Politieman vervolgd wegens handel in verblijfsvergunning

SOEST, 1 MAART. Soms noemen ze zich bemiddelaar, meestal is het juridisch adviesbureau. Dat klinkt degelijker. Voor veel geld willen ze iets regelen voor buitenlanders. Hun adviezen zijn elders soms kosteloos. Maar bij hen geldt het motto: wat gratis is, kan niet goed zijn. De beste handel zit in schijnhuwelijken, verblijfsvergunningen en uitkeringen.

In Soest heeft de rijksrecherche bijna tweeëneenhalf jaar lang onderzoek verricht naar handel in verblijfsvergunningen. De chef van de afdeling vreemdelingenzaken werd gedurende het onderzoek geschorst. Hij en een medewerker worden ervan verdacht deel te hebben genomen aan de handel. Zij worden op 26 mei aan de rechter voorgeleid.

De 45-jarige Claude Bernard A., eigenaar van een juridisch adviesbureau in Hilversum, bemiddelde tussen politie en buitenlanders. Deze zoon van een Franse sociaal attaché in Istanbul en een Grieks-Armeense moeder drijft sinds 1980 een voor Justitie nauwelijks te ontwarren handel in onroerend goed en adviezen.

De basis voor zijn activiteiten legde A. in Amersfoort, waar al langere tijd een groot deel van de Turks-Armeense gemeenschap in Nederland woont. Al begin jaren tachtig was A. kind aan huis bij de vreemdelingenpolitie in Soest, waar hij werkte als tolk. Volgens een medewerker van de dienst maakte A., die ook een pension voor buitenlanders exploiteerde, zich tevens verdienstelijk door af en toe illegale buitenlanders aan te geven.

Desondanks trok hij de aandacht van Justitie. Nadat zijn telefoongesprekken ruim twee maanden waren afgeluisterd, werd A. in 1987 aangehouden op verdenking van omkoping van artsen van de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) in Hilversum. Hij zou WAO-afkeuringen hebben gekocht voor de klanten van zijn adviesbureau. De prijs per bemiddeling bedroeg tienduizend gulden.

Er werd ook onderzoek verricht in Turkije, maar Justitie kwam er niet uit en de zaak werd geseponeerd. Met als gevolg dat A. en zijn compagnon een schadeclaim van enkele tienduizenden guldens konden incasseren. Hierna verscheen A. niet meer zelf als tolk bij de Soester politie. Dat werk werd overgenomen door medewerkers van hem, zo bleek later.

In dezelfde periode stelde de recherche in Soest een onderzoek in naar 'spookturken'. Woningen die aan militairen van de vliegbasis Soesterberg werden verhuurd, stonden soms korte tijd leeg. Via een nieuw adviesbureau van A. kwamen er Turken terecht, die dan een vergunning voor gezinshereniging konden krijgen en vervolgens vertrokken - alles volgens de regels.

De zaak werd pas ingewikkeld toen A. twee jaar later, nadat hij een nieuw adviesbureau was begonnen, in Utrecht in een onroerend goedhandel verzeild raakte. Enkele tientallen huizen werden voor een veel te hoge prijs verkocht aan onwetende Turken, voor wie met behulp van vervalste werkgeversverklaringen en taxatierapporten bij onder meer de ING-bank hoge hypotheken waren losgepeuterd. De nieuwe eigenaars, die vertegenwoordigd en begeleid werden door het adviesbureau, verdwenen.

De opzet bleek te wankel. In de zomer van 1991 deed de politie op elf adressen in midden-Nederland huiszoeking en arresteerde A. en twee Nederlandse verdachten wegens hypotheekfraude. Het gerechtelijk vooronderzoek is nog niet afgesloten. Een complicerende factor is dat veel getuigen weer in Turkije wonen of in het geheel niet te achterhalen zijn.

De ING-bank noemt het onthutsend dat de vervalste taxatierapporten en werkgeversverklaringen ongehinderd konden passeren op het kantoor van de Amersfoortse notaris mr. F.H. Diens rol is wel onderzocht, maar hij behoort niet tot de verdachten.

Kort nadat de hypotheekfraude aan het licht kwam, liep het ook spaak bij de vreemdelingendienst in Soest. De Utrechtse politie hield een Turkse vrouw aan die in Soest via het bureau van A. een verblijfsvergunning had bemachtigd. Zij zou daarvoor tienduizend gulden hebben betaald. Het leidde tot schorsing van de chef van de vreemdelingendienst. Een jaar later volgde de schorsing van een andere medewerker van de dienst. Sindsdien is het hele bestand onderzocht en is weer een bezoek aan Turkije gebracht.

De twee functionarissen worden ervan verdacht opzettelijk verkeerde gegevens in de computer van de dienst te hebben ingevoerd. Hun verweer luidt dat ze door onderbezetting geen kans kregen om de gegevens te controleren. A. verschijnt voorlopig niet voor de rechter. Volgens Justitie komt zijn rol aan de orde bij de hypotheekfraude, maar volgens een betrokkene kan niet worden aangetoond dat hij gegevens heeft vervalst. Intussen wacht A. in Spanje op nader nieuws van Justitie.

    • Bert Determeijer