De ware politici zijn Truman, Strauss en Churchill

Mijn favoriete Amerikaanse politicus is Harry S. Truman. Van zijn voorganger Roosevelt herinner ik me maar twee uitspraken die indruk op mij hebben gemaakt. Over onze koningin Wilhelmina heeft hij een keer gezegd 'I am scared to death of the old girl' (Ik ben als de dood voor dat ouwe mens) - en dat wil bij FDR wat zeggen, want hij was nogal brutaal en tutoyeerde zowat iedereen. Zijn laatste woorden waren 'I've got a terrific headache'. Die uitspraak is door Marnix Gijsen gebruikt in zijn boek over Joachim van Babylon.

Maar Truman staat mij nader dan Roosevelt. Zijn vrouw Bess haatte het Witte Huis en bleef liever in Kansas. Harry schreef haar dan brieven die hij frankeerde met een postzegel van drie cent die hij zelf betaalde, want hij wilde voor zijn particuliere correspondentie geen dienstenveloppen gebruiken. Hij begon de dag met een ochtendwandeling. Hij wandelde heel snel, zodat de journalisten die hem vergezelden af en toe op een draf moesten lopen. Passerende taxichauffeurs draaiden hun raampje naar beneden en riepen 'Give them hell, Harry!'

Er wordt nogal eens op Truman neergekeken omdat hij een garen- en bandwinkeltje heeft gehad dat failliet gegaan is, maar ik heb aan dat neerkijken nooit mee willen doen.

Ook heb ik nooit meegedaan aan de Kennedy-verering, die vooral in Nederland geheerst heeft: Je kunt bij wijze van spreken een wandelroute door Nederland uitzetten waarbij de wandelaar honderden kilometers lang bijna voortdurend in de Kennedylaan loopt. Naar mijn smaak was JFK een windbuil.

Nee, dan Churchill. Orwells vriend David Astor vertelde me de volgende anecdote. Aan het begin van de tweede wereldoorlog werd Churchill First Lord of the Admiralty - minister van marine zouden wij zeggen. Het bleek hem dat er in het gebouw van de Admiraliteit een kamer was, die verboden was voor burgers en alleen door marinemensen betreden mocht worden. “Waarom?” vroeg Churchill. “Dat is een traditie van de marine”, was het antwoord. “The traditions of the navy”, zei Churchill toen, “are mutiny, sodomy and rum”.

Mooi is ook zijn uitspraak over de leider van de Labour Party Clement Attlee: 'een schaap in schaapskleren'.

Wie hierna nog geen Churchill-bewonderaar is, wordt het misschien als hij leest hoe Sir Winston zich gedroeg als toneelbezoeker. Het verhaal is meen ik afkomstig van Richard Burton - de acteur die met Elisabeth Taylor getrouwd geweest is. Voordat het doek opgaat en een van de drie heksen vraagt waar zij elkaar weer zullen ontmoeten gaat in de coulissen de boodschap rond dat 'the old man' in de zaal zit. En inderdaad, Churchill zit op de eerste rij. Dat is leuk voor Burton, die Macbeth speelt. Minder leuk is, dat de oude man het hele stuk door zit te mompelen en wat hij mompelt is de complete tekst van het stuk. Soms loopt het gemompel van de oude man gelijk op met wat er op het toneel gezegd wordt, maar soms loopt Churchill voor en soms ook loopt hij achter.

Ware ik een mof, dan zou ik de laatste decennia altijd braaf SPD gestemd hebben. Niettemin ben ik altijd erg gesteld geweest op Franz Josef Strauss. Allerlei kleinigheden waren het die mij tot een Strauss-fan hebben gemaakt. Zijn omvang. Zijn toorn als hij kwaad was. Het feit dat hij Latijn kende en soms rebus sic stantibus zei: 'nu de zaken er zo voorstaan'. Zijn publiek sprak hij niet aan met landgenoten, kameraden, vrienden, luisteraars, maar hij gebruikte het nette, ouderwetse 'dames en heren'.

Als geen ander beheerste hij de kunst zijn redevoeringen door applaus te laten onderbreken. Hij hield even in - het komt dan op tienden van seconden aan - en terwijl het applaus uitbrak en aanzwol hoorde je hem nog net zijn tirade grimmig afsluiten met 'meine Damen und Herren', alsof hij zeggen wou: 'Als jullie het nou nog niet begrijpen moet je het zelf ook maar weten.'

Hij leek wel een beetje op Nikita Chroestsjov, die mede ten val kwam door zijn boers optreden in een vergadering van de Verenigde Naties, waar hij met een schoen op de tafel sloeg toen iemand iets zei dat hem niet beviel. In 1968 is mij door welingelichte kringen in Moskou verzekerd dat het met die schoen anders zat dan men denkt. Nikita had in Amerika nieuwe schoenen gekocht, en die schoenen knelden. Daarom had hij onder tafel die schoenen uitgetrokken. Hij had net een van die schoenen in de hand toen hij zich aan die spreker ergerde, en in plaats van met zijn vuist sloeg hij per vergissing met die schoen op tafel.