Strippen voor een goed doel

Onze oude dag houdt de gemoederen bezig. Wie jarenlang in een goede pensioenregeling van zijn baas deelneemt en nauwelijks achterstand (pensioenbreuk) oploopt bij verandering van baan, verbaast zich over de opwinding. Vele zorgelozen, die nergens deelnemen, en de honing voor hun derde jeugd zelf moeten verzamelen maken zich ook niet bijzonder druk.

Een aardige mevrouw, die free lance werkt en geen vaste meneer kan dulden, zegt vrolijk: “Ik loop tegen de overgang en alléén voor later zoek ik een vent met een goed pensioen. Ik zal hem verwarmen met m'n opvliegingen.” Slimme meid. De titel van dit artikel slaat overigens niet op haar.

Zo zijn er vele mannen en vrouwen die voor zichzelf werken en de oude dag voor zich uit schuiven. Soms sluiten ze, om de innerlijke onrust te sussen, een koopsompolis af die een kapitaal uitkeert om straks (verplicht) een lijfrente (pensioen) van te kopen. Voor een structurele aanpak, een goed plan met een stok achter de deur, gaan hun inkomsten te veel op en neer en doen ze geen moeite.

Dit slaat ook op (echt)paren waarvan een partner deelneemt in een (eigen) regeling en de wederhelft als eigen baas werkt en niets opzij legt. Samen hebben ze een ruim en dubbel inkomen, maar dat zien ze straks niet terug in het enkele pensioen.

Een vrije jongen rekent zich onbewust rijk. Neem een omzet van een ton per jaar. Dat lijkt meer dan het is. Laat er maar eens de 50/30/20-vuistregel op los: vijftig procent inkomen, dertig voor kosten (verzekeringen, oude dag, werkruimte, gereedschap, reclame en dergelijke) en twintig als reserve voor slechte jaren. Er blijft zo weinig voor privé over.

Van die dertigduizend gulden voor kosten zou je zo'n tienduizend moeten reserveren voor de oude dag. Bijvoorbeeld in een for, fiscale oudedagsreserve, voor ondernemers (waaronder ook vrije beroepers en zelfstandigen) waarmee ze door belastinguitstel (over circa 10 procent van de winst) kunnen sparen binnen de onderneming. De belasting wordt later betaald. Aan deze regeling kleven ook nadelen.

De belastingdienst heeft er een brochure over en fiscale almanakken behandelen het onderwerp eveneens. Beide geven de combinatie aan met lijfrente-aftrekken, die hoger zijn dan de 5.351/10.702 gulden per jaar voor particulieren. De fiscus geeft dus ruime faciliteiten, maar dwingt niemand. Je moet zelf de discipline opbrengen. Dus geen eenvoudige opgave.

Niet iedere free lancer wil een officiële oudedagsvoorziening met bijkomende verplichtingen. Wie een wat lossere zorg op wil bouwen moet zeker gebruik maken van de rentevrijstelling van 1.000 gulden per jaar (tot 18.000 gulden spaarsaldo), de even grote dividendvrijstelling (tot 18.000 in een veilig fonds) en de vrijgestelde uitkeringen op verzekeringen van 15 jaar (50 duizend gulden) en 20 jaar (170 duizend), mits niet gebruikt voor bij voorbeeld een spaarhypotheek.

Die aardige mevrouw van 45 jaar, op zoek naar een man met vol pensioen, kan op eigen houtje in twintig jaar minimaal 256.000 gulden (18 + 18 + 50 + 170 duizend) bij elkaar sprokkelen. Ze is niet verplicht om er een lijfrente van te kopen, zoals ze dacht, maar kan de rente ieder jaar opnemen of obligaties kopen. Wellicht voldoende voor een losse lat-relatie.

Misschien worden binnenkort de fiscale (uitstel)mogelijkheden ruimer door de introductie van leningen met losse coupons.

Sinds begin vorig jaar kunnen grootbeleggers via de beurs en met coupons van de dertigjarige staatslening (7,5 procent 1993-2023) belasting verschuiven naar een gewenst jaar binnen de looptijd van de lening. Die lening is gesplitst in een romp (de mantel) en dertig losse rentecoupons, die de houder recht geven op 75 (7,5 procent van 1.000,-) gulden rente in het vervaljaar. Nu betaal je voor die zero coupon bonds of nul coupon obligaties, de contante waarde van de couponrente met de marktrente als disconteringsvoet. Je rekent die 75 gulden straks terug naar het heden.

Voor 1.000 coupons (minimum omvang!) die in het jaar 2023 75.000 gulden opleveren betaalde je op een moment 16,720 gulden. Voor de 2013'ers 31.333 gulden. Bij uitbetaling bedraagt de belasting het dan en/of daar (buitenland) geldende (lagere) tarief over het verschil tussen de uitkering en investering, niet aftrekbaar bij de aankoop.

Zo'n lange lening verruimt voor particulieren de mogelijkheid van belastingverschuiving (en vermindering) met als voordeel dat men zelf blijft beschikken over de belegging (anders dan bij een verzekering) en die altijd kan verkopen op de beurs.

Daarom zou de minister van financiën meer van deze leningen moeten introduceren. Strippen voor een goed doel. Een passende spandoektekst voor een demonstratie op het Binnenhof.

    • Adriaan Hiele