De Japanners van Europa

Met de toetreding van Finland haalt de Europese Unie een minder vette buit binnen dan zij aanvankelijk had gedacht. De Japanners van Europa - zoals de Finnen wel worden genoemd - kruipen momenteel tergend langzaam uit het diepste economische dal van deze eeuw. Van de 24 lidstaten van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) telt Finland - na Spanje - het grootste aantal werklozen: 20 procent van de beroepsbevolking zit zonder werk. De buitenlandse schuld als aandeel van het bruto nationaal inkomen steeg van 16,5 procent in 1991 tot bijna 50 procent nu. Na forse aderlatingen in voorgaande jaren (de economie kromp 6,4 procent in 1991 en 3,5 procent in 1992) gaf 1993 een nulgroei te zien. Bezuinigen luidt het motto in Finland: de werkloosheidsuitkeringen zijn verlaagd, evenals de pensioenen. Subsidies zijn gesnoeid en ambtenarensalarissen gekort.

Finland heeft de laatste jaren van twee kanten klappen opgelopen: enerzijds van de wereldwijde economische recessie, anderzijds van de ineenstorting van de Sovjet-Unie, van oudsher een van de belangrijkste afzetmarkten voor Finse produkten. Daardoor kwam het land, dat in de jaren tachtig gold als een van de sterkst groeiende industrielanden, begin jaren negentig in duizelingwekkend tempo in een crisis terecht. Het kelderen van de prijzen voor papier en hout, met zo'n veertig procent een van de belangrijkste exportprodukten van Finland, leverde eveneens een bijdrage aan de crisis.

De redding voor de Finse economie moet in belangrijke mate komen van de export, die zich na het verlies van de Sovjet-Unie als afzetmarkt thans wonderbaarlijk herstelt. Belangrijkste oorzaak van het aantrekken van de export zijn de devaluaties van de markka (12,3 procent in 1991 en 12 procent in 1992), die de Finse exportprodukten goedkoper hebben gemaakt.

De economische vooruitzichten blijven echter mager. De groeiende export zorgt vooralsnog voor weinig nieuwe banen. Door de hoge kosten van werkloosheidsuitkeringen en de financiële steun aan de noodlijdende banken zal het begrotingstekort voorlopig hoog blijven. De economische groei zal dit jaar waarschijnlijk blijven steken op een magere 1 procent.