Rekkens instituut heeft tekort van 1,2 miljoen; 'Ongebreidelde geldsmijterij'

REKKEN, 2 MAART. De Koningin Wilhelmina School (KWS) in Rekken heeft als gevolg van het jarenlang financieel wanbeheer van haar vroegere directeur een tekort van 1,2 miljoen gulden. Dat blijkt uit mededelingen van directeur P. de la Chambre van het aan de school verbonden justitieel internaat De Marke.

De la Chambre en de interim-directeur van de KWS hebben in spoedoverleg met de onderwijsvakbonden en de onderwijsinspectie afgesproken dat zij op 1 april een reorganisatieplan op tafel zullen leggen aan de hand waarvan over de toekomst van de school en haar 50 personeelsleden wordt gepraat. Het lijkt onvermijdelijk dat er ontslagen gaan vallen, aldus De la Chambre.

De arbeidsovereenkomst tussen oud-directeur H.V. en de school is inmiddels op verzoek van het schoolbestuur door de rechtbank in Enschede ontbonden. De Enschedese kantonrechter achtte onder meer bewezen dat er 'op de school sprake was van een ongebreidelde geldsmijterij met gemeenschapsgelden'. V. heeft volgens dit vonnis bij het financieel beheer van de school 'volledig gefaald'. De oud-directeur heeft na de ontbinding van zijn contract wachtgeld aangevraagd bij de Informatiseringsbank in Groningen. De Informatiseringsbank doet aan derden geen medelingen over dit soort uitkeringen. Volgens V. zelf is hem echter te verstaan gegeven dat hij een goede kans op toekenning van het wachtgeld heeft.

De wantoestanden binnen de KWS in Rekken kwamen vorig jaar aan het licht door een op verzoek van het schoolbestuur opgesteld rapport van de hand van journalist Ton Elias. Vooral directeur H.V. moest het daarin ontgelden. Hij werd verantwoordelijk geacht voor 'de spilzucht' in de instelling, waar 'verschrijvingen' en torenhoge declaraties aan de orde van de dag waren en van pedagogisch beleid absoluut geen sprake was. Eind vorige maand bleek uit een rapport van F.G. Kordes, voormalig president van de Rekenkamer, dat ook het schoolbestuur het een en ander te verwijten viel, vooral het feit dat het niet eerder had ingegrepen.

De uitspraak van de rechtbank in Enschede is in overeenstemming met beide bevindingen. Volgens het vonnis was er 'van een eenvormig, geleid, en consistent beleid op velerlei terreinen binnen de school geen sprake'. Door vele goedgeefse bronnen aan te boren, is 'de verhouding tussen doel en middelen volledig zoek is geraakt', zo stelde de rechtbank. 'Uit de stukken valt geen andere conclusie te trekken dan dat V. de rol van collectant even goed beheerste als die van Crolsus en zich steeds verder heeft verwijderd van accuratesse en zakelijkheid.' V. heeft dus in de woorden van de rechtbank 'volledig gefaald', al tekent de rechter aan dat uit de stukken niet valt af te leiden of hij zich 'opzettelijk valselijk heeft bevoordeeld'. De stukken, aldus de rechtbank, roepen eerder het beeld op van 'de goed heilig man, die de grenzen van de realiteit heeft overschreden (..) en gaandeweg niet alleen anderen maar ook zichzelf pakjes is gaan uitdelen'.

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd door de rechtbank vanwege dit alles 'redelijk' bevonden en toegekend. Toch krijgt de oud-directeur een schadevergoeding van 50.000 gulden. Want ook het schoolbestuur (het bestuur van de J.H. Fonteinstichting) is 'ernstig in gebreke gebleven'. Volgens de rechtbank 'kan de schuld voor deze financiële janboel niet alleen op de schouders van V. worden gelegd'. Het bestuur heeft vooral geen goede controle uitgeoefend. Daarnaast heeft het volgens de rechtbank 'volstrekt overbodig de publiciteit gezocht en dusdoende V. nodeloos openbaar in diskrediet gebracht'.

De L.H. Fonteinstichting moet de 50.000 gulden schadeloosstelling aan V. uit de eigen kas betalen. Voor het wachtgeld waarop de oud-directeur aanspraak maakt hoeft de stichting echter niet op te draaien. Wachtgelden worden door het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen betaald. V. oriënteert zich naar eigen zeggen op een nieuwe baan in het onderwijs.

    • Frank Poorthuis