FNV-bond en Van der Valk: 35 jaar 'onophoudelijke spanning'

Het in opspraak geraakte horecabedrijf Van der Valk schrijft zijn eigen wetten. De geschiedenis van het bedrijf is een aaneenschakeling van conflicten, en niet alleen met de (fiscale) overheid. De Horecabond FNV, al 35 jaar in conflict met Van der Valk, hoopt dat justitieel optreden tegen de keten de 'verzieking' van de horeca kan terugdringen.

De eerste 'clash' met het Van der Valk-concern die districtsbestuurder P.C. Dreyer van de Horecabond FNV zich herinnert, dateert van 1959. “Toen ging het erom dat werknemers van restaurant De Witte Bergen in Eemnes 's avonds hun fooi moesten afdragen aan de directie. Sindsdien heerst onophoudelijke spanning tussen bond en bedrijf. Confrontaties zijn er bij herhaling geweest”.

Nicht Hanneke van der Valk, onderwijzeres, typeerde ooit het eigenzinnige gedrag van haar familie als 'de moed om dingen te doen die niet mogen'. B.C. Francooy, algemeen secretaris van de Horecabond, licht toe: “Het niet toepassen van de cao, waarvan de Van der Valks menen dat die niet voor hun bedrijven geldt, het betalen van te lage lonen, het niet betalen van toeslagen voor overwerk of kleding, geen geschreven arbeidsovereenkomst, het niet willen geven van loonstroken - het is een gebed zonder eind”.

Vijftien leden van het Van der Valk-imperium, onder wie de twee senioren Gerrit (65) en Arie (64), werden vorige week gearresteerd na een gecoördineerde actie van het openbaar ministerie, de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en de bedrijfsvereniging. Het onderzoek zal waarschijnlijk nog maanden duren. Zeven verdachten zitten nog vast. De Raadkamer van de Haagse rechtbank beslist vandaag ze nog dertig dagen in hechtenis mogen worden gehouden.

Voor Dreyer en Francooy kwam de actie niet als een verrassing. Francooy: “Dat kon natuurlijk ook niet anders. De arrogantie waarmee zo'n Gerrit van der Valk over belastingambtenaren spreekt is zo uitdagend dat zoiets zich vroeg of laat wreekt.”

Het overleg van de bond met de Van der Valk-vestigingen verloopt altijd uitermate lastig. “Soms kaarten we een zaak als het niet betalen van een cao-loon aan. De ene keer komt dat in onderling overleg voor elkaar, een andere keer komt het aan op een juridische procedure. Dan zul je altijd zien dat vlak voor een zitting toch wordt betaald. Maar ook zo'n procedure is altijd problematisch, want je moet met bewijzen komen. En dat is dan precies weer de narigheid, want Van der Valk zet niet graag dingen op papier. Als je zwart werkt, krijg je nu eenmaal geen kwitantie. We boeken wel eens een succes bij een individuele werknemer, maar structureel wordt het er niet beter op.”

Dreyer zegt bij dit soort conflicten in het algemeen op buitengewoon eigenaardige redeneringen te stuiten bij de directies van de Van der Valk-bedrijven: “Het komt er kortweg op neer dat afdragen van belasting en sociale premies voor de dommen is. Men beseft kennelijk niet dat de premies ertoe dienen een stelsel van sociale zekerheid en voorzieningen in stand te houden. Tegelijkertijd zijn die voorzieningen een voorwaarde voor hun succes. Die vestigingen staan bijvoorbeeld allemaal langs de snelweg en ze vinden het wel heel logisch dat wij met z'n allen die snelweg betalen.

“Zo herinner ik me één van de zonen in de vestiging in Gilze-Rijen”, vervolgt Dreyer, “die over een zwartwerker zei dat-ie niet moest zeuren.” Onder het motto: naast zijn uitkering krijgt hij hier ook nog eens zwart betaald. Het wil er kennelijk niet in dat als je iemand gewoon een salaris geeft zowel een uitkering als het zwart werken niet nodig zijn. Hetzelfde geldt voor studenten en scholieren die studie-financiering krijgen.

