Eerste Kamer

Het artikel van J.Th.J. van den Berg over de rol van de Eerste Kamer in ons staatsbestel (NRC Handelsblad, 19 februari) roept bij mij het beeld op van een losgeslagen clubje dat zonder moreel recht van spreken onze volksvertegenwoordiging voor de voeten loopt.

In mijn ogen zitten de rotte appelen in een ander mandje. Dat de Eerste Kamer indirect gekozen is, is wellicht de beste garantie dat men zich niet te veel met partijpolitiek opportunisme zal bezighouden. De enkele keer dat de Tweede Kamer zich principieel opstelt, is een dreiging met het machtswoord door het kabinet al voldoende om het circus te temmen. De interesse in wat zich in Den Haag afspeelt is daardoor ook bij mij lang geleden tot nul komma nul gedaald. Alleen de verkiezingen voor de Provinciale Staten hebben in dit perspectief nog enige zin. Hier heb je nog wat invloed op de enige echte volksvertegenwoordiging: de Eerste Kamer. Daarin vindt men over het algemeen mensen van een dusdanig kaliber dat de politieke signatuur veel minder relevant is. Zinnig lijkt mij daarom de Eerste Kamer het recht van amendement op wetsontwerpen te geven, zodat men niet langer genoodzaakt is zich te beperken tot een botte afwijzing of het slikken van een machtswoord van het kabinet.

    • J. Susijn