De ontdekking van Rusland

New York - Binnen een paar weken is duidelijk geworden hoe het Westen de afgelopen jaren zijn buitenlandse politiek in Europa heeft verwaarloosd. Op klein formaat is het gedemonstreerd in Bosnië en iedere dag groeit de kans dat het op veel grotere schaal in Rusland zal worden bewezen.

Of het ultimatum en de interventie in Bosnië op den duur tot een rechtvaardig resultaat zullen leiden - een zodanige verdeling van het gebied dat ieder der 'etnische groepen' in een levensvatbaar staatje zal kunnen wonen - is op het ogenblik van minder belang dan dat de moordpartijen overal zullen ophouden. Pas met het afdwingen van de duurzame wapenstilstand zal de NAVO op deze mini-schaal haar geloofwaardigheid hebben herwonnen. Het principiële belang van het ultimatum en in het vervolg daarop de interventie is dat de NAVO hierna alleen op straffe van volstrekt gezichtsverlies haar politiek weer radicaal zal kunnen veranderen. Daarmee is in ieder geval de grondslag voor een rechtvaardiger en in ieder geval vreedzamer oplossing gegeven.

De door bemiddeling en humanitaire acties verzachte quarantainepolitiek die ertoe heeft bijgedragen dat Bosnië in een land van puinhopen en kerkhoven is veranderd, is voor het Westen in wezen een politiek van luxe geweest. De westelijke regeringen hebben in laatste aanleg geloofd dat het bondgenootschap het zich kon veroorloven de burgeroorlog te laten voortduren omdat er geen vitale belangen mee waren gemoeid: niet het nationaal belang van een der partners noch de collectieve veiligheid. Een andere opvatting van het collectief en nationaal belang gaf telkens de doorslag: de vrees voor een 'Vietnam in de Balkan', gepaard met offers die door de publieke opinie van de westelijke landen niet zouden worden verdragen. Het resultaat was een reeks compromissen die in het bijzonder de Serviërs bevestigden dat ze konden doen wat ze wilden. Dat door de opeenvolging van allerlei bemiddelingen en aangekondigde - niet uitgevoerde - maatregelen intussen onophoudelijk het Westen zijn eigen geloofwaardigheid afbrak is een conclusie die pas de afgelopen weken is bereikt.

Op een andere manier is de westelijke politiek tegenover Moskou in luxe vervaagd. Het zal na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie moeilijk zijn geweest, een buitenlandse politiek te formuleren, ook al omdat het de Russen zelf daaraan ontbrak. Maar afgezien van de bemoeienis met de kernwapens en een overigens niet geringe economische hulp is noch in Washington noch ergens anders in het Westen een ernstige poging gedaan om de verhouding tot Rusland en vervolgens de andere staten van het GOS te herdefiniëren. De Amerikanen hadden hun redenen: de presidentsverkiezingen, de daarop volgende concentratie op de binnenlandse vraagstukken en een groeiend verzet tegen de mogelijkheid om betrokken te raken bij Europese problemen (weer veroorzaakt door de Europese machteloosheid in Bosnië). Pas nu, na de verkiezingsoverwinning van Zjirinovski, het Russische diplomatiek initiatief in Bosnië, de ontmaskering van een Russische spion en de snelle afbraak van Jeltsin, beginnen de Amerikanen Rusland te ontdekken als een grote politieke macht.

Dat is een andere grootheid dan die waarvan bij het einde van de Koude Oorlog afscheid is genomen. Ook in haar nadagen was de Sovjet-Unie een supermacht met een in ruime mate voorspelbaar gedrag. In veertig jaar van in het algemeen geweldloze confrontatie was er een continuïteit ontstaan, hadden de blokken spelregels ontwikkeld en legden ze zich erop toe, alarmerende verrassingen te vermijden. Gorbatsjov is de laatste die een buitenlandse politiek in deze traditie heeft gevoerd. Jeltsin is als improvisator begonnen, en voor iets meer dan dat is hem geen tijd gegund. Degenen die hem nu naar het politieke leven staan hebben een heel ander programma.

De duurzame factoren in het zwartste scenario waarmee na de mogelijke val van Jeltsin rekening moet worden gehouden, maken het Rusland van nu tot een gevaarlijker macht dan de Sovjet-Unie in haar laatste tien jaren. Door de mislukking van de economische hervormingen zal de Russische maatschappij er niet in slagen, zich uit haar armoede te bevrijden. Er is minder dan ooit uitzicht op de groei van een moderne maatschappelijke organisatie die de westelijke benadert. Nu al, terwijl Jeltsin nog president is, heeft de oppositie de elite der hervormers grondig verslagen. We weten niet welke rol de gevoelens van gekwetste nationale trots en revanche zullen spelen, maar het is wel zeker dat de politici die daarvan willen profiteren, gereed staan en hun kansen iedere dag beter zien worden. Het is geen theorie voor een ver verwijderde toekomst meer als het Westen zich nu verdiept in speculaties over de wendingen die de Russische politiek onder druk van avonturiers als Chasboelatov en Zjirinovski kan nemen.

Zal er bijvoorbeeld iets overblijven de van onafhankelijkheid der Baltische staten nadat de etnische minderheden van Russische afkomst zullen zijn gemobiliseerd zoals indertijd de Sudeten-Duitsers? Zal dan hier de vraag worden gesteld of het de moeite waard is, te sterven voor Vilnius, Riga en Tallinn? Zullen we Zjirinovski nu al ernstig nemen als hij verklaart dat de Polen weer een stuk van hun land moeten inleveren? Zullen de Polen dat willen en moet het Westen er dan onderhandelaars op afsturen?

Op het ogenblik wekt het Westen de indruk dat het, ter redding van een president die vrijwel niet meer bestaat, bereid is mogelijkheden op te geven die het nog tot werkelijkheid kan laten worden. Het 'partnerschap voor de vrede', het voorportaal waardoor de Polen, Tsjechen, Slowaken en Hongaren binnen de NAVO kunnen worden geloodst, wordt bij voorbaat omgebouwd tot een schuurtje in de achtertuin. Dat blijft in het bijzonder niet verborgen voor de volken die zich driekwart eeuw slechte ervaring herinneren en evenmin voor de avonturiers in Moskou die dit westelijk realisme als een aanmoediging beschouwen.