Navo wil schendingen vliegverbod Bosnië blijven afstraffen

SARAJEVO/NAPELS, 1 MAART. De NAVO heeft gisteren, kort nadat Amerikaanse F-16's vier vliegtuigen van de Bosnische Serviërs neerschoten, de strijdende partijen in Bosnië duidelijk gemaakt niet te zullen aarzelen opnieuw op te treden als het vliegverbod in het Bosnische luchtruim wordt overtreden. De Bosnische Serviërs hebben nog steeds niet toegegeven dat hun luchtmacht gisteren betrokken was bij het incident.

Vandaag zijn de na de luchtactie opgeschorte humanitaire vluchten op Sarajevo en de hulpmissies in Bosnië hervat.

De Amerikaanse admiraal Jeremy Boorda, opperbevelhebber van de NAVO-troepen in Zuid-Europa, zei gisteren in Napels over het NAVO-optreden in Bosnië: “We hebben gedaan wat we zeiden dat we zouden doen. Ik mag hopen dat de strijdende partijen dat begrijpen en dat hun respons zal zijn [VN-resoluties] niet meer te schenden. Dat zou een verantwoordelijke reactie zijn.” Hij uitte zich zeer tevreden over de missie: “Als dit een test was hebben we die, denk ik, doorstaan. Ik hoop ook dat dit een les was. Overtredingen van het vliegverbod worden simpelweg niet langer getolereerd.” In totaal zijn sinds de afkondiging van het vliegverbod door de Veiligheidsraad van de VN in oktober 1992 1397 overtredingen van het verbod geconstateerd. Het verbod is door alle drie de strijdende partijen overtreden, in de meeste gevallen met helikopters en lichte vliegtuigjes. De aanval op de zes Galebs van gisteren was de eerste keer dat tegen een overtreding van het vliegverbod werd opgetreden.

Uit Boorda's uitleg bleek dat 24 minuten zijn verstreken tussen het moment waarop de zes Galeb-gevechtsvliegtuigen van de Bosnische Serviërs voor het eerst door de patrouillerende AWACS - vliegende radarstations van de NAVO - werden waargenomen tot het moment waarop ze werden aangevallen. De Galebs waren hetzij in Banja Luka, in het door de Bosnische Serviërs beheerste noorden van Bosnië, hetzij in Udbina in het door de Kroatische Serviërs beheerste deel van Kroatië, opgestegen voor een gevechtsactie in door moslims gedomineerd gebied in Centraal-Bosnië. Ze bombardeerden een ziekenhuis in Bugojno en een voor de moslims belangrijke munitiefabriek in het nabijgelegen Novi Travnik alvorens in de richting van het noordelijker gelegen Jajce te verdwijnen. Daarbij werden ze onderschept door de NAVO-vliegtuigen, die met hittezoekende raketten tot de aanval overgingen toen de Servische piloten tot twee keer toe weigerden gevolg te geven aan het bevel op straffe van een aanval het Bosnische luchtruim te verlaten of te landen. Bij de aanval werden vijf raketten afgeschoten. Vier Galebs werden geraakt; de twee andere ontkwamen door naar het Kroatische luchtruim te vluchten en later terug te keren naar de luchtmachtbasis van de Bosnische Serviërs in Banja Luka.

NAVO-woordvoerders zeiden gisteren dat tot actie was overgegaan omdat het ditmaal, anders dan bij eerdere gelegenheden, om een bijzonder zware schending van het vliegverbod ging: de eerdere schendingen waren “militair niet belangrijk genoeg om dit soort actie te rechtvaardigen”, zo zei een van hen. Ditmaal ging het om zes gevechtsvliegtuigen die in formatie vlogen en bombardementen uitvoerden. Bij de Servische luchtactie werd in Bugojno en Novi Travnik veel schade aangericht, maar vielen geen doden of gewonden.

De Bosnische Serviërs hebben het incident gisteren niet willen toegeven. Hun leider, Radovan Karadzic, die gisteren naar Moskou vloog, weigerde commentaar te geven zolang een eigen onderzoek niet was afgelopen. De Duitse televisie meldde gisteravond dat Bosnisch-Servische generaals in de hoofdstad van het door de Serviërs beheerste deel van Bosnië, Pale, het verlies van de vier vliegtuigen hadden toegegeven, maar die melding is nergens bevestigd. Kort na het incident begonnen de Bosnische Serviërs aan een hevige beschieting van de moslim-enclave Tuzla, waarbij zowel het centrum van de stad als het vliegveld werden getroffen. Het artilleriebombardement duurde veertig minuten.

De afgezant van VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali in ex-Joegoslavië, de Japanner Akashi, sprak gisteren na het neerschieten van de vier Servische vliegtuigen telefonisch met de leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, en werd het met hem eens dat het incident “niet moet worden gedramatiseerd”. Akashi bezocht gisteren Mostar.

De Bosnische president, Izetbegovic, zei gisteren dat het neerschieten van de vier Galebs de aandacht niet moet afleiden van een offensief dat de Bosnische Kroaten en de Bosnische Serviërs midden vorige week in Centraal-Bosnië tegen de moslim-enclave Maglaj hebben ingezet. Maglaj wordt al sinds juni 1992 belegerd en is - afgezien van een nauwe corridor naar het eveneens belegerde Tesanj - geheel van de buitenwereld afgesloten. Volgens Izetbegovic maken de Kroaten en de Serviërs zich op voor “een beslissende aanval” op Maglaj.

De Bosnische premier, Haris Silajdzic, noemde gistyeren het optreden van de NAVO-vliegtuigen tegen de luchtmacht van de Bosnische Serviërs “de beste manier om in Bosnië vrede te stichten”. Silajdzic zei dit aan het begin van een nieuwe gespreksronde met de Kroaten en de Bosnische Kroaten in Washington. Die besprekingen, die de vorming van een mogelijke federatie in Bosnië en op langere termijn die van een confederatie van Bosnië en Kroatië betreffen, worden vandaag voortgezet. (Reuter, AP, AFP)