“Als iemand met een vordering komt, wordt er ook altijd gezegd dat hij eerst maar eens moet terugbetalen wat hij allemaal gestolen heeft. Ook zo'n onbegrijpelijk argument. Iemand die steelt wordt ontslagen. Maar tegelijk bewijst zo'n opmerking eens te meer dat diefstal ook erg moeilijk is aan te tonen, als je er niet voor zorgt dat dingen op papier staan”, aldus Dreyer.

Een werknemer bij Van der Valk die tracht zijn recht te halen via de bond doet er goed aan zo'n stap op voorhand goed te overwegen. Volgens de bondsbestuurders gebeurt het vaak genoeg dat een arbeidscontract vroegtijdig wordt beëindigd of na afloop niet wordt verlengd. “De werkgever is niet verplicht de reden daarvan op te geven”, zegt Francooy. “Of zo iemand wordt veroordeeld tot het zogeheten 'luiklopen': hij mag alleen nog uitserveren. Het opnemen van bestellingen en afrekenen doen anderen. Je krijgt dan per definitie nooit fooi. Dat is dus gewoon wegpesten.”

Hoe groot de organisatiegraad onder het personeel van Van der Valk is weet de FNV niet. “Bij voorkeur wordt gerecruteerd onder groepen die zich niet bij een vakbond aansluiten. Studenten, illegalen, scholieren, dat zijn geen mensen die gemakkelijk lid worden van een vakbond.”

Francooy wijst erop dat er de laatste jaren vooral problemen zijn over het instellen van een ondernemingsraad (OR), die wettelijk is verplicht voor bedrijven met meer dan 35 werknemers. “Dat hebben de Van der Valks altijd tegengehouden. De gedachte daarachter is deze: de directeur is altijd aanwezig en bij hem kun je terecht met klachten. Daar is niet nog eens een OR voor nodig. Wij beklemtonen uiteraard dat een klachtenbureau en een ondernemingsraad toch echt verschillende instanties zijn. Maar ze doen het gewoon niet. Ook via de rechter is een OR nauwelijks af te dwingen. Er moeten namelijk ook personeelsleden bereid zijn om er zitting in te nemen. Drie jaar geleden hebben we binnen het Bedrijfsschap Horeca afgesproken in de hele bedrijfstak die ondernemingsraden nu eens per vestiging van de grond te krijgen. Voor Van der Valk moesten we een aparte aanpak kiezen en met de concernleiding onderhandelen.”

Francooy: “Het probleem daarbij is dat je steeds met een andere onderhandelaar aan tafel zit en dus steeds weer bij nul moet beginnen. Begin '92 hebben we alle Van der Valk-bedrijven aangeschreven en gesteld dat we de zaak per onderneming aan de rechter zouden voorleggen. Dat heeft er in geresulteerd dat er nu achttien ondernemingsraden zijn, waarvan we er twee via de rechter hebben afgedwongen. Maar of in die raden ook iets gebeurt is natuurlijk de vraag. Ik heb de indruk dat het per vestiging verschilt. Er zijn wel 'dissidente bedrijven', die bijvoorbeeld ook geen gebruik maken van de eigen toeleveringsbedrijven.”

De reputatie van het Van der Valk-concern is zo slecht, dat concurrenten Dreyer wel eens met het concern 'chanteren': “Als je bij een AC-vestiging of een Postiljon-motel komt, wekken kritische vragen van bondszijde nogal eens wrevel. Dat is ook logisch. Dan wordt er nog wel eens geroepen dat ik m'n neus beter in de zaken van Van der Valk kan steken. Die rooien bomen waar het niet mag, weigeren noodzakelijke vergunningen aan te vragen, hebben de arbeidsinspectie volkomen gefrustreerd en ga zo maar door, wordt dan gezegd. Dan zit je in een akelige positie. Ze hebben wel gelijk, maar het is op dat moment niet aan de orde.”

