Grote transactie op energiemarkt in Duitsland

BONN, 1 MAART. De sanering en privatisering van de Oostduitse bruinkool- en stroommarkt is praktisch rond nu Westduitse energiebedrijven hebben besloten de Oostduitse stroomleverancier VEAG AG en de bruinkoolproducent Laubag voor in totaal circa tien miljard mark van het Treuhand-instituut te kopen. Zij zullen de komende jaren ten minste nóg zo'n bedrag in VEAG en Laubag investeren. Dit hebben de Duitse minister van economische zaken, Günter Rexrodt, en Treuhand-directeur Klaus Schucht gisteren meegedeeld.

Van het Westduitse consortium maken onder meer RWE en haar dochter Rheinbraun, PreussenElektra en Bayernwerk deel uit. De onderhandelingen hebben ruim twee jaar geduurd. De verkoop van VEAG levert 8 miljard op voor de Treuhand, dat de sanering en privatisering van vroegere DDR-staatsbedrijven verzorgt. Voor de Laubag, die in het oosten van Brandenburg en Saksen in dagbouw bruinkool wint, vooral voor de energieproduktie van de VEAG, wordt 2,1 miljard betaald.

Bovendien, zei RWE-chef Friedhelm Gieske gisteren, zal de komende 20 jaar 6 miljard in de Laubag worden geïnvesteerd. In 2000 zal de produktie op 50 à 55 miljoen ton bruinkool moeten liggen. Van de nu nog 12.000 banen in dit vroegere 'DDR-Kombinat' zullen er dan nog 8.000 over zijn. De VEAG zal door modernisering en uitbreiding haar produktiecapaciteit eerst op 4.000 en over een paar jaar op 8.000 megawatt brengen.

Een resterend probleem is de rol van de regeringen in Brandenburg en Saksen, die vertegenwoordigd willen zijn in de top van het VEAG/Laubag-concern. De Treuhand wil dat zij voor dat doel in het kapitaal deelnemen, maar de Westduitse kopersgroep is daarop tegen. Kanselier Kohl heeft gisteren duidelijk gemaakt dat hij deze laatste kwestie vóór eind maart geregeld wil zien. Voor hem telt mee dat er in dit superverkiezingsjaar regionale verkiezingen in alle Oostduitse deelstaten aankomen en dat de toekomst van het VEAG/Laubag-concern en de werkgelegenheid voor veel kiezers belangrijk is.

Dat geldt ook voor de bouw van een olie-raffinaderij in Leuna door een Frans-Duits consortium van de oliemaatschappij Elf en de handelsdivisie van Thyssen, dat in juli '92 de Oostduitse Minol-keten (benzinestations) overnam. Nu de bouw van die nieuwe raffinaderij, en daarmee duizenden banen, onzeker is geworden doordat Elf zijn contractueel afgesproken aandeel (66 procent of 3 miljard mark) alsnog wil terugbrengen tot minder dan 50 procent, zet zowel de Duitse regering als de Treuhand de Franse oliereus (en de regering in Parijs) onder druk om niet aan het contract te tornen. De bouw van de raffinaderij had gisteren moeten beginnen en in 1997 klaar moeten zijn. De Treuhand heeft Elf schriftelijk met een schadeclaim van 1,5 miljard mark gedreigd en zou al informeel onderhandelen met het Britse BP als alternatieve partner. Dat Kohl, wiens CDU in Oost-Duitsland rampzalige opiniecijfers scoort, zich zorgen maakt bleek gisteren toen hij Westduitse banken en verzekeringsbedrijven openlijk kritiseerde omdat zij van toegezegde extra investeringen in de vroegere DDR van 1 miljard mark nog weinig of niets hebben waargemaakt.