Sombere prognose rap achterhaald

De werkelijkheid kan de fictie overtreffen en zeker de prognose. Dat blijkt nu uit het werkloosheidsniveau in Nederland. De meest sombere prognoses zijn in rap tempo achterhaald. In negatieve zin, wel te verstaan. Het aantal werkloosheidsuitkeringen, voorspelde het kabinet in september, zal in 1994 een na-oorlogs record van 715.000 bereiken. Recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geven aan dat dit getal al in 1993 niet alleen werd bereikt, maar in december zelfs ruimschoots werd overtroffen: 740.000. Hoger was het aantal werkloosheidsuitkeringen nog nooit.

De stand van de economie is aan vele factoren af te meten: werkgelegenheidsontwikkeling, groei of daling van het bruto binnenlands produkt, het niveau van de investeringen, enzovoorts. Onderbelicht als indicator is vaak het aantal faillissementen. Wie in somberheid wil vervallen, moet daar eens naar kijken. De gegevens van het CBS vertonen in dit opzicht al maandenlang een stijging die niet af te stoppen lijkt. In 1993 kwam het aantal faillissementen uit op 6428, ten opzichte van 1992 een toeneming met 27 procent. In de eerste maand van dit jaar werden 534 faillissementen uitgesproken, alweer een stijging (18 procent ten opzichte van januari 1992). Deze eeuw was er alleen aan het begin van de jaren tachtig een groter aantal faillissementen te registreren.

Geografisch zijn er grote verschillen. Zo waren de provincies Friesland en Groningen met stijgingen van respectievelijk 44 en 41 procent negatieve uitschieters; buurprovincie Drenthe daarentegen hield de toename van het aantal faillissementen tot één procent beperkt. In de Randstad waren er duidelijke verschillen tussen Zuid-Holland (40 procent) en Noord-Holland (17 procent).

De groei van het aantal faillissementen deed zich in alle bedrijfstakken voor, maar relatief het meest in de landbouw en visserij, de transportsector, bij opslagbedrijven en bij communicatiebedrijven. Ook de industrie kwam met 35 procent stijging boven het landelijk gemiddelde. Zou het toeval zijn dat er ook een branche is waarvan 60 procent van de bedrijven hun omzet in het vierde kwartaal van 1993 zag stijgen en 31 procent een groei voorziet voor het eerste kwartaal van dit jaar? Het betreft hier de economische adviesbureaus.

Zoveel bedrijven die op de fles gaan - zonder dat ze net zo spectaculair de publiciteit halen als bij voorbeeld voorgenomen massa-ontslagen bij Fokker - dat laat zijn sporen na in de werkloosheidscijfers. Die zijn vooral de laatste maanden van 1993 sneller gestegen en kwamen in de tweede helft van het jaar op een gemiddelde stijging van 8.000 werklozen per maand. In de periode november 1993-januari 1994 was het aantal geregistreerde werklozen zelfs 116.000 hoger dan een jaar geleden.

Dit alles bij een bruto binnenlands produkt (BBP) in Nederland dat in 1993 toch nog een lichte groei heeft doorgemaakt. Het CBS kwam deze week met het definitieve cijfer, een economische groei van 0,3 procent, nadat het eerder een groei over het vorig jaar van 0,1 procent had berekend. Van een officiële recessie is in Nederland in 1993 geen sprake geweest, omdat in maar één kwartaal, het eerste, sprake was van een economische krimp. Dit in tegenstelling tot in de meeste omringende landen.

Wie troost put uit andermans leed kan goed terecht bij Duitsland, waar het BBP in 1993 met 1,9 procent is gedaald. Zo'n terugval hebben ze daar sinds de oliecrisis van de jaren zeventig niet gekend. Wie beseft dat de teruggang van de economie in Duitsland een belangrijke oorzaak is van de stagnatie in Nederland, begrijpt hoe schraal de eventuele troost is.

Voor vertroosting is het beter te vluchten naar de groeicijfers van de horeca in Nederland, die het CBS vorige week bekend maakte. Restaurants en café's zagen hun omzet met respectievelijk 1,7 en 3,6 procent stijgen.

Er zijn ook andere, meer betekenisvolle tekenen van herstel. Zoals de aanwijzingen dat de recessie in (West-)Duitsland haar dieptepunt achter de rug heeft, al wordt er nog nauwelijks groei verwacht. Ook de conjunctuurindicator van De Nederlandsche Bank geeft voor de periode tot en met april voor Nederland een opleving aan, die mede gebaseerd is op een voorzichtig Duits herstel.

De twijfel of er van meer sprake is dan van marginale verbeteringen blijft nochtans. Politieke partijen zijn al blij als ze erin slagen over vier jaar 100.000 nieuwe banen te hebben geschapen. Daarmee blijft de discussie of het tijd wordt voor 'De Grote Ommekeer' levend. In een debat dat NRC Handelsblad recentelijk organiseerde bleken mensen als Philips-topman Timmer, topambtenaar Geelhoed (economische zaken), Rabo-bankier Wijffels en hoogleraar/ondernemer Van der Zwan gezamenlijk in een alarmfase te zijn aangeland met een pleidooi om een comité van buiten de politiek de economie te laten redden.

In ESB, het blad van het Nederlands Economisch Instituut, neemt hoofdredacteur L. van der Geest hun pleidooi over om zo'n onafhankelijke club van zwaargewichten op te richten, zoals ten tijde van de recessie in de jaren 1978-1982 de Commissie-Wagner aan de slag ging. “Zij doorbrak de politieke patstellingen en bereidde de weg voor waarlangs het eerste kabinet-Lubbers aan de slag kon.”