De vakbond heeft geregeld overleg met horeca-ondernemingen als AC, Postiljon, Les Routiers, Campanile, Vonk en Ibis, maar niet met Van der Valk. “Dat komt”, zegt Dreyer, “natuurlijk ook door de aard van het bedrijf. Binnen AC worden zaken voorgelegd aan een raad van bestuur of een meerkoppige directie. Er zijn mensen die verschillend en kritisch over dingen denken, er is een behoorlijke mate van openheid. Er is een ondernemingsraad. Zwart werken is daar taboe. Mensen krijgen een loonstrook. Bij Van der Valk is die kritiek van binnenuit er niet. Alles wordt in de familie bekokstoofd.”

Dreyer zegt dat hij soms niet bij Van der Valk durft binnen te komen. “Niet dat ik bang ben voor wat dan ook, maar je wilt voorkomen dat werknemers die lid zijn van de bond door jouw komst worden gecompromitteerd.”

De FNV schatte ruim twee jaar geleden het totaal aan zwart werk binnen de horeca op dertig procent. Daaraan ten grondlag lag een onderzoek van de Stichting voor Economisch Onderzoek in Amsterdam. Naar schatting is tachtig procent van alle activiteiten binnen de horeca 'zwartgerand', niet helemaal vrij van fraude.

De Bedrijfsvereniging Horeca is nu twee jaar bezig met acties om de naleving van wetten en voorschriften in de branche te verbeteren. “De actie van het openbaar ministerie en de FIOD bij Van der Valk staat los van wat de bedrijfsvereniging doet”, beklemtoont Francooy. “De bedrijfsvereniging heeft 50.000 bedrijven een enquêteformulier gestuurd, waarop ze moeten invullen hoeveel werknemers er zijn en hoe groot de loonsom is. Dat heeft al aardige resultaten opgeleverd, want er zijn ineens heel wat werknemers aangemeld die wij voorheen niet kenden. De loonsom is door die enquête aanmerkelijk gestegen. In het project is geen speciale aandacht voor Van der Valk. Het kost bovendien een jaar voor de gegevens van de enquête zijn verwerkt. Bedrijfsvereniging en FIOD werken wel stevig samen. Het kan dus zijn dat gegevens over Van der Valk bij de bedrijfsvereniging zijn vergeleken met die van de FIOD.”

Sinds de invallen bij Van der Valk zijn er wel meer werknemers die verontrust de Horecabond hebben gebeld. “Ze zijn bang. Ze durven hun verhaal niet kwijt aan journalisten of voor de camera. Die mensen moeten verder. Er zijn er niet veel die hun ervaringen zonder vrees voor consequenties durven prijsgeven aan de publiciteit. Maar er komt heel wat boven water. Zo waren er die ons vorige week belden met het verhaal dat ze vijf gulden moesten betalen voor een advertentie namens het personeel in De Telegraaf met de tekst Toi, toi, toi. Overigens heb ik, gezien de afmetingen van die advertentie, het gevoel dat niet echt veel mensen hebben meegedaan.”

Dreyer: “Wat men echt onbegrijpelijk vindt is dat het bedrijf kennelijk met de fiscus kan onderhandelen. Dat Van der Valk een jaar of vier geleden een aanslag kreeg van 300 tot 400 miljoen gulden en dat daar uiteindelijk 22 miljoen van overbleef. Dat kun je de Van der Valks niet verwijten, maar raar is het natuurlijk wel.

“Het is te hopen dat men inziet dat het hier niet enkel om belasting- en premiefraude gaat. Het gaat om verdringing van reguliere arbeidsplaatsen, om het onbetaalbaar maken van het sociale zekerheidsstelsel, om uitbuiting van illegalen en ga zo maar door. Het is echt te hopen dat deze strafrechtelijke procedure iets oplevert. Zoniet, dan hebben deze praktijken natuurlijk hun uitstraling. Dan kun je erop rekenen dat de sector de eerstkomende jaren volledig verziekt blijft.”

    • Bram Pols