Nationale politieke partijen vooral onzeker over afloop raadsverkiezingen; Aardbeving of anti-climax op komst

PAG.3: MAASTRICHT; PAG.7: ILLEGALEN/ JANMAAT; PAG.11: HOOFDARTIKEL

Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen verkeren de meeste politieke partijen in onzekerheid. Zal het komen tot de voorspelde aardverschuiving in de Nederlandse politiek of volgt er een anticlimax en een voortzetting van de status quo?

DEN HAAG, 1 MAART. Het waren niet de wethouders en plaatselijke politici die gisteravond overal in het land in de schijnwerpers traden. Bij de afsluiting van de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen 'schitterden' de nationale lijsttrekkers in als televisieshows vormgegeven bijeenkomsten. Zo wil VVD-Bolkestein “een pact tegen de misdaad” sluiten met zijn collega's. CDA-partijleider Brinkman kwam met een “nieuw” voorstel om drugsverslaafden onder dwang te laten afkicken. En PvdA-kroonprins Wallage stelde vast dat de door Den Uyl voorspelde tweedeling van de samenleving zich inmiddels heeft voltrokken. De landelijke politieke partijen hebben alle reden zich intensief met de lokale campagnes te bemoeien. Net als in 1986 zullen de gemeenteraadsverkiezingen morgen dienen als generale repetitie voor de Kamerverkiezingen van 3 mei.

De opiniepeilingen laten voorlopig nog de grootste aardverschuiving zien in de parlementaire geschiedenis, waarbij het CDA en de PvdA hun oppermachtige positie verliezen. Het Nederland van na deze Kladderadatsch zou een partijenlandschap vertonen met vier middelgrote partijen en een groot scala aan coalitiemogelijkheden. De toename van het aantal 'zwevende kiezers' maakt de politieke partijen onzeker: de traditionele binding met een vaste achterban is weg; om de kiezersgunst moet worden gevochten.

Een andere destabiliserende factor is het fenomeen van het grote aantal niet-kiezers, de non-partij van burgers die om uiteenlopende redenen niet naar de stembus gaan. Ze zijn tevreden, of juist ontevreden, of gewoon met vakantie en zien het nut van deze verkiezingen niet. De opkomst dreigt in ieder geval een laagterecord te worden, waarbij volgens minister Van Thijn (PvdA) de legitimatie van de democratie in gevaar is. Nederland kende tot 1970 een stemplicht en daarna werd de gang naar de stembus in het algemeen gezien als een burgerdeugd. Die morele code brokkelt af: de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 hadden landelijk een opkomst van gemiddeld ruim zestig procent, maar in de (grote) steden lag dat percentage toen al onder de vijftig. Inmiddels lijkt ook landelijk het opkomstpercentage onder de vijftig procent te duiken. Maar anderen zien in een lage opkomst geen bedreiging voor de democratie. Zo wordt in de VS al sinds jaar en dag de president door een minderheid van de stemgerechtigden gekozen. En er is toch niemand die beweert dat de VS geen democratie kennen.

Pag.3: Verkiezing eerste test voor PvdA na 'WAO'

Ondanks alle onheilspellende voortekenen ziet het er naar uit dat de gemeenteraadsverkiezingen van morgen niet zo'n grote verschuiving te zien zullen geven als die van 1990. Toen verloor de PvdA fors en boekte D66 onverwacht grote winst.

De grote nederlaag van de PvdA werd in 1990 uitgelegd als straf voor het 'lokale regentendom' van die partij. Het was ook de eerste verkiezing nadat de PvdA in 1989 ging regeren met het CDA, en vormde dus het eerste electorale examen voor de regeringspartij die daarvoor jarenlang in de oppositie had gezeten. De Statenverkiezingen van 1991 gaven wederom een dalende lijn te zien voor de PvdA. De partij hoopte zich in de loop van de kabinetsperiode nog te herstellen. Maar toen kwam het besluit over de WAO in de zomer van 1991; van de gevolgen daarvan heeft de PvdA zich nog steeds niet hersteld. De partij verloor haar imago van 'schild der zwakken'. De komende gemeenteraadsverkiezingen zijn de eerste test voor de PvdA-na-de-WAO. Voor de sociaal-democraten kwam het CDA-voorstel om de AOW (het levenswerk van Vader Drees) voor vier jaar te bevriezen daarom als manna uit de hemel: een gouden kans om het sociale blazoen weer op te poetsen.

Bij D66 deed zich het omgekeerde voor. Deze partij raakte na de overwinning in 1990 in bestuurlijke ademnood. In sommige steden, zoals in Rotterdam en Leiden, bleef D66 door gebrek aan onderhandelingsvermogen buiten het college. In diverse andere grote steden, zoals in Amsterdam en Utrecht, moesten D66-wethouders na korte tijd aftreden. D66 verwacht nu dat de winst van 1990 zich op lokaal niveau zal bestendigen en wil zo alvast profiteren van het voorspelde succes van de partij bij de Kamerverkiezingen op 3 mei. Die uitslag zou omgekeerd ook weer positief kunnen worden beïnvloed door winst bij de raadsverkiezingen omdat de kiezer nu eenmaal graag op een “winnaar” stemt: het bandwagon-effect.

