Geen briefje naar de Molukkenstraat

AMSTERDAM, Indische Buurt. “We konden ontzettend goed met elkaar opschieten, echt waar”, zegt de weduwe. “We pasten als een sleutel in het slot, het klikte gewoon, vanaf het allereerste begin, zonder één braampje. En dan is het wel moeilijk, ja.”

“We waren 28 jaar getrouwd, meer dan 30 jaar waren we samen. We hadden zoveel plannen. Ik praat elke avond tegen mezelf, om er maar door te komen. Ik ben wel weer direct aan het werk gegaan. Je moet doorvechten, vind ik, je moet er weer iets van maken. Maar zijn jas hangt hier nog steeds in het gangetje.”

“M'n moeder had zo'n spreuk, daar moet ik alsmaar aan denken: 'Leef nu, het is later dan je denkt'. En dan zijn er die kleine dingen: z'n glaasje waar hij uit dronk, z'n trui, z'n sleutelbos, z'n asbak. Ik heb tegen mijn vrienden gezegd: we praten het één keer grondig uit, en dan mag zijn naam honderd keer vallen, maar daarna moeten we weer verder. Als ik het op wil rakelen, doe ik het wel voor mezelf. Dan draai ik een plaat van Bob Dylan, waar hij zoveel van hield. Dan mag alles bovenkomen.”

Vier maanden geleden is haar man André Hartman, een sigarenwinkelier in de Molukkenstraat, doodgeschoten door een 17-jarige Marokkaanse jongen die twee jaar eerder ook al iemand met messteken om het leven had gebracht. Hoewel de jongen zich ook na zijn opname agressief bleef gedragen was hij, tegen de adviezen van sommige verplegers in, naar een open inrichting overgeplaatst. Na drie dagen liep hij van zijn stage-adres weg. Een maand later pleegde hij zijn tweede moord. In mijn zak heb ik een knipsel uit deze krant, een gesprek met de directeur van de Rekkense inrichting die formeel verantwoordelijk was voor dit fatale proefverlof. De manager spreekt over tekorten, fusies, over het onvermijdelijke “moment dat je tot een andere benadering besluit” en over een “zwarte pietenspel” dat nu gespeeld wordt, maar van spijt, geen woord. Ik durf het haar niet te laten lezen.

An Hartman: “Je hebt in het leven leerlingen en leraren. Hij was een echte leraar. Iedereen hielp hij, de bejaarden met hun pin-code, de Marokkanen met hun belastingpapieren en als mensen ergens ongerust over waren legde hij uit wat er in de krant stond. Hij heeft van zijn leven nooit één roddelblad ingekeken, hoewel de toonbank er hier vol mee ligt. Dat vond ik grote klasse. Hij las altijd alle kranten, hij wilde alle meningen lezen, van de Telegraaf tot en met Vrij Nederland. Hij wou ook altijd alles weten over politiek, ik werd er wel eens gek van. Maar tegelijk vond ik het fascinerend, iemand die zoveel las en zoveel wist, ik kende niemand in mijn omgeving die zo was. Ik heb het gevoel dat ik dertig jaar in een soort droom heb geleefd.”

“Hij kon ontzettend kwaad worden als mensen niet gingen stemmen. Hij vond dat gewoon luiigheid. Als je wel klaagt maar er niets aan doet verlies je je recht van spreken”, vond hij. Het was een echte VVD-man, vanwege de zaak. Voor de stad stemde hij wel eens anders. Maar hij was erg tegen Janmaat. Als er in de zaak zo gepraat werd zei hij altijd: “Weten jullie wel op wie jullie werkelijk stemmen? Weet je dan niet wat er in Duitsland is gebeurd?”

An Hartman heeft, toen bleek wie de dader was, nooit een bezoekje gehad, zelfs geen briefje of een telefoontje, en nooit is iemand in het openbaar ter verantwoording geroepen. Toch heeft ergens in die keten van beslissingen een psychiater een fatale taxatiefout gemaakt, heeft een kinderrechter teveel op zijn routine beslist, heeft een directeur bepaalde signalen genegeerd. Ergens is iemand verantwoordelijk voor deze ramp - wat iets anders is dan 'een zwarte piet' aannemen.

In andere landen zouden sommige functionarissen wellicht uit zichzelf zijn opgestapt, omdat daar bij het uitoefenen van een publiek ambt nog ongeschreven regels gelden van eer en respect. Er zouden misschien zelfs ministers zijn vertrokken, of hoofden van departementen - er bestaan immers ook verantwoordelijkheden die losstaan van persoonlijke schuld. En er zou minstens een grondig onderzoek zijn ingesteld.

Stuk voor stuk zijn dat rituelen waarvan het belang niet onderschat moet worden: ze erkennen dat er iets verschrikkelijks is gebeurd, ze herstellen vertrouwen en ze leggen verbanden, zelfs tussen Rekken en de Molukkenstraat. In Nederland gebeurt dat steeds minder, verantwoordelijkheden worden alsmaar diffuser, en daarmee verliezen bestuur en politiek aan morele zeggingskracht.

An Hartman: “Dat geweld, die werkloosheid, hij kon dat niet accepteren. Hier in deze buurt worden hele groepen jongeren erin meegezogen, de een na de andere. Wij zijn zelf in totaal vijftien keer overvallen. Toen we het postagentschap nog hadden was er wel een glazen bescherming, maar dan zetten ze gewoon iemand een pistool tegen het hoofd om de deur open te maken. Soms was dat een klant, maar meestal namen ze mij. Je kunt je er niet tegen wapenen. We zijn altijd doorgegaan met de zaak, je moet wel, op onze leeftijd vind je niets anders meer. Nu gebeurt het ongeveer twee keer per jaar. Ze nemen niet eens meer de moeite een bivakmuts of een nylonkous op te zetten.”

“Wij waren nooit bang voor de dood. We geloofden dat je leven een bepaald doel heeft, en als je sterft is het blijkbaar af. Maar op zo'n manier afscheid nemen is heel moeilijk. Alleen: hij liet wel een boodschap achter. Hij heeft de hele buurt in beroering gebracht en tot ver in Nederland mensen aan het denken gezet.”

Nogmaals: waarom zelfs geen briefje naar de Molukkenstraat? In Nederland is de ambtelijke cultuur de laatste decennia verschoven van, zoals de socioloog J.A.A. Van Doorn ooit schreef, “publieke plicht naar managerial performance, van calvinistische ethiek naar post-calvinistische self-advertisement”. Zelfs na grove fouten zie je ambtenaren zelden nog opstappen, en dat geldt ook voor ministers en wethouders. Macht zonder verantwoordelijkheid, daar zijn we tegenwoordig steeds beter in. “Als iemand hijgend de zaak binnenrende omdat hij de bus wilde halen stond mijn man al verstijfd achter de toonbank”, vertelt An Hartman. “Maar hij was vooral bang voor messen. Panisch was-ie daarvoor. Hij zei altijd: Een kogel is sneller dan het geluid, als die eenmaal in je lichaam zit voel je niets meer. Dat dacht-ie. Ik ben eigenlijk blij dat hij niet door messteken om het leven is gekomen.”

    • Geert Mak