Diplomatie is even niet machteloos in oorlog Bosnië

Het vredesproces in Bosnië is in een stroomversnelling geraakt: de NAVO heeft voor het eerst geweld gebruikt, in Sarajevo werpt een NAVO-ultimatum resultaat af, de Serviërs doen concessies in Sarajevo en Tuzla, en in Washington ligt een Kroatisch-moslim-akkoord op tafel. De impasse in het Bosnië-overleg, die in september vorig jaar ontstond toen het Bosnische parlement het plan voor de driedeling van de republiek van de bemiddelaars Owen en Stoltenberg van de hand wees omdat de moslims 2,7 procent meer grondgebied wilden, lijkt doorbroken. De internationale gemeenschap is plotseling geen machteloze toeschouwer meer.

Het vredesproces ontrolt zich ook niet langer langs de Geneefse lijnen van de EU- en VN-bemiddelaars Owen en Stoltenberg: de Verenigde Staten en Rusland hebben het initiatief overgenomen, in samenwerking met de politieke leiding van de NAVO in Brussel en met de bevelhebbers van de VN-vredesmacht UNPROFOR. De combinatie van dreiging en diplomatie speelt plotseling een sleutelrol.

De Amerikanen en de Russen bemoeien zich actief met het vredesproces, gebruikmakend van hun eigen drukmiddelen. Ze hebben in enkele weken meer bereikt dan de bemiddelaars Owen, Vance en Stoltenberg in ruim één jaar: grote mogendheden hebben blijkbaar heel wat meer clout dan organisaties als de Verenigde Naties en de Europese Unie. Het is zelfs niet duidelijk of Owen en Stoltenberg er nog wel aan te pas komen.

Het vredesproces wordt beïnvloed door een aantal ontwikkelingen. Bij Sarajevo lijkt een NAVO-ultimatum te werken, in de zin dat er niet meer wordt geschoten. De VN zijn daarbij coulant: zij stonden toe dat de Bosnische Serviërs tanks die zij verstopt hadden, buiten de uitsluitingszone brachten. Het neerhalen van vier Servische straaljagers in de Bosnische 'no-fly-zone' is een tweede feit: de NAVO laat zich na 1.397 schendingen van het vliegverbod kennelijk niet langer voor gek zetten.

Twee andere variabelen in het vredesproces zijn het moslim-Kroatische akkoord in Washington en de Servische concessie om het vliegveld van Tuzla open te stellen, waarbij de Russen daar soldaten stationeren. De Amerikanen hebben zich op het vredesproces geworpen uit frustratie over het vruchteloze overleg in Genève en over de bloedige aanslag op de markt in Sarajevo - de Russen vooral ook om diplomatieke winst te boeken. Rusland kan zo immers aantonen dat het, alle interne chaos ten spijt, een volwaardige plaats verdient op het politieke toneel in Europa.

Pag.6: Bosnië-overleg vooralsnog uit impasse

Rusland heeft het geluk dat de Bosnische Serviërs dringend om vrede verlegen zitten. De Russen hebben hen nu twee keer de duimschroeven aangezet: eerst in de kwestie-Sarajevo, vervolgens in de kwestie van de heropening van het vliegveld van Tuzla. En beide keren heeft Moskou succes geboekt door de Serviërs de garanties te geven die ze eisten: dat in Sarajevo Russische blauwhelmen als buffer tussen de Serviërs en de moslims worden gelegerd om te voorkomen dat ontruimd gebied door de moslims wordt bezet, en dat in Tuzla de moslims de heropening van het vliegveld niet misbruiken door zich militair te versterken.

De Amerikanen intussen namen, in samenwerking met de Duitsers, de moslims, de Kroaten en de Bosnische Kroaten in de tang. Met als voorlopig resultaat een akkoord, dat voorziet in de vorming van een federatie van de Bosnische Kroaten en de moslims in Bosnië, eventueel later gevolgd door een confederatie van dit deel van Bosnië met Kroatië. Dat akkoord bevrijdt, althans op papier, de drie betrokken partijen van een paar brandende problemen.

Kroatië raakt verlost van het dreigement van internationale sancties wegens zijn militaire betrokkenheid bij het conflict in Bosnië. Het ziet de oude droom van een Groot-Kroatië - de vereniging van Kroatië met 'Herceg-Bosna', de 'republiek' van de Bosnische Kroaten - weliswaar niet verwezenlijkt, maar als het werkelijk tot een confederatie komt, wordt die toch ten dele gerealiseerd. Beter een half ei dan een lege dop, zo vindt men in Zagreb waar de angst voor sancties en een isolement groot is.

