Zonnekoning Van Poppel al vroeg in het wielerseizoen in goede doen

ROTTERDAM, 1 MAART. Hij werd de zonnekoning genoemd. Bij slecht weer zag je hem niet. Pas als de zon doorbrak, kwam ook het zelfvertrouwen bovendrijven. De wielrenner Jean-Paul van Poppel had een hekel aan regen, wind en kou. Hij is inmiddels 31 jaar en het wielerleven is veranderd. “Vroeger zette ik alles op de Tour de France”, vertelt Van Poppel. “Nu is het leuk als je ook in het voorjaar al wat wedstrijden kan winnen. Er wordt trouwens niets anders van me verwacht.”

Vorige week veroverde hij zowaar zijn eerste etappe-koers sinds hij als junior de Ronde van Midden-Brabant had gewonnen. Van Poppel koos in Frankrijk in de Ster van Besseges voor de goede ontsnapping, won de sprint van het kopgroepje en wist met hulp van zijn ploeg Festina de koers te controleren. Afgelopen week voerde hij ook een dag het klassement aan in de Ronde van Valencia.

“Een paar jaar geleden waren dat soort wedstrijden trainingsritjes”, zegt Van Poppel. “Maar die bestaan niet meer. Het aantal profs neemt nog steeds toe. Voor de Tirreno-Adriatico hebben ze tien ploegen moeten weigeren. Het peloton in de Ster telt honderd tot honderdvijftig man, er wordt hard gekoerst. Alle wedstrijden tellen voor het puntenklassement van de FICP en daar worden we naar betaald.”

Het is niet het eerste seizoen dat hij al in februari in vorm is. Vorig jaar won hij twee etappes in de Ster en in 1992 - toen hij de winter in Australië had gekoerst - noteerde hij ook al overwinningen in de eerste maand van het wielerjaar. Zijn bijnaam, de 'zonnekoning', en de kwalificatie als 'een luie sporter voor de zomerse dagen', zijn niet meer vol te houden. Natuurlijk blijft het voor de trainingen duidelijk. Als het regent klimt hij hooguit “een enkele keer” in het zadel. Met een nat pak “zit je net iets ongemakkelijker een paar uur lang op de fiets”, zegt de sprinter.

Maar daar hadden de afgelopen, slechte winter alle renners last van. Vorig seizoen trainde Van Poppel in de maanden januari en februari 4.700 kilometer. Dit jaar sinds 1 januari hooguit 2.500 kilometer. “De meeste renners die ik gesproken heb, zaten op dat aantal.”

Zon en zelfvertrouwen. Het is de kip of het ei, zegt Van Poppel. Er zijn ook renners die zich juist in de regen in hun element voelen. “Het zit in je kop”, denkt hij.

De overwinning in de Ster van Besseges was in ieder geval een leuke opsteker voor de sprinter die acht Tour-zeges op zijn erelijst heeft. “Ik rij voor een Spaanse sponsor en moet vrijwel alles in Spanje rijden. De nadruk ligt daarbij toch op de Ronde van Spanje en de Tour.”

De rust is volgens Van Poppel teruggekeerd in zijn ploeg Festina, die vorig jaar tijdens de Tour Steven Rooks ontsloeg. Luc Le blanc zou dit jaar de kopman moeten worden, Van Poppel heeft alleen Jans Koerts als landgenoot in zijn ploeg. Zijn kameraad Gert Jakobs zit werkloos thuis. “Ik heb mijn best gedaan om hem voor de ploeg te behouden. Het is toch een goede kracht die we nu missen. Franse en Spaanse collega's komen steeds tijdens de koers vragen steeds waar Jakobs is gebleven”, vertelt Van Poppel. “Het blijft raar dat een renner van zijn kaliber er niet meer bij is.”