Operatie 'Deny Flight' maakte neerhalen Galebs mogelijk

De onderschepping door Amerikaanse F-16's van vier Servische lichte aanvalsvliegtuigen, gisteren boven Bosnië, was het eerste optreden van NAVO-piloten krachtens resoluties 816 en 781 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. '781', aangenomen in oktober 1992, verbiedt alle strijdende partijen gebruik te maken van het Bosnische luchtruim, zowel met vliegtuigen als met helikopters; '816' (maart 1993) geeft toestemming om het handhaven van deze no fly-zone “met alle noodzakelijke maatregelen” af te dwingen.

Sindsdien voeren vliegtuigen van verschilende NAVO-landen - Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland en Turkije - met dat doel permanent zogeheten combat air patrols of CAP's uit in het Bosnische luchtruim: operatie Deny Flight.

Deze patrouilles van doorgaans twee jachtvliegtuigen worden daarbij onder meer geassisteerd door AWACS-radarverkenningsvliegtuigen boven Hongarije en de Adriatische Zee, die de patrouillerende jagers globale doelaanwijzingen geven. De combat air patrols staan nadrukkelijk los van eventuele NAVO-aanvallen op Servische doelen binnen een straal van twintig kilometer rondom Sarajevo, die mogelijk zijn sinds het verlopen van het NAVO-ultimatum, op 21 februari.

Inmiddels zijn officieel 1.397 schendingen van de no fly-zone geregistreerd, merendeels door de Serviërs, maar ook door Kroaten en de moslims. De meeste van deze vluchten werden uitgevoerd met helikopters of lichte vliegtuigen, waaronder zogeheten ultralights. Onduidelijk is nog of de vier gisteren neergeschoten Galeb-aanvalsvliegtuigen behoorden tot de luchtmacht van ex-Joegoslavië (Servië en Montenegro), van de Bosnische-Serviërs, of die van de Servische Republiek Krajina.

De twee Amerikaanse F-16 C's die de vier Servische Galebs gisterochtend vroeg met raketten neerschoot hadden de Italiaanse luchtmachtbasis Aviano als thuisbasis. De NAVO heeft op bases in Italië en op vliegdekschepen in de Adriatische Zee de beschikking over in totaal zo'n 170 vliegtuigen voor acties in Bosnië.

De CAP is maar één van de taken waarvoor de NAVO-luchtmachtcontingenten sinds het begin van operatie Deny Flight hebben geoefend. Andere vliegtuigen zijn gespecialiseerd in zogeheten close air support- of CAS-missies: aanvallen op gronddoelen in de nabijheid van 'eigen' troepen, in dit geval de blauwhelmen van de VN. Dergelijke missies vereisen een nauwkeurige coördinatie met de grondtroepen. Hiervoor zijn sinds eind vorig jaar zogeheten forward air controllers (FAC's) bij de VN-troepen ingedeeld. Deze vooruitgeschoven waarnemers zijn uitgerust met speciale laser-apparatuur waarmee de doelen aan de andere kant van het front worden 'aangestraald'. De grondaanvalsvliegtuigen van de NAVO hoeven dan hun bommen alleen nog maar te richten en af te werpen op de door de FAC's 'aangewezen' doelen.

Deze nabijheidssteun zou vooral moeten worden gegeven indien VN-troepen in de in VN-resolutie 836 genoemde 'veilige gebieden' worden bedreigd. Vorige week voerden NAVO-toestellen in een typische CAS-missie een schijnaanval uit op Servische posities, van waaruit was geschoten op Zweedse VN-soldaten die een voedselkonvooi begeleidden.

Een ander type missie is de zogeheten battle air interdiction of BAI. Het onderscheid tussen CAS en BAI is niet duidelijk gedefinieerd, maar de laatste heeft doorgaans op grotere afstand van de eigen linies plaats. Het inzetten van 'doelaanwijzers' is daarbij niet noodzakelijk. Het bombarderen van Servische doelen aan de rand van de 'exclusion zone' met een straal van 20 kilometer rondom Sarajevo kan als voorbeeld dienen voor BAI-vluchten.

