Vredesproces is een taaie substantie

Van de wilde euforie van 13 september onder de Palestijnen naar het huidige pessimisme over het vredesproces met Israel is nog geen half jaar verlopen. Het bloedbad in de moskee van Hebron heeft in feite aan die neergaande beweging nauwelijks bijgedragen. Het fungeert hoogstens als uitroepteken ter onderstreping van een versomberde atmosfeer. En het is tegelijk door de onderhandelaars aangegrepen als drukmiddel om nieuwe concessies van Israel los te krijgen.

Zonder enige twijfel waren de verwachtingen na de ondertekening van het Israelisch-Palestijnse principe-akkoord ongerechtvaardigd hoog gespannen, maar hoe kon het ook anders? PLO-leider Arafat schetste de contouren van een Palestijnse staat, en de internationale gemeenschap zegde voor miljarden aan ontwikkelingshulp toe. Vervolgens vertelden de Palestijnse onderhandelaars die de praktische uitvoering van het akkoord met Israel gingen regelen niet eerder in zo'n prettige sfeer te hebben onderhandeld. “De mensen wachten op je en staan achter je, Abu Ammar (Arafat)”, zong de Palestijnse zanger Hisham Masalha. “We zijn één volk, één vlag, en we zullen niet van mening veranderen.”

Maar Arafat, die dezelfde autocratische Arafat van vóór 13 september was gebleven en de PLO bleef bestieren als zijn eigen huishouding, werd al snel het mikpunt van kritiek. Buitenlandse ministers kwamen Arafats beleid kritiseren, en hielden hun geld voorlopig onder zich; Palestijnse delegaties volgden elkaar in snel tempo op het PLO-hoofdkwartier in Tunis op om te klagen over het benoemingenbeleid en te hameren op de noodzaak van democratisering. Er werd gesproken van een ongekende crisis binnen de PLO - hoewel Arafat al heel wat ongekende crises had overleefd.

De Palestijnse bevolking merkte dat er vooralsnog niets veranderde. De economische crisis duurde voort. De meeste Palestijnse gevangenen bleven gevangen. De gehate bezettingstroepen zetten hun jacht op gezochte Palestijnse activisten onverminderd voort. Maar de belangrijkste domper vormde het feit dat de onderhandelaars toch vastliepen - op Arafat, die temidden van alle Palestijnse kritiek op zijn functioneren toch enkele fundamenten van een Palestijnse staat wilde binnenhalen, op de Israelische premier Rabin, die met steun van het leger zo hard mogelijke veiligheidsgaranties opeiste.

Achteraf is het verwonderlijk dat op 11 december nog de hoop bestond dat Arafat en Rabin het de volgende dag eens zouden kunnen worden en de tenuitvoerlegging van het principe-akkoord volgens schema op 13 december zou kunnen beginnen. Niet meer dan tien dagen uitstel, verzekerde Arafat vervolgens. Maar Rabin en hij zijn het tweeëneenhalve maand later nog steeds niet helemaal eens.

Het spreekt vanzelf dat het uitstel de vele tegenstanders van het vredesproces alle kans gaf tot actie over te gaan. Vermoedelijk is de joods-fundamentalistische kolonist Baruch Goldstein zijn tegenhangers van de moslim-fundamentalistische beweging Hamas en dergelijke slechts vóór geweest. Maar het is even duidelijk dat zo'n klap wel bijzonder hard moet zijn, wil het vredesproces eronder bezwijken. Het vredesproces is taai, zo hebben eerder de Israelische uitzetting van 400 Palestijnen naar Libanon en de grootscheepse Israelische militaire acties in Libanon bewezen.

Ondanks alle somberheid en pessimisme hebben immers Israeliërs noch Palestijnen een keus. De meerderheid en haar leiders aan beide zijden hebben zich aan het vredesproces uitgeleverd, en wie Arafat de Israelische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres het podium in Davos heeft zien opsleuren, weet dat er geen weg terug is.

Het zag er aanvankelijk zelfs naar uit dat Arafat ondanks het bloedbad in Hebron gewoon wilde door-onderhandelen; de PLO-leider had een uitnodiging van de Amerikaanse president Bill Clinton om het overleg in Washington voort te zetten en af te ronden in eerste instantie aanvaard. Maar hier uitte zich dan toch de versomberde stemming onder de Palestijnen, die Arafat dwongen terug te krabbelen en ver gaande concessies van Israel te eisen inzake oude stokpaardjes als de aanwezigheid van kolonisten en het stationeren van een internationale vredesmacht in bezet gebied alvorens het vredesoverleg kon worden voortgezet.

Alle kolonisten - wier omstreden aanwezigheid in bezet gebied pas in een tweede fase in de onderhandelingen aan de orde zou komen - moeten worden ontwapend, eist de PLO nu, en nederzettingen in komend Palestijns autonomie-gebied ontmanteld, voorop de radicale kolonistenbolwerken in en bij Hebron.

Israel heeft inmiddels enkele maatregelen aangekondigd, zoals het vastzetten en ontwapenen van enkele extremistenleiders, die onmiddellijk zijn ondergedoken, en Rabin heeft een ongewapende internationale aanwezigheid in bezet gebied geaccepteerd. Vroeger zou dat een concessie van de eerste orde zijn geweest, maar Israel had zo'n aanwezigheid al aanvaard in het principe-akkoord van 13 september. “Alle andere eisen, ik geloof dat u het ontmantelen van nederzettingen noemde, nee. Ontwapening van alle kolonisten, nee”, aldus Rabin vandaag.

Verscheidene van Rabins ministers hebben laten blijken in de stemming te zijn voor verdere maatregelen, zoals inderdaad ontruiming van de vestiging in Hebron. Maar uiteindelijk geeft Rabin, en Rabin alleen, de doorslag binnen het Israelische kabinet. Het is de vraag hoever hij wil gaan in het optreden tegen de kolonisten in het licht van een opiniepeiling volgens welke driekwart van de Israeliërs tegen ontwapening van de kolonisten is.

Rabin heeft vaak de langste adem, getuige bijvoorbeeld het conflict om de uitzetting van de 400 Palestijnen, dat begin vorig jaar ook tot opschorting van het vredesoverleg leidde. Uiteindelijk moesten de PLO en de Arabische landen toen naar de onderhandelingstafel terug op basis van enkele concessies van Rabin die zij aanvankelijk als volstrekt onvoldoende hadden afgewezen.

Verder uitstel van de onderhandelingen dreigde toen immers alleen het moslim-fundamentalistische afwijzingsfront winst op te leveren, iets waarvan geen van de Arabische partijen was gediend. Dat geldt nu natuurlijk ook: opschorting van het overleg betekent verder uitstel van de terugtrekking van het Israelische leger uit Palestijns autonomie-gebied. En dat betekent een onnodige verdere versombering van de sfeer, en verder geweld. En dat zag Arafat, toen hij aanvankelijk Clintons uitnodiging aanvaardde.