Centrum-links kabinet staat al in de grondverf

Uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma's door het Centraal Planbureau blijkt dat een kabinet van CDA, PvdA en D66 al in de grondverf staat. Maar de juiste mix tussen werkgelegenheid en koopkracht moet nog gevonden worden. De balans van een serie van vijf vraaggesprekken met de lijstrekkers van CDA, PvdA, VVD, D66 en GroenLinks.

DEN HAAG, 2 MAART. Het nieuwe kabinet staat al in de grondverf: een kabinet van CDA, PvdA en D66. De verkiezingsprogramma's van de VVD en GroenLinks zijn het meest uitgesproken in hun politieke stellingname. Dat maakt het debat levendig. Maar het gevolg is ook dat CDA, PvdA en D66 door de extreme standpunten ter linker- en rechterzijde in elkaars armen worden gedreven.

Dat wijzen gesprekken uit met de vijf lijsttrekkers van de grootste partijen over de doorrekening van hun verkiezingsprogramma's door het Centraal Planbureau.

De doorrekening van de verkiezingsprogramma's heeft het verschil in politieke stellingname blootgelegd, ook al is het nut van die berekeningen volgens CPB-directeur Zalm “betrekkelijk”. Twee maanden voor de Tweede-Kamerverkiezingen valt op hoe fel de lijsttrekkers van CDA, PvdA en D66 - met de computeruitdraai van het CPB in de hand - uithalen naar de VVD. PvdA-leider Kok noemt het beleid van de VVD om in te grijpen in de sociale zekerheid “demoraliserend”. De introductie van een basisstelsel in de sociale zekerheid staat volgens Kok gelijk aan “het weghalen van de heipalen onder een huis”. D66-lijsttrekker Van Mierlo vindt dat de VVD met haar pleidooi voor een basisstelsel “haar hand overspeelt”. De VVD houdt volgens Van Mierlo “te weinig rekening met het psychische vermogen van een maatschappij”. CDA-leider Brinkman vindt “de sociale prijs van het VVD-programma te hoog”. Met haar voorstellen op het terrein van de sociale zekerheid lijkt de VVD zichzelf buitenspel gezet te hebben, zo luidt de conclusie na de gesprekken.

Ook GroenLinks staat buiten spel. GroenLinks kiest voor een omvangrijke verschuiving van lasten van arbeid naar milieu en voor een forse nivellering van inkomens. De andere vier politieke partijen beoordelen deze majeure verschuiving van lasten - 34,7 miljard gulden - als niet realistisch.

Met de hand op de grijze 'CPB-bijbel' profileren de lijsttrekkers zich. VVD-leider Bolkestein koos op alle fronten de aanval. Van Mierlo onthulde zijn links-van-het-midden-tactiek - “Wij moeten het maximaal radicale binnen het maximaal bereikbare halen” - en Brinkman schetste de voorkeur van zijn partij voor de status quo. “Mensen willen geleidelijkheid”, aldus Brinkman. Het CDA is een partij van bestuurders, maar Kok is de enige van de vijf lijsttrekkers die kan bogen op recente bestuurservaring. Hij redeneert niet vanuit het verkiezingsprogramma van de PvdA, maar vanuit de ervaring van het landsbestuur. “Brinkman gaat graag boven de partijen staan”, provoceert Kok, “maar als dat nou zonodig moet, dan ga ik maar eens even boven de partijen staan. En dan zeg ik: 'Is het nou zo onredelijk om van mensen met een ton inkomen te vragen de komende jaren wat koopkracht in te leveren'.”

Kok kan campagne voeren met de slogan: kies de vice-premier. Door Bolkestein werd de minister van financiën daarom fel aangevallen over het kabinetsbesluit om de lasten met vijf miljard gulden te verlichten. “Wat een gepruts, wat een puinhoop”, zei de VVD-leider. Maar de PvdA-leider toonde zich niet onder de indruk van de kritiek. De lastenverlichting moet leiden tot loonmatiging. Minister Andriessen (economische zaken) rekende gisteren de senatoren in de Eerste Kamer voor dat de lastenverlichting 30.000 nieuwe banen oplevert. Alle politieke partijen zetten voor de komende kabinetsperiode zwaar in op lastenverlichting. Het CDA spant, na GroenLinks, de kroon met een verlaging van de lasten op arbeid van 17,3 miljard gulden, gevolgd door D66 (13,5 miljard), de VVD (11,25) en de PvdA (9,4).

Kok voorspelde ook dat een stijging van de welvaart in Nederland tot de eeuwwisseling is uitgesloten door een toename van de concurrentie uit nieuwe industrielanden. Loonmatiging is het parool. Matigen werkgevers en werknemers de lonen, dan 'verdienen' ze een lastenverlichting. De visie van PvdA-leider Kok sluit naadloos aan bij die van CDA-minister De Vries. “Op is op”, zei de minister van sociale zaken en werkgelegenheid eind vorig jaar.

De CPB-cijfers schetsen een somber perspectief. De werkloosheid blijft stijgen, terwijl vergroting van de werkgelegenheid in alle verkiezingprogramma's centraal staat. De lijsttrekker van D66, Van Mierlo, benadrukte dat D66 zich niet wil neerleggen bij de “papieren werkelijkheid” van het CPB. Het is logisch dat hij deze opmerking maakt, want D66 helpt de komende kabinetsperiode het minste aantal mensen aan een baan. Daar staat tegenover dat zijn partij het financieringstekort van het rijk het meest reduceert. Maar de economisch-politieke polemiek gaat niet meer over het verminderen van het tekort, maar over het verlichten van de lasten en het scheppen van nieuwe banen.

Gisteren dook het CPB al op in een advertentie van het CDA. Het Planbureau heeft de partijprogramma's “kritisch doorgerekend”, schrijft het CDA. En wat blijkt? “Het CDA-programma voorziet in een uitstekende toename van het aantal banen, het laagste percentage premie- en lastendruk in 1998, en het grootste bedrag aan lastenverlichting tot 1998.” Daarvoor moet het CDA wel de sociale uitkeringen vier jaar op rij bevriezen. Maar dat staat er natuurlijk niet bij. Daar moeten de andere partijen - PvdA en D66 voorop - op wijzen. En die zullen niet nalaten dat te doen. De politieke speurtocht naar de juiste mix tussen werkgelegenheid en koopkracht zal de komende acht weken de verkiezingsstrijd beheersen.

    • Cees Banning
    • Frank van Empel