Verplicht Nederlandse les is 'volstrekt onmogelijk'

Allochtonen zien wel wat in het voorstel van minister d'Ancona (WVC) om nieuwkomers verplicht Nederlands te geven. Maar de wachtlijsten voor een taalcursus zijn nog altijd lang.

EINDHOVEN, 1 MAART. Aandachtig kijkt de Peruaanse Monica Knoester hoe de lerares met drinkgebaren een plastic bekertje uitbeeldt. Monica schudt haar zwarte haar, ze begrijpt het: een plastic bekertje is om uit te drinken. Was Nederlandse les maar verplicht geweest, vertelt ze, toen ze vier jaar geleden naar Eindhoven kwam. Nu begrijpt ze haar dochtertje soms niet eens en tegen de moeders op het schoolplein kan ze alleen maar 'hallo' zeggen. “Ik woon nu vier jaar hier, vier jaar voor niks hè.”

Dan gooit de lerares met een grote zwaai het denkbeeldige bekertje in de prullenbak. “Prullenbak”, articuleert ze, “Prullenbak.” De cursisten van KANS, het centrum voor onderwijs en vorming in Eindhoven, zeggen het haar na. De meesten zijn mannen. Allemaal wonen ze al een tijdje in Nederland. Overdag werken ze, twee avonden per week gaan ze naar Nederlandse les. “Is goed voor mij”, zegt Soterus uit Griekenland terwijl hij het boek 'Spreken is zilver...' openklapt. “Goed voor werk, goed voor alles.” De De lerares beeldt inmiddels een koffieautomaat uit.

Streng, maar noodzakelijk vinden de cursisten het voorstel van minister d'Ancona (WVC) om nieuwkomers verplicht lessen Nederlands te laten volgen. In de pauze vertelt Sabah Talbi uit Marokko dat zij te veel tijd heeft verloren. Elf jaar woont ze al in Nederland en het zou toch fijn geweest zijn als ze op straat de weg had kunnen vragen. En volgens de Marokkaan Hassan “is 'moeten' een goed woord voor jonge mensen. “Als ze niet moeten, doen ze het niet.”

Maar is het praktisch uitvoerbaar nieuwkomers te verplichten tot een cursus Nederlands? Volgens cijfers van het SVE, het landelijk studiecentrum voor de volwasseneducatie, wachten op dit moment zo'n 13.000 allochtonen op een cursus Nederlands. Om deze wachtlijsten weg te werken, maakte het kabinet in 1992 106 miljoen gulden vrij. Dat is dus niet gelukt. Over een paar maanden rapporteert een adviescommissie van het ministerie, onder leiding van E. ter Veld, wat daar de oorzaak van is.

Nu al heeft Ter Veld voldoende inzicht om te weten dat het voorstel van d'Ancona “volstrekt onmogelijk” is. Met de 36 miljoen die de minister per jaar wil uittrekken voor de gemeentelijk opvang van immigranten, kan je volgens Ter Veld hooguit 10.000 mensen gedurende twaalf weken 24 uur les geven. “Dan spreken ze nog geen Nederlands.” Afgelopen jaar kwamen er 30.000 nieuwkomers naar Nederland, plus nog eens 35.000 asielzoekers. Ter Veld: “Lessen Nederlands verplichten, is jezelf dus een veel te hoge taak stellen.” Het is bovendien volgens Ter Veld niet nodig, omdat allochtonen meestal bijzonder gemotiveerd zijn. “Anders zouden we niet zulke lange wachtlijsten hebben.”

Directeur J. de Vries van het SVE, dat het taalonderwijs aan laag opgeleide allochtonen tussen de 18 en 35 jaar organiseert, wordt “een beetje nijdig” van het plan van d'Ancona. Als het om allochtonen gaat, buitelen de verschillende ministeries over elkaar heen “om hun eigen nummer te maken”, zegt De Vries. “Nu eens verzint Justitie een taalexamen voor het verkrijgen van een Nederlands paspoort, dan weer bedenkt het ministerie van WVC nieuw plan, terwijl Onderwijs het moet uitvoeren.”

De Vries vindt het “uitstekend” dat iedereen zo bezorgd is over de situatie van allochtonen, maar de ministeries werken volgens hem wel volkomen langs elkaar heen. “Nu weer dat idee van d'Ancona. De clubs die het moeten uitvoeren weten nog van niets.” Het taalprobleem van allochtonen is volgens de Vries “een modeverschijnsel”, ingegeven door de verkiezingsstrijd. Eerst moet volgens hem worden gewerkt aan het tekort aan geschoolde leerkrachten voor 'Nederlands als tweede taal'. “En dan liefst een beetje centraal.”

Intussen prevelt in het Eindhovense klaslokaal Praxedes (61) voor de tiende keer het voorbeeldzinnetje 'de vrouw eet brood'. Achter zijn rug de landkaart van Nederland, naast zijn stoel een gloednieuwe aktenas. De Spanjaard spreekt amper Nederlands. “Alleen werken, veel werken, altijd moe”, zegt hij en vouwt zijn handen onder zijn hoofd. Hij woont 25 jaar in Nederland en bijna al die tijd werkte hij in de Philips-fabriek. Nu is hij met pensioen. 'Beeldbuis' is een van de weinige Nederlandse woorden die hij kent.

    • Monique Snoeijen