Politici trekken aan thuisblijvers

MAASTRICHT, 1 MAART. In het souterrain van het Maastrichtse Stadhuis zitten sinds gisteravond gemeenteraadsleden en kandidaten achter de telefoon om medeburgers die niet van plan zijn te gaan stemmen op andere gedachten te brengen. Iedere kandidaat werkt nummer voor nummer zijn bladzijde uit het telefoonboek af, spreekt antwoordapparaten toe, geeft schouderklopjes aan degenen die gaan stemmen, of legt uit hoe men met hulp van de buurman kan stemmen als men zelf niet van huis kan. Het noemen van de naam van een partij is streng verboden.

Misschien ligt het aan het vroege uur van de dag dat de twintig bellers amper een weigeraar aan de lijn hebben gehad en al helemaal geen boze burgers. “Gisteravond was dat wel anders,” zegt een VVD-kandidaat. “Toen kregen we allerlei verwensingen als 'flauwekul' en 'rot op' naar ons hoofd. En er waren ook meer mensen die zeiden: nee, daar doe ik niet aan mee. Dan hang ik maar op, want daar valt toch niet mee te praten.”

Na een uur telefoneren heeft Veronica Dirksen, lijsttrekker van de PvdA, haar overredingskracht nog niet hoeven in te zetten in de strijd om, naast een nederlaag voor haar partij, ook nog een desaveu van de gemeentepolitiek te ontlopen. “Ik begrijp niet waar die thuisblijvers zitten. Iedereen die ik aan de lijn krijgt zegt: maar natuurlijk ga ik stemmen. Zouden alle niet-stemmers dan een geheim nummer hebben?”

De verwachtingen over de opkomst van de kiezers in Maastricht zijn immers somber. Vorige week voorspelde het bureau Inter/View dat de kiezers in Rotterdam, Amsterdam, Almere en Maastricht massaal zouden wegblijven en gisteren bevestigde een bliksemonderzoek van het CELS, het Centrum voor Euregionale, Provinciale en Lokale Studies, de lage opkomst in Maastricht. Het CELS is met een prognose van 49,3% iets optimistischer dan Inter/View, dat een opkomst verwacht van 43 tot 48%. Bij de vorige verkiezingen kwam nog 56% van de kiesgerechtigden hun stem uitbrengen.

De telefoonactie is een onderdeel van het wanhoopsoffensief dat het gemeentebestuur van Maastricht, met voorop burgemeester Ph. Houben, is begonnen om in elk geval meer dan de helft van de kiezers naar het stemlokaal te krijgen. Op de kabeltelevisie worden de partijprogramma's nog eens gepresenteerd, morgenvroeg rijden geluidswagens door de stad, staat er een grote advertentie in het huis-aan-huisblad en krijgt ieder een kaart in de bus met veertig bekende gezichten uit Maastricht, van de bananenbokser tot de burgemeester zelf, die hun stadgenoten oproepen tien minuten de tijd te nemen om hun stem uit te brengen.

Houben zegt dat hij is geschrokken van de voorspellingen van de opkomst, maar vindt het woord wanhoopsoffensief niet op zijn plaats: “Ik zie het als mijn democratische plicht om het draagvlak van het bestuur zo breed mogelijk te maken. Het bestuur mag zich niet afzijdig houden op het moment dat de politiek een beroep doet op de kiezer. De kiezer moet weten dat de politici zich geweldig inzetten voor hun belangen.”

“Als het nu lukt om meer dan de helft van de kiezers naar de stembus te krijgen, zie je overal weer blije gezichten, maar die mensen zijn blij met een dooie mus, want de problemen blijven onderhuids toch leven”, zeggen A. Korsten, hoogleraar aan de Open Universiteit, en S. Janssen van de Rijksuniversiteit Limburg, die het CELS-onderzoek naar de motieven van de niet-stemmers hebben uitgevoerd. Een frappante conclusie van het onderzoek is dat de corruptie-affaires die bepaald niet aan Maastricht zijn voorbijgegaan, het vertrouwen in de politiek zwaar hebben gehavend, maar dat zij niet leiden tot een lagere opkomst. Van de Maastrichtse kiezers onderschrijft 69% de stelling dat de plaatselijke politici niet te vertrouwen zijn, maar ook zegt 81% dat die affaires geen rol spelen in hun stemgedrag. In een parallel onderzoek, dat in Nijmegen werd gehouden, bevestigde slechts 21% van de ondervraagden de stelling dat plaatselijke politici niet zijn te vertrouwen.

Op de vraag waarom zij niet gingen stemmen, antwoordden de Maastrichtse thuisblijvers vooral met opmerkingen als 'gebrek aan interesse', 'gebrek aan verschil tussen partijen' of 'ze beloven veel, maar doen niets'. Korsten: “De affaires hebben nu nog niet ingewerkt op de opkomst, maar we denken wel dat dit een voorfase is voor een veranderend gedrag. De plaatselijke partijen kunnen zich niet meer beperken tot het opstellen van mooie nota's, ze zullen vertrouwen moeten terugwinnen door de wijken in te gaan om te luisteren naar wat de mensen willen en uit te leggen wat zij daaraan denken te kunnen doen.”

    • Jacques Herraets