Verontschuldiging van Britse minister voor 'Iraq-gate'

LONDEN,1 MAART. In het onderzoek naar illegale Britse wapenleveranties aan Irak heeft de Britse minister van handel en industrie Michael Heseltine opschudding veroorzaakt door zich als enige gehoorde bewindsman tot nu toe te verontschuldigen voor zijn aandeel daarin. Heseltine zei dat hij uitsluitend onder zware druk van de hoogste rechtsadviseur van de regering, de attorney-general Sir Nicholas Lyell, de papieren had ondertekend die moesten camoufleren hoeveel de regering wist van de leveranties. Maar hij maakte duidelijk dat hij vraagtekens had gezet bij die tactiek en dat hij het advies van Sir Nicholas “ongelofelijk” had gevonden.

Met de opstelling van Heseltine voor het tribunaal van rechter Scott is er een ommekeer gekomen in de verhandelingen tot nu toe. Heseltine ondermijnt niet alleen de attorney-general maar ook zijn kabinetscollega's die getuigd hebben dat het in het landsbelang was dat de regering geprobeerd heeft te voorkomen dat uit zou lekken dat illegale wapenleveranties aan Irak door haarzelf om economische redenen waren gestimuleerd. De minister Clarke (financiën), Rifkind (defensie) en Lilley (sociale zaken) hebben in die zin al een getuigenis afgelegd.

Heseltine zei dat hij aanvankelijk had geweigerd de papieren te ondertekenen die ministers vrijwaren voor vervolging omdat ze het landsbelang hebben gediend. Het bedekken van de handelwijze van de regering was volgens Sir Nicholas Lyell echter een plicht, waar een kabinetsminister niet onderuit kon.

Het Scott-tribunaal onderzoekt wie er de schuld heeft van het zonder toestemming van het parlement wijzigen van de richtlijnen voor wapenhandel met Irak en hoe het geheim houden van de gevolgen daarvan in zijn werk is gegaan. Premier Major belastte rechter Scott met het onderzoek, na het ontslag van rechtsvervolging in het Matrix Churchill-proces. Het bedrijf Matrix-Churchill en zijn drie directeuren moesten terecht staan voor het illegaal leveren van machine-onderdelen aan Irak.

De zakenlieden werden te hulp geschoten door de voormalige staatssecretaris van handel en industrie, Alan Clark, die kwam getuigen dat de richtlijnen door ministers zelf waren opgerekt om de leveranties mogelijk te maken. Bij die gelegenheid kwam ook uit dat een van de directeuren op verzoek van MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst, in Irak gegevens had verzameld. Het misbruik van het bedrijf door de regering leidde tot algemene verontwaardiging.

Heseltine liet gisteren merken dat hij die verontwaardiging over de bereidheid van zijn collega's om onschuldige zakenlieden de gevangenis te laten indraaien, deelt. Lyell, onder wiens stoel nu een tijdbom ligt, gaf gisteren een verklaring uit waarin hij zei dat Heseltine zijn advies verkeerd had geïnterpreteerd. Lyells advies was naar eigen zeggen bedoeld geweest om het recht te dienen.

    • Hieke Jippes