'Vechtersbazen-imago' breekt ijshockeyers op

ROTTERDAM, 1 MAART. Een drastische imago-verandering is noodzakelijk als de ijshockeysport in Nederland wil overleven, zo constateerde de Nederlandse IJshockeybond een maand geleden in een lijvig rapport. Alle mooie woorden ten spijt heeft dat op korte termijn nog niet tot een verbeterde beeldvorming geleid, hoewel ijshockey sindsdien niet te klagen heeft gehad over aandacht van de media. Maar voor een kleine sport waarvan gewoonlijk enkel de uitslagen worden vermeld, is dat eerder een negatief dan een positief teken: een uit de hand gelopen vechtpartij, een gestaakte wedstrijd, scheidsrechters die onder politie-bescherming een veilig heenkomen moeten zoeken.

Verleden week dinsdag gebeurde dat allemaal tegelijk in Nijmegen. Landskampioen Flame Guards - enkele maanden eerder door een supportersactie nog gered van een faillissement - speelde in de halve finale van de play off's om de nationale titel voor eigen publiek tegen Tilburg. Het was het derde treffen tussen beide teams binnen enkele dagen. Nijmegen had de eerste twee uitwedstrijden verloren en moest winnen. Na een kwartier spelen, bij een 2-1 stand voor Tilburg, hield scheidsrechter Stuiver het voor gezien. Hij voelde zich, verklaarde hij nadat de politie hem tegen woedende supporters van de thuisclub had moeten beschermen, “bedreigd” door zowel de spelers van Nijmegen als hun fans.

Voor de ijshockeybond was het zoveelste incident rond de landskampioen de druppel die de emmer deed overlopen: de licentie van de club werd direct ingetrokken. Daardoor mag Nijmegen tot het eind van dit seizoen niet meer in aktie komen. Enkele dagen later werden bovendien alle spelers geschorst. Het gros tot het eind van dit seizoen, een zestal anderen tot 1 januari 1995. Het is voor het eerst dat de bond een club zo zwaar straft.

De bond is volgens directeur Rob van Rijswijk tot de straf overgegaan “omdat er na eerdere ongeregeldheden met Nijmegen geen garantie bestond dat de laatste fase van de competitie een normaal verloop zou kunnen krijgen. De veiligheid van de scheidsrechters stond op het spel.”

Ben Tijnagel, aanvoerder van Nijmegen, vindt de straffen “zwaar overdreven”. In zijn ogen was het duel tegen Tilburg weliswaar hard, maar zeker niet onsportief. “In de olympische finale tussen Zweden en Canada ging het er zo nu en dan veel steviger aan toe. Wij zijn het slachtoffer geworden van onze 'vechtersbazen-reputatie'. Terwijl we in de strijd om de Fair Play-cup notabene eerste staan! Maar iedereen herinnert zich alleen die paar keer dat het mis ging.”

Mis ging het vooral vorig jaar oktober, toen in een wedstrijd om de Europa Cup verschillende spelers van de landskampioen rake klappen uitdeelden. Een speler werd toen wegens wangedrag op staande voet ontslagen. In de eerste wedstrijden tegen Tilburg was opnieuw sprake van ongeregeldheden. Volgens Tijnagel zijn scheidsrechters die een wedstrijd van Nijmegen krijgen toegewezen “als de dood dat de boel zal escaleren”. Daarom zouden zij al “bij het minste of geringste” onnodig streng optreden. “En dat roept natuurlijk slechts frustraties op.”

Nijmegen gaat niet in beroep tegen het intrekken van de licentie, omdat de reglementen van de ijshockeybond daartoe geen mogelijkheden bieden. Wel zullen de spelers bij de commissie van beroep hun schorsing aanvechten. Volgens Ton Leijsen, voorzitter van Nijmegen, moet dat in ieder geval succes opleveren voor de paar jeugdspelers die in de wedstrijd tegen Tilburg op de bank zaten en zelf geen straf kregen. “Het zou toch te gek zijn als het collectief wordt gestraft voor de minor overtredingen van een enkeling?”

De commissie van beroep doet vrijdag uitspraak. De uitslag daarvan staat los van de toekomst van Nijmegen. De landskampioen kan voor de competitie van het seizoen 1994-'95 bij de bond gewoon opnieuw een licentie aanvragen. Het belangrijkste beoordelingscriterium zal een sluitende begroting zijn. Maar juist dat lijkt moeilijk te worden nu de sponsor van de club zich wegens de voortdurende negatieve publiciteit heeft teruggetrokken. En nieuwe geldschieters, weet Leijsen, staan niet in de rij om een club met een beschadigd imago te steunen.