'Het werk is eentonig, maar je kunt babbelen'

KAMPEN - De rappe handen van de 22-jarige Gonnie van Keulen zijn uiterst zachtzinnig. Dat is ook wel nodig als je handmatig inpaktster bent in een sigarenfabriek als Oud Kampen in de Overijsselse Hanzestad Kampen. De fragiele rokertjes kunnen geen ruwheid velen; die verdragen slechts een zachte aai, een behoedzaam klopje waarmee ze zich in hun verpakking laten vlijen. Op haar gemak kan Gonnie per dag 1800 tienstuksdoosjes inpakken. Dat is de norm en daar voldoet ze aan zonder dat, zegt ze, haar iemand achter de vodden zit. Andere keren zijn het geurige cederhouten kistjes van 25 of 50 stuks die ze te vullen heeft. Bij het inpakken moet ze er onder meer op letten dat de sigaren niet beschadigd zijn of afwijkend zijn van kleur. Die worden, zegt het bedrijf, 'onverbiddelijk' opzij gelegd.

Of het eentonig is? “Het werk op zich wel, maar je kunt babbelen met je collega's of naar de radio luisteren”. En als er even niet wordt gepraat, droomt ze weg over 'alledaagse dingen' of over een toekomst als moeder. “Als ik kinderen krijg, stop ik”. Ze woont samen met een vriend, een electriciën. Vorig jaar juni kochten ze een huis in Kampen.

Het gesprek met Gonnie vindt plaats enige weken voordat het voornemen bekend werd om de fabriek in Kampen te sluiten en de produktie over te brengen naar Ritmeester in Veenendaal. Beide fabrieken zijn onderdeel van het Zwitserse concern Burger Söhne, dat deze concentratieplannen uitdokterde. Als ik Gonnie naar aanleiding van dat nieuws opnieuw spreek, blijkt dat de onzekerheid over de toekomst heeft toegeslagen. Van de 37 produktiemedewerkers zouden er slechts tien in Veenendaal terecht kunnen. “Als ik er bij ben, dan ga ik mee al is het dan ook minstens een uur heen en terug met de auto”.

Zes jaar geleden solliciteerde ze na het behalen van het Mavo-diploma bij de sigarenfabriek op het Kampense industrieterrein omdat ze van iemand had gehoord dat daar werk was. “Zin om verder te leren had ik niet. Ik wilde meteen geld verdienen en je verdient nergens zoveel als hier”. Over haar salaris noch dat van haar vriend wil ze zich uitlaten maar wat haarzelf betreft zegt ze: “In een winkel krijg je al vlug 500 gulden per maand minder”. Oud Kampen staat, zegt ze, daarom in de stad goed bekend. Ze werkt van zeven uur 's ochtends tot tien voor vijf in de namiddag. De vrijdagen zijn vrij, wat geldt voor het hele produktiebedrijf. Na haar indiensttreden is ze opgeklommen tot vervangster van de afdelingschef.

Haar chef is het lid van de ondernemingsraad H. Zegveld. Die zegt naar aanleiding van de snode plannen: “Waarom zouden wij, die in de sigarenmarkt zelfs nog een beetje groeien, dicht moeten?” Het vermoeden bestaat dat bij Ritmeester, die sigaren maakt in het middensegment, de ruimte die door het achteruitlopen van de verkopen ontstaat, moet worden opgevuld met de activiteiten uit Kampen om op die manier toch nog rendabel te kunnen produceren. Dezer dagen zouden ondernemingsraad en vakbonden te horen krijgen of de directie van Burger Söhne, eigenaar van Ritmeester en Oud-Kampen, akkoord gaat met een extern onderzoek naar mogelijkheden van handhaving van Oud Kampen in Kampen. Gonnie: “Het zou ook zonde zijn als een fabriek met zo'n imago zou verdwijnen”.

Oud Kampen rekent zich tot een van de fabrieken in het topsegment. Dat wil zeggen dat de sigaren van de beste tabakken zijn gemaakt, maar ook voor een pittig prijsje (senoritas van het type Selection voor 9,20 per 10 stuks) worden verkocht. In deze sector spreekt men van genietend roken.

Hoofd commerciële zaken P. Vriend heeft voordat we naar de werkvloer van Gonnie van Keulen gaan een exposé gegeven over het maken van sigaren. Daarbij is een uitstapje gemaakt naar het exotische Sumatra, waar Oud Kampen het Deli-zandblad vandaan haalt, naar Java, Brazilië en Cuba. Er vallen begrippen als zandblad, dekblad, omblad en binnengoed, het bobineren van de bladen, wat gebeurt op Sumatra (de dek- en ombladen worden met de hand op een tuleachtig weefsel gelegd en in rollen, die op verbandrollen lijken, naar Kampen getransporteerd) en over compleetmachines, dat wil zeggen de machines waarop die rollen tenslotte terechtkomen en die de sigaren maken.

Gonnie van Keulen is een van de 37 werknemers. Het werknemersbestand bestaat hoofdzakelijk uit vrouwen. Vier jaar geleden waren er nog 70 werknemers, maar sindsdien is een aantal werkzaamheden, zoals het bobineren, uitbesteed. Met het verdwijnen van dit monotone werk is volgens Vriend ook het ziektepercentage gedaald tot 6,5 procent. Dat zat ooit op 18 procent. Oud Kampen maakt per jaar tussen de 27,5 en 30 miljoen sigaren in 15 verschillende typen.

De sigarenbranche in het algemeen heeft te maken met een teruggang in omzet en aantallen. De hardste klappen vallen bij de sigaren in de middenkwaliteit. In het topsegment daarentegen is volgens Vriend nog altijd sprake van een lichte groei van enkele percenten per jaar. Omzetcijfers geeft de onderneming niet.

Echte hobby's heeft Gonnie van Keulen niet. Ze naait wel soms haar eigen kleren en gaat graag winkelen en stappen. Boeken lezen doet ze niet, wel tijdschriften als Privé, Yes en Flaire. Verder bezoekt ze een sportschool waar ze doet aan bodysculpture, kennelijk een verfijning van bodybuilding. Lid van een vakbond is ze niet. “Daar zie ik het nut niet zo van in. Het is hier altijd best, waarom zou je dan lid wezen? En als er echt problemen zouden zijn dan kun je altijd nog naar een rechtswinkel.” Na de onrust over de eventuele sluiting zegt ze 'toch wel enige spijt' te hebben dat ze geen vakbondslid is.

    • Max Paumen