Een onlosmakelijk onderdeel van CAS en BAI zijn missies die tot doel hebben het buiten gevecht stellen van de vijandelijke luchtverdediging, zogeheten SEAD-missies (van suppression of enemy air defenses). Dit is vooral nodig om grondaanvalsvliegtuigen tegen luchtdoelgeschut te beschermen: om nauwkeurig te zijn moeten zij immers laag vliegen.

Met de komst twee weken geleden van acht Amerikaanse F-15 E jachtbommenwerpers voor de lange afstand, is de NAVO ook in staat tot zogeheten interdiction strikes. Deze IDS-missies waren oorspronkelijk bedoeld om militaire doelen ver in het achterland - de zogenoemde tweede echelon - van het voormalige Warschaupact te treffen. Van deze aanvalsvluchten moest vooral een preventieve werking uitgaan. De aanwezigheid van de F-15 E's, die 's nachts en onder alle weersomstandigheden hun doelen kunnen bombarderen, lijkt vooral van politiek belang: ook de Servische hoofdstad Belgrado ligt in theorie binnen hun bereik.

De uiteindelijke toestemming voor het neerschieten van de vier Servische toestellen lag in handen van de opperbevelhebber van de NAVO-strijdkrachten in Zuid-Europa, de Amerikaanse admiraal Mike Boorda. Zijn hoofdkwartier bevindt zich in Napels. Aan dit hoofdkwartier is ook het commando over de AWACS radarvliegtuigen verbonden. De directe leiding over de luchtoperaties berust bij de Italiaanse commandant van de Vijfde Geallieerde Tactische Luchtmacht ('5 ATAF'), generaal Antonio Rossetti, waarvan het hoofdkwartier zich in Vicenza, in Noord-Italië, bevindt.

Tot aan het neerschieten van de vier Servische Galebs doorliep de NAVO gisteren een aantal stadia van besluitvorming. De bemanning van een AWACS zag gisterochtend vroeg zes radarecho's op hun beeldschermen opdoemen. Admiraal Boorda werd hiervan op de hoogte gesteld. Deze besliste dat resolutie 816 direct ingrijpen wettigde en waarschuwde Rossetti. Rossetti gaf de patrouileerende F-16's toestemming om tot actie over te gaan.

De piloten van de CAP handelden daarop volgens de geldende rules of engagement, de regels waaraan een gevechtspiloot moet voldoen voor hij de schietknop mag indrukken. De piloten van de Galebs werd hierop door de Amerikaanse piloten tot tweemaal toe te kennen gegeven dat zij zich onmiddellijk bekend moesten maken en landen. Toen geen antwoord kwam, werden vier van de Galebs neergeschoten met radargeleide raketten. Omdat 24 uur per dag overleg plaatsvindt met de VN-autoriteiten, mag worden verondersteld dat deze met de gewapende actie instemden, hoewel dat strikt genomen dus niet noodzakelijk was.

Bij eventuele toekomstige CAS- en BAI-missies zal de bevelvoering wèl direct bij de VN-commandanten in ex-Joegoslavië liggen. De VN-bevelhebber in Bosnië, de Britse luitenant-generaal Sir Michael Rose, taxeert het gevaar voor zijn troepen. Indien hij luchtsteun wil, overlegt hij met de Franse generaal Jean Cot, opperbevelhebber van alle VN-operaties in ex-Joegoslavië. Deze voert in alle gevallen ruggespraak met Boorda, en met de Japanse VN-diplomaat Yasushi Akashi, die het licht voor een aanval op groen mag zetten. Zo'n aanval wordt dan uitgevoerd nadat Rose's staf direct contact heeft gezocht met het NAVO-commandocentrum in Vicenza. De forward air controllers onder VN-bevel en de aanvallende NAVO-vliegtuigen hebben dergelijke aanvallen de afgelopen maanden intensief geoefend.