Kremer doet weer wat hij wil

Concert: Gidon Kremer (viool) en Martha Argerich (piano). Programma: Alfred Schnittke, Gratulationsrondo, Ludwig van Beethoven, Vioolsonates opus 30 nr.2, opus 96 en opus 47 'Kreutzer-sonate'. Gehoord: 1/3, Concertgebouw, Amsterdam.

De serie concerten rond Gidon Kremer die het Amsterdamse Concertgebouw dit seizoen organiseert, heet niet voor niets Carte Blanche. Kremer mag spelen wat hij wil. En dus werd het programma met vioolsonates van Beethoven dat de violist gisteravond met pianiste Martha Argerich zou uitvoeren kort van tevoren gewijzigd. Voor de Sonate opus 30 nr. 3 kwam de veel bekendere Kreutzersonate in de plaats en het concert opende met het eveneens niet aangekondigde Gratulationsrondo van Alfred Schnittke.

Wie dacht dat Schnittkes eigentijdse compositie een breuk zou vormen met de taal van Beethoven kwam bedrogen uit. Het wonderlijke stuk zou noot voor noot door de jonge Beethoven geschreven kunnen zijn. Schnittke bedacht een elegant thema en bouwde er een keurige rondovorm omheen. De Russische componist mag in zijn muziek graag verwijzen naar andere stijlen, maar in Gratulationsrondo klinkt geen noot meer die aan Schnittkes eigen muziek herinnert.

Na deze merkwaardige exercitie in geschiedvervalsing kwam de echte Beethoven op de lessenaar. Kremer en Argerich zijn beide krachtige muzikale persoonlijkheden en de confrontatie tussen hun stijlen leidde tot eigenzinnige vertolkingen. In de twee sonates voor de pauze kwamen vooral de contrasten naar voren. Kremer hield de noten bedachtzaam tegen het licht. Hij speelde zijn partij met terloopse, vegende gebaren als van een schilder die een eerste schets opzet. Het spel van Argerich klonk doortastender - soms fel en kordaat, dan weer zacht en zangerig, maar altijd met een duidelijke kern in de klank. De boventoonrijke, doorschijnende toon van Kremer verdween soms helemaal in het verzadigde geluid van de vleugel. Af en toe leek het alsof Kremer de pianopartij van Argerich begeleidde in plaats van andersom.

Deze verschillen in timbre waren in de Kreutzersonate veel minder opvallend. Kremer liet zijn bespiegelende houding varen en werd aangestoken door het gedreven spel van Argerich. Zijn toon werd er wat vleziger van. Op haar beurt voorzag Argerich wervelende passages van Kremer van fluisterzacht commentaar. De magistrale manier waarop beide musici elkaar in de variaties van het middendeel thema's en figuren toespeelden, maakte ondanks alle verschillen duidelijk hoezeer hun muzikale opvattingen met elkaar zijn vergroeid.

Als toegift speelden Kremer en Argerich een salonstukje van Kreisler en een tango van de Argentijnse accordeonist Astor Piazzolla. Misschien bedoelde Kremer de tweede toegift als een verwijzing naar het laatste concert in zijn serie. Op 27 mei zal de violist met het Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw namelijk een stuk van Theo Loevendie spelen dat volgens de componist het karakter van een tango heeft. Ook Guus Janssen schreef speciaal voor dit concert een compositie, die geënt is op de stijl van de Hot Club de France, het kwintet dat werd opgericht door Django Rheinhardt en Stéphane Grappelli.

    • Peter Peters