Stemmen

Doordat ik hier op dinsdag sta, heb ik u al vaak kunnen toespreken aan de vooravond van de verkiezingen. Een stichtelijk woord ter overdenking in het stemhokje. Vooral aan mezelf gericht, want pas als je het opschrijft weet je wat je denkt. Als je iets denkt tenminste. Ik heb wel eens gemeld dat ik de verkiezingsdag op mijn volkstuin door zou brengen. Een beetje onverantwoordelijk was dat wel, want het zou een hele schrik zijn geweest als de volgende dag was gebleken dat het Nederlandse volk dit voorbeeld had gevolgd en alleen de kandidaten zelf nog een stem hadden uitgebracht. Ik zou het ook niet meer durven, nu de laagste opkomst aller tijden is voorspeld. Zelfs Pieter van Vollenhoven zei dat hij niet ging stemmen, wat me schokt, ook al wist ik niet eens dat hij het mocht. De oude knol van het kiesstelsel is me weer dierbaar geworden nu zo velen hem rijp voor de lijmfabriek achten en we toch beseffen dat we niets anders hebben.

Nee, dat nuffig vertoon van afkeer van het politiek bedrijf was meer iets voor luxe tijden waarin het kon lijken dat de democratie een geschenk voor de eeuwigheid was, dat als een perpetuum mobile wel door zou draaien zonder dat we er zelf wat aan hoefden te doen. Het is zo grimmig geworden de laatste tijd.

Ik maakte een zitting mee van de Amsterdamse gemeenteraad en hoewel veel gezichten me onbekend waren, was het meteen duidelijk waar de drie centrumlui zaten. Niet omdat ze die dag verschrikkelijke dingen zeiden; het debat ging over een ondergronds busstation en autovrije straten. Het was meer doordat hun woorden door geen ander raadslid leken te worden opgemerkt en vooral doordat ze een uitgesproken sukkelige indruk maakten, verdwaald in de wereld van de nette mensen waar ze zich niet op hun gemak voelden en genegeerd werden. Het was moeilijk hier het monster te herkennen.

Dat lukte me wel bij de beelden die het televisiejournaal gaf van de internationale bijeenkomst van extreem rechtse partijen. Het was vlak voordat de pers daar werd weggejaagd, opdat de neo-delinquenten onder elkaar konden zijn om onbespied met hun wapenen te pronken en de dingen te zeggen die ze in het openbaar meestal verzwijgen, om gerechtelijke vervolging te voorkomen. Toen hoorden we uit de congreszaal even de opzwepende passage uit Carmina Burana die zo vaak in films en televisieuitzendingen te horen is, achter beelden van ridders te paard, galopperend op weg naar de eindstrijd tussen goed en kwaad. Akelig dik aangezette muziek, waar ook in neutrale omstandigheden een lichte verdenking van fascistische kitsch op rust, maar die ik toch vrij indrukwekkend vind. Een paar flarden muziek en het beeld van de Vlaamse leeuw en nog een paar andere roofdieren, en even zag ik het: de glamour van de politieke criminaliteit. Daar doen ze het voor. Een middeleeuwse ridder te paard zijn, met ijzeren staven en op motorfietsen. Het was een griezelig moment, die paar seconden televisiejournaal. En die glamour is niet weg te nemen door als zoenoffer van de nette partijen aan de criminelen het leven van de buitenlanders een beetje moeilijker te maken.

De hooggeleerde Oerlemans heeft in deze krant het aanbreken van de eenpartijstaat geconstateerd. Daar leek het al erg op in deze verkiezingscampagne. Samengedreven door het monster waren de grote partijen de ideologische geschilpunten die er tien jaar geleden nog leken te zijn geheel vergeten. De landelijke lijsttrekkkers deelden elkaar uit gewoonte nog wat kleine speldeprikken toe, maar het was nooit de bedoeling dat het echt pijn deed. Als het monster er niet zou zijn om front tegen te maken, waren ze uit vermoeidheid misschien door hun knieën gezakt.

Het Duitse blad Der Spiegel had een lang artikel over de Nederlandse identiteitscris. Malaise alom in het land van de kaasboeren, was de boodschap. Er wordt wel eens gezegd dat je jezelf het scherpst ziet door de ogen van een buitenstaander, maar dat ging bij dit artikel niet op. Er kwam niets in voor dat al niet honderd keer in Nederlandse kranten was herkauwd. Het artikel was eigenlijk niet meer dan een collage van onze eigen klaagzangen, en de sfeer van landerigheid en machteloosheid die het opriep, had de Duitse correspondent uit onze eigen politieke beschouwingen overgenomen en een beetje overdreven. Het artikel toonde ons niet hoe de Duitsers ons zien, maar hoe een buitenstaander denkt dat we onszelf zien.

Ik keek nog eens na wat ik acht jaar geleden over de verkiezingen te vertellen had. Toen ergerde ik me aan de kunstmatige strijdcultuur in de Partij van de Arbeid. Het was de grootste partij van het land, maar op de verkiezingsbijeenkomsten heerste vaak nog het sentiment van een kleine verzetsbeweging, die onder de klanken van strijdliederen op weg was naar het licht dat aan de rest van de samenleving ontstolen moest worden. Wat meer bescheidenheid verlangde ik, wat meer oog voor het vreedzame karakter van de Nederlandse maatschappij, waar alles geregeld wordt in compromissen waar bijna iedereen zich redelijk in vinden kan.

Nou, ik heb wel mijn zin gekregen. Van die strijdcultuur merk je niets meer. Bescheidenheid is het nieuwe motto. Het is alsof het een geheel andere partij is geworden, waarin niet alleen de huissstijl drastisch hervormd is, maar ook het grootste deel van het personeel vervangen. Alleen de firmanaam blijft gehandhaafd. Toen waren ze me te strijdlustig, nu te timide. Toen te groot, nu te klein. Ik vond overigens in mijn beschouwingen van acht jaar geleden bij alle politieke en maatschappelijke veranderingen toch een vast baken: het Amsterdamse Prinsengrachtziekenhuis liep toen ernstig gevaar te worden opgeheven. Nu nog steeds. Soms is het een zegen dat de politieke molens langzaam malen.

Ik merk dat ik geestelijk nog steeds niet ontzuild en geseculariseerd ben. De PvdA was acht jaar geleden mijn referentiepunt en dat blijft het ook nu en waarschijnlijk tot aan het eind van mijn dagen, in de zin dat ik eerst bedenk of ik al of niet op die partij zal stemmen, en pas daarna naar de anderen ga kijken, die ik nog steeds niet als echte partijen kan beschouwen. Het is geen genoegen, zwevend kiezer zijn. Maar het ernstige politieke gewetensonderzoek kan wachten tot mei, want deze keer hebben de Amsterdamse dwaallichten een mogelijkheid die nergens anders bestaat en om welke wij tot in de uithoeken van het land afgunstig benijd worden, de mogelijkheid namelijk om te stemmen op de partij van Annie M.G. Schmidt.

    • Hans Ree