Privatisering ABP: meer koopkracht hogere ambtenaar

DEN HAAG, 2 MAART. De privatisering van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds heeft tot gevolg dat de koopkracht van de best betaalde ambtenaren in 1995 met bijna 3 procent stijgt. De koopkracht van een ambtenaar met een modaal inkomen (48.000 gulden) neemt volgend jaar met bijna een procent afneemt. Ambtenaren met een twee keer modaal inkomen zien hun koopkracht met 0,7 procent stijgen.

Dat blijkt uit berekeningen van het ministerie van binnenlandse zaken, die zijn gemaakt voor de behandeling van het wetsvoorstel dat de privatisering van het ABP op 1 januari 1996 financieel regelt. Daarvoor dient het wetsvoorstel voor 1 mei van dit jaar in de Staatscourant te staan. Het wetsvoorstel wordt waarschijnlijk deze maand nog in de Tweede Kamer behandeld.

Het ABP verzorgt het pensioen voor ongeveer 480.000 mensen. De privatisering van het pensioensfonds (belegd vermogen 175 miljard gulden) wordt gecombineerd met een wijziging van het systeem van aanvullende pensioenen en vervroegde uittreding. Hierdoor ontstaan de koopkrachtmutaties.

De totale ABP-premie (pensioen, WAO en VUT) moet worden verhoogd van 9,6 tot 19 procent. Dat schreef de commissie-Pont vorig jaar in een advies over de privatisering. De premiestijging is noodzakelijk om tekorten bij het ABP weg te werken. Zonder aanpassing van de premie kan het ABP niet aan de toekomstige financiele verplichtingen voldoen.

Bij de privatisering krijgt het fonds een 'negatieve bruidschat' van het kabinet mee. Dat is een erfenis van de jaren tachtig, waarin het ABP profiteerde van de hoge reele rente (na inflatie). Er kwam meer geld binnen dan nodig was voor de verplichtingen. Om deze overschotten af te romen stelden het eerste en tweede kabinet-Lubbers de premie bewust te laag vast: 8,8 in plaats van 17,75 procent. Sinds 1982 scheelde dit het ABP in totaal ongeveer 22 miljard gulden aan premie-inkomsten. Zo verdween de 'overreserve' als sneeuw voor de zon. In plaats daarvan ontstond een tekort van ruim 30 miljard gulden.

Om de VUT in de toekomst te kunnen blijven financieren, moet de premie worden verhoogd. Deze hogere premie levert volgend jaar al een nadeel op van 0,8 procent. Maar de hogere VUT-premie wordt voor de hogere salarissen gecompenseerd door een veel lagere pensioenpremie. Op termijn levert het een voordeel op van ongeveer 2 procent.

De positie van ongehuwde ambtenaren verslechtert ten opzichte van de huidige situatie. Ongehuwden krijgen op dit moment van het ABP een iets hoger (aanvullend) pensioen dan gehuwden. In het convenant dat de vier vakcentrales vorig jaar sloten met de minister van binnenlandse zaken is opgenomen dat vanaf 1 mei, wanneer het pensioenregime vooruitlopend op de privatisering wordt aangepast, voor gehuwden en ongehuwden dezelfde franchise geldt. De franchise is het deel van het salaris waarover geen aanvullend pensioen wordt verzekerd omdat de AOW daarin voorziet. Dit heeft tot gevolg dat de ouderdoms- en nabestaandenpensioenen van gehuwden worden verhoogd.