden. Marcus en Sarit Parks moeten lachen als ik geschrokken uit mijn stoel opveer. Zelf kijken ze niet op als een straaljager vlak boven de grond de geluidsbarrière doorbreekt. Er zijn andere kwesties die voortdurend in hun hoofd rondspoken. Zoals het sociale isolement, nu hun vrienden hen niet meer durven komen opzoeken. En wat er in de toekomst moet worden van de zaak, het huis en de familie.

Ondanks de toenemende druk - de nederzetting heeft sinds enige tijd een psycholoog ingehuurd - denken ze er niet aan te vertrekken. “De regering kan straks wel met een bepaalde vergoeding komen, maar dit is onze plek”, zegt Sarit Parks. “Moeten we straks weer helemaal opnieuw beginnen? We hebben iedere druppel zweet geïnvesteerd om hier iets op te bouwen.”

“Hoe het hier op dit moment is?” Michael Leenstra (26) uit Naaldwijk hoeft er niet lang over na te denken. “Kut, ik kan het niet anders zeggen. We kunnen geen kant op hier.” De laatste vijf jaar verbouwde Leenstra druiven en dadels op het land rondom Na Amea. Als de regering met een aantrekkelijk bod komt en ander bouwland ter beschikking stelt, is hij zo vertrokken. “Ik zie mijn toekomst hier niet meer. Ik heb geen zin om straks een kogel door mijn kop te krijgen of dat mijn kinderen iets overkomt.” Samen met zijn vriend Shlomo Joanne besprak hij net hoe belachelijk het eigenlijk is dat ze hun Palestijnse vrienden een paar kilometer verderop in Jericho niet kunnen opzoeken zonder het risico in een stenenregen te belanden. Shlomo, afkomstig uit Israel en in dienst geweest, legt zijn Baretta-pistool op de keukentafel. Tot nu toe heeft hij het niet hoeven te gebruiken, maar hij zal niet snel de deur uitgaan zonder zijn vuurwapen. “Hoe vaak is het hier niet gebeurd dat hier iemand overhoop gestoken is door een Palestijn met wie hij al jaren goed bevriend dacht te zijn? Kijk wat er nu in Jaffa en Tel Aviv gebeurt, midden in Israel nota bene. Palestijnen die er al jaren wonen en volledig zijn ingeburgerd, gooien plotseling met stenen. Dat had toch ook niemand verwacht?”

Kolonisten bewapend met Uzi's ontbreken in het straatbeeld van de nederzettingen rondom Jericho. Er is een bewapende wacht aan de poort en verder is de hele nederzetting natuurlijk omringd met prikkeldraad. Maar niemand maakt er een geheim van dat er veel wapens in omloop zijn. De Palestijnse leider Faisal Husseini heeft de regering voor de keuze gesteld: óf de nederzettingen ontwapenen óf de Palestijnen bewapenen. Terwijl aan kolonisten vlot een wapenvergunning wordt verstrekt, kan het bezit van een fruitmesje bij een Palestijn al aanleiding zijn voor arrestatie, zo is de klacht. “Hoeveel joden zijn al niet vermoord met fruitmesjes?”, zegt druivenkweker Moty Sarid (47). Twaalf jaar woont hij nu in Verid Jericho, een kleine nederzetting van 35 niet-religieuze families, waar hij eigenhandig zijn bedrijf en zijn huis uit de grond stampte. Hoewel Verid net binnen de grens van het Israelisch gebied ligt houdt Sarid er rekening mee dat het Palestijnse territorium in de toekomst wel eens verder zijn richting zal oprukken. “Als het voor de vrede werkelijk nodig is, ben ik bereid mijn huis en bedrijf op te offeren. Ik heb geen zin om me hier dood te vechten.”

“Je ziet meer en meer mensen met pistolen rondlopen”, zegt Yosef Stern, boven op de heuvel. Zelf heeft hij geen wapen. “Het gebruik van geweld zou een overheidsmonopolie moeten zijn. Maar het is een doelbewuste politiek van de Israelische regeringen geweest om die verantwoordelijkheid uit handen te geven.” Aan de ene kant wordt de kolonisten geleerd om hun eigen hachje te verdedigen en aan de andere kant heeft de regering ermee ingestemd dat er straks beneden aan de heuvel een Palestijnse politiemacht staat. Dat is vragen om problemen, want voor Stern lijdt het geen twijfel dat de nieuwbakken Palestijnse agenten voor een belangrijk deel dezelfde mannen zijn die nu worden vrijgelaten uit de Israelische gevangenissen.

Veel kolonisten op de bezette Jordaanoever wijzen er overigens op dat niet alleen zij, maar ook de lokale Palestijnse bevolking de komende tijd met de nodige spanning tegemoet zien. De komst van de landbouwbedrijven is een bron van seizoenwerk en zeker voor de intifadah was Jericho voor joden, moslims en christenen een populaire plaats om in het weekeinde een hapje te eten. Niet alleen dreigt die ontwikkeling te stagneren, ook bestaat de vrees dat alsnog korte metten wordt gemaakt met Palestijnen die zich volgens de nieuwe bewindvoerders wat al te nauw hebben ingelaten met de bezetters.

Veel vertrouwen dat onder leiding van Arafat een gematigder koers ingeslagen zal worden is er niet onder de kolonisten, zeker niet na de onlusten in de afgelopen dagen. “In de moskeeën wordt nog steeds het in zee drijven van de joden gepredikt”, zegt Stern. “Wat de Palestijnen met 27 jaar oorlog niet hebben bereikt, dreigen ze nu via de diplomatie binnen te halen.”

    • Steven Adolf