Tableaux vivants

Bij mijn post ligt een blocnotevelletje van de benedenburen die aan de straat wonen: “Zijn een paar dagen weg. Vertrekken donderdagmiddag en zijn dinsdagavond laat terug. Wil jij s.v.p. enz. enz. . . .? Bedankt!”

Dat 'enz.', houdt in: tegen de schemer de trappen af om in hun woning de gordijnen dicht te schuiven en licht aan te doen, tegen bedtijd weer de trappen af om datzelfde licht uit te doen en de volgende morgen voor de derde keer naar beneden om de gordijnen weer open te schuiven. Ik let erop dat ik het licht iedere dag op een ander tijdstip aan en uit doe anders denkt de dief dat er een tijdklok in de woning is.

Vijftien jaar geleden beperkte mijn taak zich tot het af en toe legen van de brievenbus en het begieten van de planten. Sindsdien is er noodgedwongen ieder jaar een taak bijgekomen. De brievenbus moet nu dagelijks geleegd worden. Een volle bus immers, is een teken dat er niemand thuis is. Ook kan het stapeltje post niet meer zomaar ergens in huis neergelegd worden. Het moet verstopt worden. Vanzelfsprekend mag het niet via de ramen zichtbaar zijn. Maar ook op het gangtafeltje kan het niet meer worden gedeponeerd. Want als de dief de voordeur verkiest boven een raam, weet hij zich bij het zien van zo'n stapeltje brieven meteen veilig.

Dit zijn de vaste handelingen die iedere vierentwintig uur herhaald moeten worden. Ze zijn niet ingewikkeld en vragen niet veel tijd. Ingewikkelder en tijdrovender zijn mijn pogingen om de woning zo'n aanschijn te geven dat de door het raam naar binnen glurende dief ervan overtuigd raakt dat de bewoners niet verder weg zijn dan de wc. Bij het keukenraam maak ik iedere dag een tableau vivant van natte kopjes en uitlekkende pannen of ik leg de afwaskwast met wat vorken en messen in de gootsteen. Een neergeslingerde theedoek of schort doet het ook goed. Samen met druppels op het roestvrij stalen aanrecht ziet dat er heel 'vivant' uit. En, niet te vergeten, het vaatdoekje! Dat mag nooit droog zijn. Mensen die thuis zijn, hebben altijd natte vaatdoekjes!

Iedere dag bedek ik de studeertafel van mijn buurman met collegedictaten. Ik leg zijn etui daar open naast, strooi er natuurgetrouw balpen, potlood en gum overheen en sjouw studieboeken aan om het tableau nog 'echter' te maken. Zijn houten stoel zet ik scheef en achteruitgeschoven achter die tafel alsof hij zojuist is opgestaan om - jawel - naar de wc te gaan. Als het buiten koud is, leg ik een plaid over de zitting en de rugleuning van die stoel en ga er even in zitten om de deken de afdruk van een menselijke vorm te geven.

Losse truien werp ik telkens over een andere stoel. Ik zet een bordje met broodkruimels op de vensterbank en natuurlijk vergeet ik de krant niet. Is er een beter middel om aan te geven dat de bewoners thuis zijn dan de krant? Die draagt iedere dag de datum van die dag! Ik leg hem wijd open op de tafel voor het raam en wel zo, dat de dief op straat de datum al kan lezen als hij zijn hoofd een beetje draait. Ook kreuk ik de krant. Een goede tip: mensen die aan de straat wonen, kunnen zich het beste op een ochtendblad abonneren. Dat kan de hele dag dienst doen terwijl een avondkrant doorgaans pas arriveert als de gordijnen al bijna dicht moeten.

Het moeilijkste zijn de dagen waarop ik zelf tot 's avonds laat weg ben. Dan moet ik 's morgens een tableau verzinnen dat niet alleen de hele dag maar ook de hele avond geloofwaardig blijft. Moet ik één gordijn dicht laten en daar vast een lamp achter aandoen? Dat is overdag te veel en 's avonds te weinig. De pot pindakaas en de gestampte muisjes naast de broodplank zijn 's avonds om half elf wel moeilijk te verteren maar niet onoverkomelijk; voor gordijnen en licht bestaat echter geen oplossing.

En dan volgt ondanks alle voorzorgen, op een doodgewone avond waarin de gordijnen op tijd dicht waren, weer een nacht waarin niemand het glasgerinkel heeft gehoord.