Gepolijste letterkunde

Story, winter 1994 (Volume 42, nr.1), 128 blz.; $5.95; uitg. F&W Publications: 1507 Dana Av., Cincinnati, OH 45207 USA; jaarabonnement $19 (4 nummers).

Schrijven kan je leren, zeggen ze wel eens, en vooral de Amerikanen schijnen in die mooie gedachte te geloven. Er zijn dan ook aan veel universiteiten in de VS cursussen creative writing te volgen. Die hebben soms resultaat - zozeer zelfs dat nu een generatie dreigt te ontstaan van Amerikaanse verhalenschrijvers die allemaal dezelfde literaire trucjes hebben geleerd, en dan ook allemaal een vergelijkbare toon en ritmiek hebben. Het nieuwste nummer van het ruim zestig jaar oude kwartaalblad Story, dat in 1992 onderscheiden werd met de 'National Magazine Award for Fiction', is een treffende illustratie van die tendens. Negen verhalen biedt het blad ditmaal, meest van auteurs die gepokt en gemazeld zijn in het short story-circuit - sommigen hebben zelfs net hun eerste bundel gepubliceerd (zoals Lee K. Abbott, wiens After Midnight in 1991 verscheen, en Sylvia Watanabe wier Talking to the Dead in 1992 finalist was voor de PEN/Faulkner Award). Het zijn technisch goed geschreven prozastukken, met snappy dialogen en de juiste dosering menselijk leed danwel Twin Peaks-achtig magisch realisme. Toch hangt er over bijna dit gehele nummer een weinig opbeurende eenvormigheid van gepolijste maar zielloze letterkunde. Dat blijkt ook na een first-sentence-proof die een reeks verbazend gelijksoortige beginregels oplevert: 'Late at night, long after the other residents have gone to sleep...'; 'It was midafternoon, hardly later than three, when Anna and Karl came to the house.'; 'Snow began falling sometime shortly after midnight..'; 'Three months after his father left, Daniel's mother took the family to learn transcendental meditation...'. Het is alsof je een leraar creative writing hoort roepen: “Plaatsbepaling in de tijd, dames en heren, dat is het plechtanker van een goed verhaal.” Liever lazen wij echter (goed, literair) proza dat niet is vastgenageld aan god of gebod.

    • Bastiaan Bommeljé