Paniek onder belastingbetalers

Nog een maand hebben de Britse belastingbetalers om zich voor te bereiden op één van de omvangrijkste belastingverhogingen uit hun geschiedenis. Die is hen opgelegd door de partij die vrolijk doorgaat zich de partij van de belastingverlaging te noemen. In de woorden van John Major: de Conservatieven houden er niet van de belasting te verhogen, maar als het nodig blijkt, doen ze dat wel.

De Treasury, het departement van de minister van financiën, Kenneth Clarke, heeft desgevraagd moeten toegeven dat Labour gelijk heeft. Het gemiddelde gezin zal met ingang van april 10 pond per week slechter af zijn door de belastingverhogingen. In 1995, wanneer alle aangekondigde verhogingen zullen zijn doorgevoerd, zal dit nadeel zijn opgelopen tot 1.100 pond per jaar. De extra druk op de Britse belastingbetaler dient om een overheidstekort van circa 50 miljard pond weg te werken: niet de schuld van Labour, maar - na vijftien jaar onafgebroken bewindvoeren - ontegenzeggelijk van de Tories zelf.

Het Britse publiek heeft met begrijpelijke paniek gereageerd. De uitgaven-op-rekening voor de kerstdagen zijn nog niet eens afgelost en nu staan alweer nieuwe dreigingen te wachten. Wie aarzelt over zijn lasten in de toekomst, houdt zijn geld in de zak. Aan verwachtingen over daling van de werkloosheid is een halt toegeroepen door de laatste cijfers: de werkloosheid steeg in januari, na vier maanden van daling, met een onverwachte 15.500 tot 2.787.600 uitkeringstrekkers (9,9 procent). Het economisch herstel, waar het politieke lot van John Major en zijn partij uiteindelijk het meeste van zal afhangen, stagneert.

De vooruitzichten lijken weinig hoopvol: British Gas kondigde afgelopen week het verlies van 3.000 extra banen aan en Unilever wil in Groot-Brittannië tot 1.000 banen afschaffen. Hoewel dit gaat om geleidelijk banenverlies is de psychologische uitwerking van de aankondigingen groot.

De hoeveelheid geld die de overheid in de eerste tien maanden van het financiële jaar 1993 moest lenen om haar tekort aan te vullen steeg van 21,5 miljard pond in de vergelijkbare periode over 1992 tot 30 miljard pond. Belastingopbrengsten uit het bedrijfsleven, gewoonlijk over januari een bron van inkomsten, waren minder dan de helft in omvang vergeleken bij vorig jaar.

Minister van financiën Kenneth Clarke blijft volhouden dat het goed gaat met de economie en wijst op de basisvoorwaarden voor gezonde groei: lage inflatie (gestegen van 1,9 tot 2,5 procent) en lage bankrente (5,25 procent). Hij wijst er verder op dat de werkloosheid in zijn geheel lager is dan vorig jaar om deze tijd en dat de productiecijfers stijgen.

De detailhandel deed desondanks een beroep op de Chancellor om vertrouwen op economisch herstel bij de consument te “koesteren”. De verlaging van de bankrente van 0,25 procent in de tweede week van februari deed in de ogen van de winkeliers niet genoeg in die richting. De hypotheekbanken vonden de reductie te gering om hun hypotheekrentes te verlagen en de consument kreeg dus niet het gevoel dat hij beter af was. Erger nog, toen donderdag de beurs in paniek raakte over een mogelijke verhoging van de bankrente naar het voorbeeld van de Amerikaanse Federale Bank, trokken vier prominente hypotheekbanken meteen hun aanbod van vaste-rente-voor-vijf-jaar in. Dat ondermijnde direct het aarzelend vertrouwen bij aanstaande kopers van een huis en zal mogelijk opnieuw leiden tot stagnatie op de huizenmarkt, traditioneel één van de belangrijkste indicatoren voor economisch herstel in dit land. Het systeem van hypotheekrente-vast voor een tevoren vastgestelde periode is hier nog maar enkele jaren oud en dateert uit de tijd dat de rentes , opgejaagd door een stijgende inflatie, omhoog schoten naar een piek van 15,4 procent. Omdat het merendeel van de Britten nog steeds automatisch uitgaat van een huis kopen (als belegging, om er na gemiddeld vijf keer in zijn leven verhuizen een nestegg aan over te houden), is de mobiliteit op de huizenmarkt een thermometer voor de mate waarin de consument zich economisch lekker voelt. Eén op de 6 à 7 kopers kiest nu voor een hypotheek met vaste rente over vijf jaar. Vaste rentes over veel langere periodes zijn nog steeds hoogst ongebruikelijk. Overigens begint langzamerhand het besef door te dringen dat huren ook een mogelijkheid is en de meeste makelaars hebben nu een 'te huur'-sectie, een fenomeen dat tot voor enkele jaren alleen beperkt was tot Londen en de grote steden.

    • Hieke Jippes