Europese uitbreiding

VIS, DE ARCTISCHE LANDBOUW, het tweede huis, uitlaatgassen. Zij vormden de obstakels in de Europese uitbreidingsonderhandelingen en zij illustreren waarover het in het toekomstige Europa van de markt zal gaan. Geen grootse gedachten over Europa's politieke en culturele identiteit hielden de onderhandelaars uit hun slaap, maar alledaagse zaken die de portemonnee van de gemiddelde burger in de nieuwe lidstaten raken. Die burgers mogen later in het jaar het resultaat beoordelen waarvan hun regeringen beweren dat zij het ternauwernood op de experts van de Europese Unie hebben veroverd.

Toegegeven moet worden dat de kandidaatlanden zich bij voorbaat bij het politieke perspectief van het Verdrag van Maastricht hebben moeten aansluiten. Daar staat tegenover dat niemand een idee heeft hoe dat er bij benadering uitziet. Misschien dat over twee jaar duidelijkheid kan worden verschaft, bij de vervolgconferentie op Maastricht, maar met het kersverse akkoord met Zweden, Finland en Oostenrijk heeft de uitbreiding het voorlopig gewonnen van de verdieping.

Europa verruimt als het ware zijn continentale blikveld en dat is voor een land als Nederland positief te beoordelen. Maar of een veelstemmig gezelschap zoals zich dat straks in Brussel zal verzamelen, meer dan een kakofonie zal produceren moet worden afgewacht. Het verenigd Europa is nog lang niet voldoende gevestigd om te voorkomen dat er uiteindelijk een loopje mee wordt genomen.

HET PLEIT VOOR de EU-afvaardiging dat zij de verhoudingen niet uit het oog heeft verloren. De gedachte dat democratische en hooggeïndustrialiseerde Europese landen een plaats toekomt in de Unie is gezond, en leidt tot verplichtingen. Maar tegelijkertijd waren de kandidaten de vragende partij, en dat mocht in het resultaat tot uitdrukking komen. Zo bezien liggen de niet geringe concessies aan Oostenrijk in de rede. Beheersing van de zware milieu-effecten van het vervoer over de weg door dat land is immers niet uitsluitend een Oostenrijks belang. Een goede regeling hier zou op den duur ook Zwitserlands toetreding kunnen bevorderen.

Noorwegen dreigt voor de tweede maal over de toelatingshorde te gaan struikelen. Dat zou om verschillende redenen een kwalijke ontwikkeling zijn. In zijn eigen regio zou het land geïsoleerd raken. En als strategisch belangrijk lid van het Atlantische bondgenootschap maar staande buiten de Unie, zou een Noorse uitzonderingspositie een extra belemmering kunnen vormen voor een toekomstige Europese veiligheids- en verdedigingspolitiek. Vandaar dat de voortgang van het gesprek met de Noren niet uitsluitend van visquota afhankelijk mag worden gemaakt.

HET JONGSTE onderhandelingsresultaat toont aan dat ondanks alle tegenslagen de Europese dynamiek nog niet ten gronde is gegaan. Er is bij wijze van parafrase veel af te dingen op de manier waarop de Europese eenwording zich voltrekt, maar er is nu eenmaal geen beter alternatief voorstelbaar.