Door akkoord over beperking van aantal ontslagen; Meer rust bij Fiat na nieuw akkoord

ROME, 2 MAART. Werknemers van Fiat hebben de afgelopen maanden vrijwel wekelijks protestmarsen gehouden, wegen afgesloten en stations bezet uit protest tegen de plannen om ongeveer 16.000 mensen te ontslaan. Sinds afgelopen weekeinde lijkt de rust te zijn weergekeerd, na een akkoord dat duizenden gedwongen ontslagen moet voorkomen.

Fiat had een herstructureringsplan opgesteld voor de periode 1994-96 waarin ruim zestienduizend arbeidsplaatsen zouden verdwijnen, waarvan de helft tijdelijk. Dit was het antwoord op de aanhoudende problemen op de Europese automarkt. De Fiat-groep is in 1993 in de rode cijfers terechtgekomen, met een netto-verlies van ongeveer 2,2 miljard gulden. President Gianni Agnelli heeft eind vorige maand gezegd dat het herstel zeer geleidelijk zal zijn en gepaard zal gaan met langdurige pauzes. Hij voorspelde dat de automarkt pas weer in 1996 op het niveau van 1992 zal zijn.

De 72-jarige Agnelli zou aanvankelijk in juni aftreden. Onder druk van een consortium van geldschieters, geleid door de handelsbank Mediobanca, dat vorig jaar een kapitaalinjectie van ongeveer zes miljard gulden mogelijk heeft gemaakt, heeft Agnelli beloofd dat hij nog drie jaar zal aanblijven, samen met managing director Cesare Romiti. Mediobanca had bezwaar tegen het plan om Gianni Agnelli te laten opvolgen door zijn broer Umberto.

Gianni Agnelli heeft onderstreept dat pijnlijke maatregelen nodig zijn, zoals die ook genomen zijn door andere Europese autofabrikanten. Na zes maanden van moeizame onderhandelingen tussen Fiat en de bonden, met minister van arbeid Gino Giugni als bemiddelaar, is eind vorige week een akkoord goedgekeurd dat de pijn aanzienlijk verzacht. De rekening wordt voor een groot deel betaald door de staat.

De opzet is dat 8.800 arbeidsplaatsen definitief verdwijnen. Er zullen 6.600 werknemers vervroegd met pensioen gaan, wat de schatkist naar schatting 180 miljoen gulden kost. De resterende 2.200 werknemers krijgen “langdurige mobiliteit”, een vorm van op non-actief-stellen die neerkomt op ontslag, maar waarbij tot de pensionering een salaris van bijna 1,2 miljoen lire wordt gegarandeerd, ongeveer 1.400 gulden. Volgens de bonden is het gemiddelde maandsalaris bij Fiat 1,4 miljoen lire, ongeveer 1.700 gulden.

Nog eens 8.700 werknemers krijgen “solidariteitscontracten”, een vorm van arbeidstijdverkorting met inlevering van salaris. Het is de bedoeling dat dit een tijdelijke maatregel is. Bonden en Fiat gokken op een opleving, met name door het nieuwe model dat Fiat op de markt heeft gebracht, de Punto. Dit model is de opvolger van de succesvolle Uno. Bij Fiat-auto werkten vóór de afslanking ongeveer 125.000 mensen. Het totale aantal werknemers van de Fiat-groep bedraagt 261.000.

Volgens Bruno Trentin, leider van de CGIL, de grootste linkse vakbond, is het akkoord van afgelopen weekeinde het beste wat onder de omstandigheden mogelijk was. Hij zei dat zonder deze ingreep de recessie het voortbestaan van Fiat in gevaar brengt. Afgelopen vrijdag hebben vakbondsleden in de Fiat-fabrieken gestemd over het plan. In de meeste fabrieken sprak een duidelijke meerderheid zich uit voor het akkoord.

Het is nog onduidelijk hoeveel dit afkopen van sociale onrust de staat gaat kosten. Volgens cijfers van het ministerie van arbeid moet de overheid 270 miljard lire, ongeveer 320 miljoen gulden, extra uittrekken boven de fondsen die dit jaar al beschikbaar waren gesteld voor bestrijding van de werkloosheid.

Minister Giugni had gewaarschuwd dat de situatie in de aanloop naar de parlementsverkiezingen eind deze maand explosief zou worden als geen akkoord zou worden bereikt. Dat rechtvaardigt volgens hem een royale bijdrage uit de schatkist. Politieke tegenstanders hebben gezegd dat de minister zo zijn Kamerzetel veilig wil stellen. Giugni, een voormalig socialist, is kandidaat voor de linkse coalitie in Turijn, waar het hoofdkwartier van Fiat staat.

Het kabinet heeft zich actief bemoeid met de situatie bij Fiat, de grootste onderneming in de particuliere sector. Premier Carlo Azeglio Ciampi heeft gesprekken gevoerd met de burgemeesters van Turijn, Milaan en Napels, waar belangrijke Fiat-fabrieken staan. Met name de voorgenomen sluiting van een fabriek bij Napels heeft voor veel onrust gezorgd.

De staat zal Fiat ook steun verlenen bij de ontwikkeling van een 'schone' auto. Hiermee is een investering gemoeid van 450 miljard lire, ongeveer 540 miljoen gulden. Het is nog onduidelijk hoe groot de bijdrage van de staat precies zal zijn. Fiat probeert ook de elektrische versie van de Panda te slijten aan overheidsinstellingen.

Het akkoord dat met bemiddeling van de staat is bereikt bij Fiat sluit aan bij vergelijkbare akkoorden bij Olivetti en het telecommunicatiebedrijf Italtel. Hiermee zijn massa-ontslagen van meer dan elfduizend mensen voorkomen. Bij Olivetti is op grote schaal gebruik gemaakt van de solidariteitscontracten, het inleveren van loon en werktijd om meer mensen aan het werk te kunnen houden. In alle drie gevallen is erop gegokt dat het overschot aan arbeidsplaatsen conjunctureel is. De solidariteitscontracten, die zowel de staat als het bedrijf geld kosten, zouden binnen twee jaar veranderd kunnen worden in gewone contracten als de vraag weer aantrekt.