Twee bizarre verhalen, één vonnis

Moet deze zaak achter gesloten deuren?

Dat is de vraag die de partijen deze middag bij het Amsterdamse gerechtshof een half uurtje bezighoudt. Er zal gesproken moeten worden, lang en pijnlijk gedetailleerd, over een verkrachting. Althans, volgens het vermeende slachtoffer - mevrouw Haagink - betreft het een verkrachting. Zij zal straks onder ede als getuige worden gehoord. De verdachte, Henk Tabben, beweert dat de seksuele activiteiten door mevrouw Haagink zijn toegestaan, zelfs aangemoedigd.

“Je mag verwachten dat het openbaar ministerie het traumatische effect zo klein mogelijk houdt”, zegt mevrouw mr. E. Myjer, de advocaat van mevrouw Haagink. Maar de drie raadsheren van het hof beslissen anders. De deuren blijven open. “Het belang van de waarheidsvinding weegt zwaarder dan het individuele belang van de getuige”, zegt de president, mevrouw mr. A. Rutten-Roos.

De Utrechtse rechtbank veroordeelde Tabben eerder tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk. Zowel de officier van justitie, die tweeënhalf jaar had geëist, als de verdachte ging bij het hof in beroep.

“Omdat ik me onschuldig acht”, zegt Tabben.

Hij is een stevig gebouwde 31-jarige man, met schoenpunten die iets omhoog krullen en veel gel in het kortgeknipte haar. Hij heeft geen crimineel verleden, een normaal beroep en een vaste vriendin. Mevrouw Haagink, een gezette vrouw met een beschaafde spraak, is dertig jaar ouder. Zij maakten op 8 augustus 1992 met elkaar kennis op een soosavondje van de plaatselijke NVSH-afdeling. Mevrouw Haagink was daar een geregelde bezoeker, Tabben kwam er voor het eerst.

Mevrouw Haagink wenkte Tabben en praatte een uurtje met hem. Twee getuigen zagen hen na de sluiting samen vertrekken. Tabben had een fles wijn bij zich die hij die avond had gewonnen. Volgens Tabben was met mevrouw Haagink de afspraak gemaakt dat die fles door hen bij haar thuis zou worden opgedronken. Omdat hij niet precies haar adres wist, volgde hij haar in zijn auto toen zij in de hare wegreed.

Mevrouw Haagink ontkent die afspraak. Ze beweert dat ze pas merkte dat ze gevolgd was, toen Tabben voor haar huis opdook. Hij had de fles wijn in zijn hand en zei: “Zullen we dit even leegpimpelen?”

Mevrouw Haagink schrok, beweert ze. “Ik vond het heel naar.”

“Waarom stemde u toe?” vraagt de president.

“Ik was bang dat hij de voet tussen de deur zou zetten. Ik dacht: één glaasje, dan ben ik er af.”

Het was toen omstreeks half twee in de nacht. Mevrouw Haagink ging op het bed in haar woonkamer zitten met Tabben naast zich. Hij dronk zijn wijn, zij nam een sherrytje.

Over de daaropvolgende gebeurtenissen staan de lezingen van beide partijen diametraal tegenover elkaar. Volgens Tabben zou er tot vijf uur over koetjes en kalfjes zijn gepraat. Hij herinnert zich een gesprek over tuinieren, inderdaad een hobby van mevrouw Haagink. Toen hij op de wc stond, kwam mevrouw Haagink naast hem staan en maakte een opmerking over zijn geslachtsdeel. Op zijn beurt vergezelde hij mevrouw Haagink bij haar toiletgang.

Daarna ontstond er - nog altijd volgens Tabben - een woeste vrijpartij die een uur zou hebben geduurd. Als de president daarvan de details doorneemt - en ze moet wel - is het alsof ze voorleest uit een boek van Georges Bataille.

“U heeft uw penis in haar vagina gestoken, maar niet in haar anus, zoals zij stelt?”

“Ik heb mijn vinger erin gestoken, maar ik trok terug toen het haar pijn deed.”

“U heeft een zaadlozing op haar gezicht gehad en u heeft ten slotte over haar lichaam geürineerd. Allemaal met haar toestemming?”

“Ze zei tijdens de gemeenschap: kom maar op mijn gezicht.”

“En het urineren?”

“Ik was overdonderd door haar vulgaire karakter. Ik was nieuwsgierig hoe ver ze zou gaan.”

“Ze heeft niet aangegeven dat ze het niet wilde?”

“Nee.”

“Was u dronken?”

“Absoluut niet.”

Volgens Tabben hebben de seksuele activiteiten een half uur geduurd. Hij bleef nog twintig minuten praten en vertrok tegen zessen.

Mevrouw Haagink beweert dat ze de activiteiten van Tabben machteloos moest ondergaan. “Hij leek wel een krankzinnige, of onder invloed van drugs.” Van de inleidende handelingen op het toilet herinnert ze zich niets. “Ik werd gedwongen om me uit te kleden. Hij wilde me neuken, zei hij. Ik werd enorm bang. Hij zei dat er vreselijke dingen zouden gebeuren als ik me verzette.”

“Waarom heeft u niet gegild?” vraagt de president.

“Ik hèb gegild, maar de buren waren met vakantie.”

Volgens mevrouw Haagink is de seks vrijwel meteen na binnenkomst begonnen en heeft het minstens een uur geduurd. In een eerdere verklaring heeft ze zelfs van uren gesproken.

“Ik mis bij u een stuk van de nacht”, zegt de president. “Wat is er dan gebeurd tussen drie uur en half zes?”

“Ik weet het niet meer”, zucht mevrouw Haagink, “ik heb niet steeds naar de klok gekeken.”

Na het vertrek van Tabben belde mevrouw Haagink de telefonische hulpdienst - niet de politie - en viel vervolgens op de bank in slaap. Om 8.30 uur werd ze wakker. Toen haar dochter haar belde, zei ze dat ze was aangerand. “Ze was in shock”, zegt haar dochter in haar getuigenis. “Pas toen ze bij mij thuis zat, vertelde ze zoveel dat ik zei: je bent niet aangerand, maar verkracht.” Mevrouw Haagink wilde eerst geen aangifte doen, maar deed het op aandringen van haar dochter uiteindelijk toch.

“Een bizarre geschiedenis”, zegt de procureur-generaal (de aanklager), mevrouw mr. A. Korvinus. Ze vindt de lezing van de vrouw veel geloofwaardiger en noemt de verklaring van de dochter een steunbewijs. Wèl wijst ze op “een merkwaardig punt” in de verklaring van mevrouw Haagink: “Dat ze die man met die fles wijn heeft binnengelaten, al was het maar voor één glaasje wijn.” Ze eist 24 maanden gevangenisstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk.

Mr. C. van Schaik, de advocaat van Tabben, wijst erop dat artsen geen verwondingen hebben aangetroffen die het gevolg van een verkrachting moesten zijn. Bovendien kan hij haar beweerde angst niet rijmen met het feit dat zij na binnenkomst meteen op het bed ging zitten.

Hij citeert de beschrijving die mevrouw Haagink eerder van Tabben heeft gegeven: “Ik zag dat zijn lichaam bronskleurig was. Alsof hij langdurig had liggen zonnen. Verder was hij slank van postuur en had een niet onaantrekkelijk gezicht.”

“Het lijkt onvoorstelbaar”, zegt Van Schaik, “dat een vrouw die huilend op bed ligt, in de stellige verwachting dat zij verkracht zal worden, zó haar verkrachter beziet, en sterker nog, dat haar dit beeld na een verkrachting zo bijblijft.”

(Het vonnis, twee weken later: vrijspraak.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams