Guus Rekers en de oude traditie van de verteller; Een goed verhaal gaat over goed en kwaad

Een van de eerste kinderboeken die Guus Rekers aan zijn dochter gaf ging over de muis Frederik.

Frederik was een echte uitvreter. Toen de sneeuw begon te vallen, had hij dan ook geen wintervoorraad aangelegd. Frederik had niets te eten. Toen begon hij maar verhalen te vertellen en daarop overleefde Frederik de winter. “Hij was dan misschien een uitvreter, maar hij was wel een dichter”, zegt Rekers nu.

Toen hij jaren geleden begon als verhalenverteller lag een toneelnaam voor de hand: Frederik de Verteller. Van huis uit is Rekers neerlandicus. Hij werkte in de jaren zestig bij de televisie en daarna in de toneelwereld en het kunstonderwijs. Nu treedt hij op als Frederik de Verteller in schouwburgen en theaterzalen, voor patiënten in psychiatrische inrichtingen en voor kleine gezelschappen. Want verhalen vertellen is niet alleen iets voor kinderen. De ervaring van Rekers is dat jong, maar vooral ook oud al snel met open mond zit te luisteren.

Hij heeft een stem die gemaakt lijkt te zijn voor het vertellen van verhalen: diep en vol, met een rijk timbre, waarbij je je makkelijk kunt voorstellen dat mensen alleen al daardoor geboeid gaan luisteren, Zo'n charismatisch stemgeluid is meegenomen, volgens Rekers, maar hij benadrukt dat het om het verhaal gaat, niet om de verteller. De verteller moet sober aanwezig zijn, met weinig gebaren. “Je moet jezelf gedeisd houden, zo weinig mogelijk tussenbeide komen. Daarom gebruik ik zo weinig mogelijk adjectieven, want dat zijn meningdragers.”

In tegenstelling tot andere vertellers die als een acteur een verhaal exact naspelen en -vertellen, improviseert Rekers. Hij heeft een groot aantal oude motieven en thema's in zijn hoofd opgeslagen en begint op basis daarvan te vertellen. Een goede verteller moet daarom vooral beschikken over verbeeldingskracht, meent hij. “Ik ben opgegroeid op instituten en kostscholen. Daar verkeerde ik altijd in groepen, ik had geen speelgoed. Ik had alleen mezelf. Al vanaf heel vroeg heb ik geleerd mijn verbeeldingskracht te gebruiken. Later ben ik veel gaan reizen in de Sahara. Daar heb je nog echte verhalenvertellers, als een soort oud-testamentische nieuwsdienst. Bij die orale traditie heb ik me aangesloten.”

Door zijn improviserende verteltrant zal een verhaal bij hem nooit twee keer hetzelfde zijn. De omstandigheden, de sfeer en zijn gehoor bepalen tot op zekere hoogte het verloop. “De uitvinding van het schrift heeft de illusie gecreëerd dat verhalen vastliggen”, zegt hij. “Maar dat is nooit zo. Iedereen is voortdurend bezig verhalen te vertellen, afhankelijk van degene die je voor je hebt. In de traditie van Homerus is Penelope een brave trouwe tuthola, die omringd door vrijers al breiend wacht op de terugkeer van Odysseus. Maar dat is niet de mythische gedaante van een vrouw als Penelope. Dat mag Homerus zo geschreven hebben, daarom ben ik nog niet verplicht me daar aan te houden. Ik vertelde een keer het verhaal van Odysseus toen ik een vrouw in de zaal zag zitten: dat is Penelope, dacht ik ineens. Ik heb me toen een idee gevormd over de omstandigheden waarin zij leefde, en ik heb het verhaal om haar heen geweven. Of ze het in de gaten had, weet ik niet. Maar de mensen die er zitten, horen allemaal tot je materiaal.”

Rekers gaat uit van een bepaalde structuur, een thema of een aantal feiten. Maar vervolgens bewandelt hij als het ware een weg met talloze zijpaden zonder te weten waar hij uitkomt. “Als de situatie er om vraagt, stop ik een zijlijn in het verhaal. Dat kan overigens heel riskant zijn. Ik heb een keer gehad dat ik tamelijk ver zo'n zijpad was ingegaan. Ik raakte echt verdwaald. Toen heb ik maar gekozen om imposant naar niks te gaan kijken en onderwijl bad ik tot de goden dat ze me weer op een spoor zouden brengen. Voor mijn gevoel heeft dat eeuwig geduurd. Maar uiteindelijk kwam ik toch tot een afronding. Na afloop kwam er iemand naar me toe die vertelde vooral onder de indruk te zijn geweest van 'die pauze'. Terwijl het op niets anders was gebaseerd dan paniek.”

Het repertoire van Rekers bestaat uit talloze verhalen: Poe-achtige horrorstories, erotische verhalen, en vooral mythen en sagen. Zijn voorkeur gaat uit naar 'grote' verhalen, Arabische en Keltische verhalen, verhalen uit het Sanskriet, of uit de Griekse mythologie. “De mythologie heeft een ongelofelijk contrast tussen pikzwart en verblindend licht met heel scherpe schaduwen. In dat gebied tussen licht en donker, tussen goed en kwaad, kun je heel genuanceerd arceren. Medea die haar kinderen vermoordt, godallemachtig! Niobe die nadat haar kinderen door haar schuld allemaal gestorven zijn, haar hele leven huilt! Dat zijn hele sterke metaforen. Die zijn deel van het leven, dat maken wij ook mee. Moord en doodslag, haat en nijd, diepe vernedering, totale verlorenheid.”

Het vertellen van verhalen kan leuk, licht en poëtisch zijn, maar voor Rekers heeft het ook een serieuze ondergrond. Zowel bij het vertellen als het luisteren staan verbeeldingskracht, onderscheidingsvermogen en het geheugen centraal. “Dat zijn dingen die je overal mee kunt nemen, ook als je niets meer hebt. Dat zijn de accu's waarmee je kunt overleven. Een van de eerste dingen die Stalin deed nadat hij aan de macht kwam, was het uitmoorden van de verhalenvertellers. Dat is de angst voor de kracht van de verbeelding. Door verhalen te vertellen kun je zorgen dat overlevingsaccu's zoals verbeeldingskracht intact blijven. Je kunt mensen attenderen op die enorme kracht. Tegelijk bevordert het ook het onderscheidingsvermogen. Goede verhalen roepen altijd een rechter in ons wakker, je moet onderscheid maken tussen goed en kwaad. Iedereen heeft de neiging om te kiezen voor de rotzak die slim is. Iedereen kiest voor Odysseus, de arglistige. En kijk maar eens naar de populariteit van Reinaart en Klein Duimpje.”

Een goed gevuld theater of een klein familiegezelschap, Rekers heeft niet echt een voorkeur. Hoewel, één voorkeur heeft hij toch wel. Op uitnodiging van een madame die haar klanten wat extra vermaak wilde bieden, vertelde hij een tijd lang verhalen over de liefde in een bordeel. “Een echt goed bordeel is een ideale locatie om verhalen te vertellen, want daar draait het bij uitstek om verbeeldingskracht en slimheid. En om het wachten natuurlijk. Er wordt heel veel gewacht in bordelen. Erotische verhalen gaan over verlangen en uitstel, die kennen veel suspense. Zoiets moet je 'gierig' vertellen. Je geeft wel een vinger, maar niet de hele hand. Dus terwijl iedereen daar komt om 'het' te doen, heb je het eigenlijk alleen over de kunst van het laten. Dat is verdomd mooi.”