Kapitaalmarkt in verwarring

AMSTERDAM, 2 MAART. Na een adempauze van bijna drie maanden heeft de Bundesbank een minimale verlaging van het belangrijkste geldmarkttarief in Duitsland, het Repo-tarief doorgevoerd. In de 11 voorgaande weken had de Duitse centrale bank door middel van zogenaamde 'Mengentenders' het tarief vastgesteld op 6,0 procent. Deze week konden de banken echter inschrijven op een zogenaamde 'Zinstender'. Bij een 'Zinstender' kunnen de banken zelf aangeven tegen welke rentevoet zij Repo's wensen te ontvangen. De Bundesbank bepaalt vervolgens het minimale tarief waartegen zij bereid is toe te wijzen. Omdat de Duitse banken tamelijk krap bij kas zaten, durfden zij klaarblijkelijk niet veel onder het oude tarief te bieden. Uiteindelijk wees de Bundesbank het merendeel van de Repo's toe tegen een tarief van 5,98 procent.

Op het eerste gezicht lijkt deze minimale verlaging niet relevant. In het licht van de recente gebeurtenissen op de obligatiemarkten (sterk fluctuerende en per saldo fors stijgende rente) is het feit dat de Bundesbank juist nú een rentedaling op de geldmarkt toestaat, echter niet van betekenis ontbloot. Zij wil daarmee de hoop op lagere geldmarkttarieven levend houden, teneinde de lange rente zo laag mogelijk te houden. Dit signaal had zij twee weken ook al gegeven met de verlaging van het disconto twee weken geleden. De laatste weken boekt zij echter weinig succes met dit beleid. De stijgende rente in de VS (onder invloed van een sterke economische groei en toenemende angst voor inflatie) en 'dramatische' geldgroeicijfers in Duitsland (januari: 20,6 procent) lijken thans de stuwende factoren achter de stijging van de lange rente te zijn. De Duitse inflatievertraging is daarentegen geen thema (februari: 3,3 procent, januari: 3,5 procent, december: 3,7 procent). Niettemin bestaat er onzes inziens uitzicht op een terugkeer van de kapitaalmarktrente in ons land tot ruim onder de 6 procent. De hoge geldgroei wordt namelijk voor een belangrijk deel bepaald door incidentele factoren, terwijl de inflatie verder zal vertragen. Bovendien is het geen wetmatigheid dat de rentevoeten van Duitsland en de VS een parallel patroon vertonen. Historische ontwikkelingen tonen aan dat een divergerend verloop mogelijk is.

In tegenstelling tot de heftige fluctuaties van de kapitaalmarktrente, bleef de geldmarktrente in de verslagweek nagenoeg stabiel. Zo moest vanmorgen voor driemaands interbancaire deposito's circa 5,33 procent worden betaald, tegen 5,35 procent een week geleden. Het kortste geldmarkttarief, de daggeldrente, liep iets op van 5,4 tot 5,5 procent. De toename van de beleningsomvang met 0,2 miljard gulden (tegen het onveranderde tarief van 5,5 procent) en de verlaging van de geldmarktkasreserve met 3 miljard gulden (beide per 28 februari), bleken net niet voldoende om de verkrappende werking (uit hoofde van de reguliere eindemaands belastingbetalingen) te compenseren. De ontsparing op het contingentsberoep is daardoor met 0,2 punt opgelopen tot 1,0 procent.

Bron: Economisch Bureau ING Bank