De Bosnische Kroaten van hun kant kunnen opgelucht ademhalen omdat de uitweg van een mogelijke confederatie met Kroatië open grenzen en een vrij verkeer van mensen en goederen met Kroatië oplevert. Het wendt tevens het gevaar van een overheersing, binnen de Bosnische federatie, van de numeriek sterkere moslims af. Bovendien bevat het voorlopige akkoord met de moslims veel garanties tegen een dergelijke overheersing.

En voor de moslims is het akkoord van Washington pure winst, omdat het oude ideaal van het multi-etnische Bosnië-Herzegovina althans ten dele kan worden verwezenlijkt. Belangrijker nog, de moslims blijft door het akkoord van Washington het schrikbeeld van het formeel nog steeds op tafel liggende vredesplan Owen-Stoltenberg bespaard. In dat plan immers zou de moslim-republiek binnen de Bosnische Unie een staat ter grootte van een postzegel worden: twee getto's plus wat verspreide enclaves, volledig overgeleverd aan de genade van de omringende Kroaten en Serviërs in hun eigen republieken. Een federatie met de Kroaten, als afgesproken in Washington, kan van het toekomstige Bosnië een levensvatbare staat maken.

Maar of het akkoord snel vrede brengt, is de vraag. Want hoe de derde oorlogspartij, die van de Serviërs - zowel in Kroatië als in Bosnië -, zal reageren op de vorming van een moslim-Kroatische federatie is niet duidelijk. De eerste reactie van de Bosnisch-Servische leiders is niet hoopgevend. Als zij weigeren zich aan te sluiten - wat voor de hand ligt - en in plaats daarvan als 'Servische republiek' in Bosnië door het leven willen gaan of - wat waarschijnlijker is - zich bij Joegoslavië (Servië en Montenegro) willen aansluiten, zullen er nog grote problemen ontstaan over grenzen en enclaves.

Wanneer de partijen opnieuw slaags raken, kan dat bovendien leiden tot polarisatie tussen hun 'secondanten', de VS en Rusland. Met andere woorden: de kennelijke coördinatie tussen Washington en Moskou in het huidige vredesproces kan in zo'n geval uitlopen op rivaliteit tussen de twee supermachten. Dat zal ook de rol van de VN-Veiligheidsraad, de directe opdrachtgever van UNPROFOR, in Bosnië zeer problematisch maken.

De huidige combinatie van dreiging en diplomatie lijkt de internationale gemeenschap vooralsnog uit de impasse te tillen. In januari van dit jaar nam de NAVO een resolutie over luchtaanvallen aan. Direct daarop sloeg de onderlinge verdeeldheid van het Westen weer toe. Die ging zelfs zover dat de Britten, Fransen en Canadezen opperden hun blauwhelmen terug te trekken. Die situatie is nu volledig gewijzigd. Niemand weet echter hoe lang de nieuwe periode duurt, maar voor het eerst lijkt de internationale gemeenschap meer dan een machteloze toeschouwer.

Het speelveld is echter vol: wie zorgt ervoor dat op zeker moment de Russen, de Amerikanen, de Serviërs, de moslims, de Kroaten, de NAVO, VN en EU op één lijn komen en blijven? Bij afwezigheid van een centrale regie blijft de kans groot dat het Bosnische conflict zijn eigen loop blijft behouden. Met militair optreden of dreigen met militair optreden kan het geweld wellicht tijdelijk worden verminderd of opgeschort. De optie van geweld wordt op dit moment gezien als een steun in de rug voor de vredesonderhandelaars. Maar heeft het Westen voor zichzelf de grens tussen afschrikking en feitelijke deelname aan een oorlog wel scherp getrokken?

Of de internationale gemeenschap, inclusief een assertief Rusland, er uiteindelijk in slaagt de strijdende partijen in het gareel te krijgen, is daarom de vraag: op de Balkan is de bottom line altijd het eigenbelang. De sancties tegen Joegoslavië hebben aangetoond dat druk van buiten maar beperkt - en zeker niet snel - werkt. Uiteindelijk zal het conflict aan de onderhandelingstafel moeten worden beëindigd - en dat zal pas gebeuren als alle drie de strijdende partijen vrede willen.

    • Peter Michielsen
    • Robert van de Roer