Maar de gemeenteraadsverkiezingen van morgen vormen ook voor de andere partijen de opmaat voor de Kamerverkiezingen. De twee verkiezingen worden opzettelijk in elkaars verlengde geplaatst; de campagne is permanent. Overmorgen hangt het kader wat andere plakkaten voor de ramen, maar de propagandamachine draait gewoon verder. De diverse partijleidingen kunnen de verleiding niet weerstaan om lokale campagnes landelijk in te kleuren, zoals het CDA, dat zelfs de plaatselijke partijprogramma's en verkiezingsleuzen centraal heeft vastgesteld. Lokale politici klagen wel dat ze worden overschaduwd door landelijke politici, maar tegelijkertijd schromen ze niet om raadszetels te bemachtigen achter de jaspanden van de grootheden van het Binnenhof.

De gemeenteraadsverkiezingen functioneren zo als de ultieme landelijke opiniepeiling voor de Kamerverkiezingen waarbij trends zichtbaar worden, maar veel vragen niet eenduidig worden beantwoord. In welke mate kan de gedoodverfde verliezer PvdA zich voor mei nog herstellen? Hoe stabiel is de winst voor D66? Voor de Democraten is historische winst voorspeld maar de partij, die al diverse keren uit haar as herrees, houdt rekening met een worst case scenario: een Kamermeerderheid van CDA en PvdA waarbij D66 als derde coalitiepartij ten hoogste mag aanschuiven. Uit een peiling van deze week blijkt die vrees niet zonder grond: CDA en PvdA zitten samen slechts tien zetels af van een meerderheid. Als D66 niet nodig is voor een numerieke meerderheid in de Tweede Kamer verliest de grote winst zijn politieke kracht. Een paradoxale situatie dient zich aan als het verlies voor de PvdA meevalt en de winst voor D66 tegenvalt. Dan is verliezer PvdA de morele winnaar en geldt voor D66 het omgekeerde.

Ook andere partijen maken hun winst- of verliesrekening op. Het CDA, jarenlang de stabiele partij in de coalitievorming waarvoor macht vanzelfsprekend leek, verkeert in onzekerheid. De machtswisseling waarbij premier Lubbers - die bij vorige verkiezingen zwevende kiezers aan het CDA wist te binden - vertrekt en Brinkman het roer overneemt, speelt het CDA parten. Brinkman moet zich nog bewijzen als partijleider, en zeker als architect van een nieuwe coalitie. Hij mist vooralsnog het bindende vermogen van Lubbers en dreigt veel zwevende kiezers, vooral in het katholieke zuiden, van de partij te vervreemden. En dan is er het AOW-geschil: de christendemocraten willen de oudedagsvoorziening ten behoeve van het scheppen van werk gedurende vier jaar bevriezen. Ondanks de daaropvolgende opstand der bejaarden, houdt de nieuwe partijleider hardnekkig vast aan het ingenomen standpunt. Het CDA dat altijd op de ouderen kon rekenen als een traditioneel en trouw deel van de achterban, moet nu vechten om die stemmen binnenboord te houden. Ook het CDA, dat in de peilingen op een dieptepunt staat, kent een nachtmerrie-scenario: verlies naar VVD, D66 en de kleine christelijke partijen.

De VVD lijkt flink te profiteren van de moeilijkheden bij het CDA en Bolkestein heeft de toonhoogte van zijn oppositie daarop afgestemd. Voor hem zijn de verkiezingen een graadmeter in hoeverre hij, de aanvoerder van de 'liberale contra-reformatie', kan rekenen op winst. Slaat zijn koers aan, en kan Bolkestein de 28 zetels overtreffen die het ere-lid, en huidige topverzekeraar Wiegel, in 1977 behaalde? Peilingen geven de VVD - nu 22 zetels - circa 30 zetels.

De dark horse van morgen is echter de CD van Janmaat. Deze groepering is in zijn kern geen 'echte' partij, maar een groep individuen rondom Janmaat die inspeelt op de maatschappelijke onvrede. De CD-faktor is een uiting van breed voelbaar ressentiment en maatschappelijk protest, die zich vooral toespitsen op de positie van vreemdelingen en minderheden. Het opmerkelijke is dat Janmaat succes boekt, terwijl de extreem-rechtse pendanten in Duitsland, Vlaanderen en Frankrijk over hun top heen zijn. De diverse partijen staan overmorgen voor de vraag hoe ze zullen reageren op dit protestverschijnsel. Ontkennen of negeren zal moeilijk zijn als grote CD-fracties in gemeenteraden onverhoeds werkelijkheid zijn geworden.

    • Frank Vermeulen
    • Derk-Jan Eppink