Turkse industrie krijgt klappen in financiële crisis

ANKARA, 1 MAART. De financiële crisis in Turkije heeft bij de twee grootste Turkse auto-producenten, Tofas en Oyak-Renault, geleid tot ingrijpende maatregelen. Tofas heeft een deel van de werknemers voor onbepaalde tijd naar huis gestuurd en Oyak-Renault heeft de produktie tussen 28 februari en 4 maart stopgezet. “Ons bedrijf werd tot deze maatregel gedwongen”, aldus een verklaring van Oyak-Renault, “gezien de wispelturige economie in Turkije”.

Turkije werd in januari geconfronteerd met een crisis op de financiële markten die leidde tot een devaluatie met 13,6 procent van de Turkse lira ten opzichte van de Amerikaanse dollar en een verhoging van rente op spaartegoeden tot maximaal 105 procent. De voorspelling was dat dit een verdere verhoging van de inflatie (ruim 70 procent op jaarbasis) en een stagnatie van de markt - die vorig jaar met 8 procent groeide - tot gevolg zou hebben.

Volgens Tofas, de Turkse vertegenwoordiger van Fiat in Italië, is de verkoop in januari met 30 procent gezakt, terwijl men - door de devaluatie - gedwongen was de autoprijs tot twee keer toe te verhogen met in totaal 20 procent. Het bedrijf is inmiddels van een drieploegensysteem op een tweeploegensysteem overgestapt en heeft 2.500 van de 8.500 werknemers in de fabriek in Bursa, in het Westen van Turkije, tijdelijk naar huis gestuurd. Volgens de Turkse pers kampt Tofas met een voorraad van zeker 6.000 auto's.

Concurrent Oyak-Renault, een Turks-Franse onderneming, kondigde onlangs aan dat de totale produktie voor een week wordt stopgezet. Het bedrijf was er eerder al toe overgegaan om overwerk op zaterdag te verbieden. Oyak-Renault heeft 4.500 werknemers in dienst. Volgens woordvoerder Mecit Hazir van de vakbond voor de auto-industrie, Türk Metal Is, staan de banen van 5.000 werknemers in de autobranche, die vorig jaar nog met 33 procent groeide, op de tocht.

In de Turkse pers circuleren berichten dat ook de verkoop van de rest van de verbruiksartikelen hapert als gevolg van de devaluatiemaatregel. Tal van ondernemingen heroverwegen hun produktiemethoden om de kosten te drukken. Volgens Taylan Ertan, journalist van het economische dagblad Dunya (wereld) in Ankara, is de stagnatie een psychologisch gevolg van de financiële crisis. “De consument houdt de portemonnee tijdelijk wat meer gesloten, mede gezien de aantrekkelijk rentes die de banken nu op spaartegoeden bieden.” Wat hem veel meer zorgen baart is dat ondernemers nauwelijks bereid lijken te investeren als gevolg van de hoge rentes (150-160 procent) op kredieten. En die investeringen zijn wel degelijk noodzakelijk omdat op 1 januari de douanie-unie tussen Turkije en de Europese Unie van kracht wordt, waardoor Turkije grotere concurrentie krijgt te verduren vanuit de Westerse landen.

Ertan: “Mijn indruk is dat de autobranche de devaluatiemaatregel heeft aangegrepen om paniek te zaaien. Maar het eigenlijke probleem is dat de kostprijs van de in Turkije vervaardigde auto's te hoog is, gekoppeld aan 45 procent belastingen. Er wordt nu dan ook druk op de regering uitgeoefend om het belastingpercentage naar beneden te brengen.”

EU-commissaris Leon Brittan waarschuwde twee weken geleden tijdens een bezoek aan Ankara dat als er geen nieuw stabiliseringsprogramma wordt uitgevoerd, Turkije nauwelijks zal profiteren van de douane-unie. Volgens Brittan is de inflatie te hoog en neemt het begrotingstekort alarmerende vormen aan. Dat is mede de lijn van de grote ondernemers in Turkije, die al maandenlang bij premier Tansu Çiller, een in de VS opgeleide econome, aandringen op een stabiliseringsprogramma voor de middellange termijn, waarin privatisering of sluiting van de noodlijdende staatsbedrijven hoge prioriteiten moeten krijgen. Çiller beloofde de vertegenwoordigers van de groep van vooraanstaande industrieëlen (TUSIAD) onlangs dat 1994 het jaar wordt van het herstel van de economie, zonder overigens in details te treden. Datzelfde deed ze in een bijeenkomst van de overkoepelende organisatie van Kamers van Koophandel, maar de premier kreeg daar als antwoord dat de tijd rijp is voor een regering van nationale eenheid die de economische problemen in Turkije te lijf gaat.

Het wachten is nu op de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen op 27 maart, die in belangrijke mate de politieke toekomst van Çiller bepalen. Daarop vooruitlopend heeft ze een nieuwe staatsminister, Aykon Dogan, aangesteld om het economische beleid te coördineren en is het hoofd van de effectenbeurs in Istanbul, Yaman Toruner, naar Ankara gehaald als nieuwe president van de Centrale Bank. Zijn voorganger, Bülent Gültekin, stapte eind januari op na een groeiend verschil van mening met Çiller over haar monetaire beleid.

De aanstelling van Toruner heeft in de afgelopen dagen al geleid tot een verhoging van de aandelenkoersen, nadat deze in de afgelopen weken scherp waren gedaald. Bovendien is het vertrouwen in de Turkse lira weer grotendeels hersteld. De angst was dat met het uitbetalen van de ambtenarensalarissen op 15 februari de financiële crisis van vorige maand zich wel eens zou kunnen herhalen. Een overschot van 700 miljoen dollar aan Turkse lira's op de geldmarkt, gekoppeld aan een verlaging van Turkijes kredietwaardigheid door twee vooraanstaande Amerikaanse ratingfirma's, zorgden toen voor een run op de Amerikaanse dollar en de Duitse mark. De koersen van deze valutu stegen met 30 procent. Om de val van de Turkse lira te stuiten greep de Centrale Bank in door het enorme aanbod aan liquiditeit tegen verhoogde rentetarieven weg te zuigen. Dit zorgde echter maar tijdelijk voor enige verlichting, waarna op 26 janauri alsnog besloten werd tot een devaluatie. De kritiek vanuit financiële kringen is dat Çiller had moeten ingrijpen voordat de crisis zijn hoogtepunt bereikte.

    • Froukje Santing