Niet-rokers

Niet-rokers leven gemiddeld zeven jaar langer dan regelmatige rokers (de tijd besteed aan het roken komt ruwweg overeen met de kortere levensduur van een roker). Door de afname van het roken zal het probleem van de betaalbaarheid van de AOW, alsook van de pensioenen, alleen maar toenemen, temeer daar juist rokers naar verhouding weinig profiteren van de afgedragen premie.

Als de suggestie van het VNO om later met pensioen te gaan redelijk is, zou die vooral voor niet-rokers (maximaal zeven jaar) moeten gelden. Een andere mogelijkheid is dat zij het bedrag dat ze uitsparen door niet te roken opzij gaan leggen voor hun oude dag. Het gaat om ƒ 500,- tot ƒ 1.000,- alleen al aan accijns per jaar voor mensen die drie tot zeven pakjes per week roken. Dat kan toch een aardig pensioentje opleveren. Als dit niet vrijwillig gebeurt, dan is aan de volgende fiscale constructie te bedenken: Rokers leveren jaarlijks als bijdrage aan hun eigen AOW-premie (die dan niet verhoogd hoeft te worden), de accijnsbanderolles van pakjes sigaretten in bij de fiscus. Die berekent op basis hiervan een gemiddelde verplichte bijdrage voor niet- en weinigrokers. Gelijksoortige fiscale oplossingen zijn te bedenken voor andere groepen mensen met een hoge levensverwachting, bijvoorbeeld samenhangend met hoge opleiding of met wonen in 'betere' buurten.