Richting van EU wordt door uitbreiding niet duidelijker

Door uitbreiding zal de richting die de Europese Unie uitgaat er niet duidelijker op worden. De lidstaten lijken echter ieder zo hun eigen motieven te hebben het 'gevoel bij Europa te horen' over het continent te verspreiden.

Wat levert het lidmaatschap van de Europese Unie de Zweden, de Oostenrijkers en de Finnen op? Zweden en Oostenrijk worden 'netto-betalers': ze zullen meer aan de EU bijdragen dan ze aan subsidies terugkrijgen. In 1999 moet Zweden jaarlijks een netto bedrag van 750 miljoen gulden aan EU-contributie gaan betalen. De aspirant-leden gaan jaarlijks samen 1 miljard gulden aan de Unie betalen. Maar wat krijgen ze daarvoor terug?

Zweden, Oostenrijk en Finland horen al tot de Europese Economische Ruimte (EER), waarbinnen het vrije verkeer van goederen, kapitaal met de EU, uitgezonderd landbouwprodukten, geregeld is. Nieuw is dat bij toetreding ook landbouwprodukten vrij verhandeld mogen worden en daar zitten de Zweedse, Oostenrijkse en Finse boeren, die de Europese concurrentie met moeite het hoofd zullen kunnen bieden, niet op te wachten. De Finse minister van buitenlandse zaken Haavisto noemde de steun voor zijn boeren die de EU ter compensatie heeft toegezegd, gisteren al onvoldoende.

De Zweedse ambassadeur in Nederland, Sillén, zegt dat de economische voordelen van het lidmaatschap wel degelijk boven dat van de EER uitstijgen. “Voorheen had Zweden alleen een adviserende rol, nu zitten we aan tafel en hebben we invloed op de besluitvorming.” Zweden, Finland en Oostenrijk mogen na toetreding meebeslissen over de Europese regels voor het economische verkeer en zich bemoeien met het Europese vervoersbeleid, het luchtvaartbeleid, de verdeling van de 'structuurfondsen' en de richtlijnen voor bijvoorbeeld het kleurstofgehalte in jam en de grootte van komkommers. Bovendien zullen ze deel uit gaan maken van de Europese Monetaire Unie.

Volgens Sillen is voor Zweden, vanouds zo gesteld op zijn neutraliteit, deelname aan het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie ten minste zo belangrijk. “In Joegoslavië hebben we al blijk gegeven van die betrokkenheid. Wij hebben bijna hetzelfde aantal VN-soldaten geleverd als Nederland.” De Zweedse neutraliteit, die bijna tweehonderd jaar lang gekoesterd werd, wordt niet spoorslags afgezworen, maar met het verdwijnen van het Sovjet-blok, zijn de Zweden minder huiverig geworden zich aan West-Europa te verbinden. Sillén zegt dat Zweden wel een eigen defensiepolitiek wil blijven voeren.

Vooralsnog lijkt Zweden zich aan het Europese buitenlands beleid geen buil te kunnen vallen. Een oproep van de Franse minister van Europese zaken Lamassoure tot “intensivering” en “uitbreiding” van de gemeenschappelijke buitenlandse politiek en de verwoede pogingen van EU-bemiddelaar Lord Owen om pan-Europese daadkracht uit te stralen tijdens de vredesonderhandelingen over Bosnië in Genève, konden niet verhullen dat de lidstaten waar het buitenlandse politiek betreft verdeeld zijn. De nieuwe leden hoeven in ieder geval niet bang te zijn meegesleept te worden in een al te daadkrachtig buitenlands beleid; beslissingen op dit gebied kunnen in de ministerraad altijd door eén land geblokkeerd worden. Het lijkt vooral het gevoel 'bij Europa te horen' te zijn, dat lidmaatschap van de EU aantrekkelijk maakt. Of, zoals Sillén het formuleert; het gevoel dat “Europa zonder Zweden niet compleet is”.

Wat betekent de uitbreiding voor de Unie? Naast de hogere jaarlijkse inkomsten, vooral organisatorische chaos. Spanje dat met de toetreding van de vier (kleine) landen een verschuiving van het politieke zwaartepunt in noordelijke richting vreest, wil bij aanpassing van de stemverhoudingen in de ministerraad het principe handhaven dat drie grote landen met 23 stemmen een beslissing kunnen blokkeren. Daarmee zou de Zuideuropese 'olive- belt'-alliantie (Spanje, Italië, Griekenland) niet aan macht hoeven inboeten. Met de nieuwe lidstaten, moet het aantal commissarissen worden uitgebreid, maar de huidige achtien wordt al teveel gevonden. Er komen drie nieuwe talen bij, dus nog meer tolken en vertalers en ook het Europees parlement, dat nu al klaagt over een te kleine behuizing in Straatsburg, moet uitgebreid worden.

Groot-Brittanië en Denemarken zullen van de problemen die de uitbreiding voor Brussel als 'superoverheid' betekent, niet wakker liggen. De supranationale EU kan deze landen niet groot en vaag genoeg zijn. Nederland is met de toetreding van de drie 'gelijkgezinde' Scandinavische landen ook niet ontevreden. De kleine landen zullen na de uitbreiding in de meerderheid zijn. De Franse minister van Europese zaken, Lamassoure, zei gisteren na het akkoord met Zweden de uitbreiding te zien als een mooie stimulans voor de ontwikkeling van het Europees buitenlands beleid, het Franse stokpaardje. Duitsland ziet de toetreding van de vier landen als het voorportaal voor de uitbreiding van de EU naar Oost-Europa, en dat kan het land niet snel genoeg gaan. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus kinkel, moedigde gisteren de Hongaarse premier Peter Boross al aan het EU-lidmaatschap maar snel aan te vragen.