Israel beperkt vrijheid van extremistische kolonisten

JERUZALEM, 2 MAART. De Israelische autoriteiten hebben de bewegingsvrijheid van tientallen joodse kolonisten in de nederzetting Kiryat Arba en in Hebron beperkt. Hoewel ze niet binnenshuis behoeven te blijven, mogen ze zich niet vertonen in Hebron en omgeving. De maatregel is genomen om verdere escalatie van de gewelddadigheden tussen kolonisten en Palestijnen te voorkomen. Vorige week vrijdag schoot een joodse kolonist in een moskee in Hebron enkele tientallen Palestijnen dood.

Ook vanmorgen, nadat het Israelische leger het uitgaansverbod in Hebron en in de Gazastrook had opgeheven, duurde de confrontatie tussen de Israelische politie en opstandige Palestijnen voort. Daarbij werd in Hebron een 17-jarige Palestijnse jongen door een Israelische legerpatrouille neergeschoten. In de stad vielen zeker tien gewonden. In de Gazastrook raakten 22 Palestijnen gewond. Bij de zwaarste botsingen sinds jaren in Jericho is vanmorgen één dode gevallen, twintig mensen raakten gewond. Sinds de aanslag van afgelopen vrijdag zijn zeker twintig Palestijnen en twee Israeliërs gedood.

Leiders van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO kritiseerden vanmorgen de Amerikaanse president Clinton, omdat hij niet duidelijk stelling heeft genomen tegen de joodse nederzettingen in de bezette gebieden en onvoldoende steun geeft aan de Palestijnse behoefte aan internationale bescherming. Saeb Erekat, een hoge Palestijnse onderhandelaar, zei dat Clinton voortdurend met procedurele voorstellen komt voor de plaats van onderhandeling, maar de Palestijnen op essentiële punten niet steunt. Clinton stelde voor de besprekingen tussen Israel en de PLO te verplaatsen van Kairo naar Washington.

Erehat kritiseerde ook de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher. “Het ministerie van buitenlandse zaken is nog Israelischer dan de Israeliërs”, aldus de PLO-man. Hij wees erop dat voor een hervatting van de dialoog tussen Israel en de PLO eerst de veiligheidssituatie ter plaatse gewijzigd dient te worden.

De Israelische minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, verklaarde eerder dat Israel weliswaar bereid is een “internationale aanwezigheid” in de bezette gebieden te accepteren, maar dat het niet akkoord kan gaan met de legering van buitenlandse militairen op de Westelijke Jordaanoever of in de Gazastrook, zoals de PLO wil.

De Amerikaanse minister Christopher noemde PLO-leider Arafat gisteren “onmisbaar” voor de vrede in het Midden-Oosten. Tegenover een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zei de minister dat Arafat hem verzekerd had dat hij een Palestijnse delegatie naar Washington zou sturen, maar dat hij “daarvoor nog wat tijd nodig had”. De bedoeling is dat dit de aanzet wordt tot de hervatting van het overleg tussen Israel en de PLO over de toekomst van de Gazastrook en het gebied rondom Jericho. Christopher wees er verder op dat de veiligheidsbelangen van Israel niet mogen worden aangetast en hij prees premier Rabin als “een magnifiek leider in moeilijke tijden”.

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is gisteren het debat over de situatie in de door Israel bezette gebieden voortgezet, maar zicht op een resolutie was er nog niet. Een PLO-vertegenwoordiger verklaarde: “Ik heb het gevoel dat we wat verder komen, maar er is pas overeenstemming als er overeenstemming is.”

Israel heeft als gebaar van goede wil meer dan 500 Palestijnse gevangenen vrijgelaten. In totaal zitten er nog meer dan achtduizend Palestijnen achter Israelische tralies. (Reuter, AP, AFP)