Minder kiezers in steden gaan stemmen

PAG.3: VERKIEZINGSNIEUWS

ROTTERDAM, 2 MAART. Ongeveer 11.510.000 inwoners van Nederland, waaronder ongeveer 290.000 buitenlanders, mogen vandaag hun stem uitbrengen. Eerste peilingen wezen er vanochtend op dat de opkomst met name in de steden lager zal zijn dan vier jaar geleden.

Bij de vorige raadsverkiezingen, in maart 1990, bracht 62,3 procent van de kiezers hun stem uit. Naar verwachting zal de opkomst dit jaar aanmerkelijk lager zijn en misschien onder de vijftig procent zakken. In de grote steden leek de opkomst vanochtend die voorspelling te steunen. Op het stadhuis van Amsterdam kwam vanmiddag twintig procent van de stemgerechtigden opdagen. Dat voorspelt niet veel goeds voor de opkomst, volgens R. van Essen van de afdeling verkiezingen in de binnenstad. “Tussen de 35 en de 40 procent”, zo schat hij. Bij de raadsverkiezingen in 1990 was de opkomst in Amsterdam 50,7 procent.

Een peiling van de Utrechtse dienst burgerzaken bij een twintigtal stembureaus om tien uur wees uit dat de opkomst dit jaar lager is dan andere jaren. “We hebben wel de indruk dat de niet-Nederlanders vrij fors gebruik maken van hun stemrecht”, aldus een woordvoerder.

In Den Haag had vanmorgen om elf uur een kwart van de stemgerechtigde allochtonen hun stem uitgebracht. Dat bleek uit een peiling van de Regionale Steunfunctie Allochtonen (RSA) bij een aantal stembureaus in Den Haag. Een woordvoerder zei te verwachten dat ruim zeventig procent van de allochtonen hun stem zouden uitbrengen. Bij vijftien van de 252 stembureaus in Den Haag werd het aantal stemmers geteld. Om twaalf uur had 16 procent van de kiezers zijn stem uitgebracht.

Pag.3: Opkomst platteland lijkt stabiel

In Rotterdam wees een peiling van de afdeling voorlichting vanochtend op een lagere opkomst, maar ook hier brachten veel allochtonen hun stem uit. Rond twaalf uur had in de Boerhaavestraat in Charlois een kwart van de kiezers een stem uitgebracht, maar de helft van de kiezers was daar ouder dan zestig jaar. In 'De Tamboer' in de wijk Crooswijk was nog maar drie procent komen opdagen. Het gemiddelde opkomstpercentage was om half tien vijf tot zes procent, maar varieerde sterk per stembureau.

Buiten de Randstad wijzen de eerste prognoses op een een gelijke of lagere opkomst. Het platteland lijkt het aantal stemmers vaak gelijk te blijven. Zo is in het Zeeuwse vissersdorp Arnemuiden rond twaalf uur 28 procent van de stemgerechtigden al komen opdagen. “Als het zo doorgaat”, berekent B. de Ridder, fractievoorzitter van het CDA, “komen we aan het eind van de dag uit op een percentage van 80 tot 85 procent. En dat is dan net zo veel als de afgelopen jaren, want toen zaten we op 84 en 83 procent.”

Op stembureau nummer 22 in de Arnhemse wijk Klarendal hebben om half tien precies 73 van de 2003 stemgerechtigden gestemd. Bij de laatste verkiezingen werd een opkomstpercentage van 35 procent gemeten.

In het algemeen is de opkomst in het noorden van het land dezelfde of iets minder dan vier jaar geleden. In Leeuwarden viel de opkomst nog tegen, de prognose is dat het aantal stemmers ongeveer 10 procent lager zal liggen dan vier jaar geleden (62 procent). In de gemeente Heerenveen wordt op basis van de eerste opkomstpercentages uitgegaan van een opkomst van ongeveer 58 procent. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 bedroeg dat nog 67,47 procent. In de stad Groningen is de opkomst redelijk. In 1990 was de totale opkomst 59,6 procent in de stad. Er wordt uitgegaan van een zelfde opkomstpercentage. De gemeente zendt de hele dag spotjes op de regionale zender Radio Noord uit om mensen te bewegen te gaan stemmen.